Het gemis van ergerlijke ruzies; Fotogalerie Perspektief in Rotterdam sluit

Perspektief Exit. Zo 28 feb 14-17u. Perspektief, Eendrachtweg 21, Rotterdam. Perspektief Magazine (voorlopig): Sint-Jobsweg 30, 3024 EJ Rotterdam.

Morgen komt er een eind aan galerie Perspektief in Rotterdam. Binnenkort gaan ook voorgoed de deuren dicht van het Canon Image Centre in Amsterdam. Zo verdwijnen ineens de twee belangrijkste podia van fotografie in Nederland. Het artistieke beleid van Perspektief riep vaak weerstanden op. “Soms was het er modieus en irritant”, zegt de fotograaf Wout Berger, “en dan weer reuze interessant. Maar zelden saai.”

Ergens in een flatje boven een winkel in Boedapest zijn tweehonderdduizend foto's te vinden. Een klein deel is keurig in albums gerangschikt, de rest ligt in schoenendozen te verpieteren. Foto's, waaraan geen naam, dus ook geen kostprijs is verbonden. Want ze zijn gemaakt door amateurs in Hongarije, en in veel andere landen. Klungels waren het, en je zou wensen dat er nog veel meer rondliepen.

Meestal is er iets fout gegaan bij het fotograferen, bij het ontwikkelen of het bewaren van die foto's. De regie is uit handen gegeven aan het toeval, dat in uiteenlopende gedaanten is opgetreden. Neem bijvoorbeeld een glasnegatief waarvan de schimmel driekwart heeft opgevreten. Wat overblijft is een driehoekje, waarin twee gezichten zijn gevangen, twee tevreden geliefden, verzonken in een teerzwarte rechthoek. Wat moest blijven, bleef - dat heeft de tijd uitgemaakt.

Een selectie uit deze bizarre collectie - Horus Archives van de Hongaarse cameraman Sandor Kardos - was vijf jaar geleden te zien bij de foto-galerie Perspektief in Rotterdam. Het was een van de vele mooie tentoonstellingen daar. Een uitzonderlijke tentoonstelling, want in de regel kwamen er vooral eigentijdse deskundige fotografen, en geen anonieme amateurs, aan bod. Meer dan vierhonderd van hen - van beroemd tot snel vergeten - konden dertien jaar lang in de galerie en op workshops en symposia terecht, en ook nog op de drie, door Perspektief georganiseerde Foto Biënnales Rotterdam.

Via het tweetalige Perspektief Magazine (oplage 1.000, jaarbudget 250.000 gulden), dat gedeeltelijk als catalogus dienst deed, nam een beperkte, maar wereldwijd verspreide groep van collega's en liefhebbers kennis van hun werk. De Japanner Seiichi Furuya bijvoorbeeld portretteerde steeds weer, zeven jaar lang, zijn depressieve vrouw, die uiteindelijk zelf een eind aan haar leven maakte. Dat beeld van die vrouw die haar baby vasthoudt als een lelijk meubelstuk dat zo nodig verplaatst moet worden - je raakt het niet meer kwijt.

De Amerikaanse Nan Goldin kwam er ook in voor. Ze volgde met een camera haar vrienden en vriendinnen die niet met zichzelf, dus ook niet met hun partner konden opschieten. Ze liepen blauwe plekken en blauwe ogen op. Ze vreeën temidden van de rotzooi tegen de klippen op; het mocht niet baten. Elke omhelzing was een druppel op een gloeiende plaat die alleen maar kon afkoelen als er gespoten en gesnoven werd.

En dan die Rus; Boris Michailov, die een paar maanden geleden in Perspektief liet zien wat je om de hoek in zijn geboortestad kon tegenkomen. Zwart-wit bewijzen van zulke geschonden mensen tegen een decor van zo'n wanstaltig verval dat het exposeren in een galerie met de naam Perspektief een gotspe was.

Morgen komt er een eind aan galerie Perspektief in Rotterdam, en dus aan het tentoonstellen van de binnen- en buitenlandse fotografische avant-garde. Vier maanden eerder dan de bedoeling was, is de huur opgezegd. Schulden nopen tot vervroegde sluiting. Binnenkort gaan ook voorgoed de deuren dicht van het Canon Image Centre in Amsterdam. Zo verdwijnen ineens de twee belangrijkste podia van fotografie in Nederland.

Het pas opgerichte Nederlands Instituut voor Fotografie (NIF) neemt aanstaande zondag officieel de expositie-activiteiten van de galerie over. Het wordt om de hoek van Perspektief gehuisvest. Maar voorlopig wippen daar, in het voormalige pand van NRC Handelsblad aan de Witte de Withstraat, nog duiven rond in weidse plassen regenwater. De muren zijn te vies om aan te raken. De opening is alvast verschoven van deze zomer naar begin volgend jaar.

Avontuur

Bas Vroege, destijds de initiatiefnemer van zowel de galerie als het tijdschrift, vindt het jammer dat hij - ook tot verbazing van vele anderen - is gepasseerd voor de directeurspost bij het NIF. Het was een lang gekoesterde wens van hem dat zo'n officieel instituut er desnoods ten koste van Perspektief zou komen. De doelstellingen van het NIF dat vooral de belangen van fotografen wil dienen, bevallen hem niet. Het is hem in de eerste plaats om het signaleren van de avontuurlijke, internationale fotografie te doen.

Daarom richt Vroege nu zijn vizier op Amsterdam. De initiatieven op fotografie-gebied, zoals café De Moor, vakbondsorganisatie GKf, de Vintage Gallery, boekhandel De Verbeelding stellen bij elkaar heel wat voor, maar elk afzonderlijk "heeft geen vlieghoogte', zegt hij. Er moet een cluster ontstaan van bestaande media-activiteiten, inclusief de op video gerichte instellingen als Montevideo en Time Based Arts. Vroege zoekt een expositie-ruimte, hij overlegt al met een grote sponsor ("Nee, niet Canon') en de continuïteit van het kwartaaltijdschrift Perspektief is inmiddels verzekerd.

Galerie Perspektief, oorspronkelijk een kunstenaarsinitiatief, wilde geen sociëteit voor vakgenoten zijn, maar een platform voor nieuwe fotografisiche ontwikkelingen. Het artistieke beleid riep vaak weerstanden opriep. Het motto was liever een hooglopende discussie dan gemoedelijke populariteit, liever de ontdekking dan de herkenning. Tegenover de overbekende foto's van Sebastião Salgado, wiens krioelende Braziliaanse goudzoekers ongetwijfeld hoge bezoekcijfers zouden scoren, stelde Perspektief juist iemand als Alfredo Jaar, die één persoon uitlichtte in een fors, leeg decor. Zo'n kunstzinnige benadering viel bij menig documentaire-fotograaf niet in goede aarde.

Mede dankzij subsidies kon Perspektief zich die eigenzinnigheid permitteren. De omvang, deskundigheid en goodwill van de staf stonden borg voor betrokkenheid bij allerlei commissies en manifestaties. Menig kleinere foto-instelling legde het bij subsidie-aanvragen tegen hen af. Perspektief wist hoe je moest lobbyen voor fotografievakonderwijs en opdrachten- en subsidiebeleid. Die monopolie-positie was voor velen moeizaam te verdragen.

De door Perspektief georganiseerde en druk bezochte Foto Biënnales Rotterdam wisselden sterk van kwaliteit. Vooral de laatste, Wasteland, met veel opnamen van verkommerde niemandslanden, kreeg stevige kritieken te verduren: een te pretentieuze presentatie met een te eenzijdig aanbod. Maar, zoals je pas bij langdurige afwezigheid van een partner de ergerniswekkende ruzies gaat missen, zo blijkt nu, nu het te laat is, menigeen toch te hechten aan die eigenwijze vrijplaats voor de experimentele fotografie.

Gefröbel

Marrie Bot, die er tweemaal exposeerde, typeerde de nieuwe documentaire-fotografie bij Perspektief als "maniëristisch gefröbel, waarmee fotografen zich bij de modieuze smaakmakers van het kunstcircuit naar binnen hadden gelikt'. Toch betreurt zij de sluiting: “Schandalig dat zo'n vooruitstrevend instituut als Perspektief verdwijnt. Weliswaar heb ik, als de blik van de tentoonstellingsmakers me al te smal werd, geopponeerd tegen Perspektief, maar het was een zeer levendig en belangrijk instituut.” Van het NIF heeft ze geen hoge verwachtingen. “Ik ben bang voor een te gemakzuchtig tentoonstellingsbeleid. Teveel de wereld van Peter Stuyvesant, reclamefotografie, en te weinig weerbarstige kunstfotografie.”

Collega Hans Aarsman omschrijft de galerie als "een hopeloze, pretentieuze instelling'. Het tijdschrift is "vaak onleesbaar', maar hij is wèl geabonneerd. “Want het bracht regelmatig ongewoon prachtige fotografie. Japanners als Furuya en Araki waren dankzij Perspektief hier voor het eerst te zien, en zo kan ik er nog wel een paar noemen. Ik ben bang dat het NIF middelmatig en voorspelbaar wordt: het zal wel een zeven voor fotografie worden, net zoals het Canon Image Centre waar ik nog nooit een ontdekking heb gedaan.”

Wout Berger stelde vorig jaar zijn foto's van Nederlandse gifbelten bij Perspektief tentoon. Dankzij een reportage in het gelijknamige blad reisde diezelfde expositie naar Frankrijk en Japan. De ministeries van WVC of Buitenlandse Zaken hoefden daar niet aan te pas te komen. “Soms was het er modieus en irritant”, zegt Berger, “en dan weer reuze interessant. Maar zelden saai.”

Aanstaande zondag opent en sluit de slottentoonstelling. Perspektief Exit duurt één dag. De inrichting zal zeer saai zijn. Alleen de namen van de vierhonderd exposanten hangen er aan de wand. De laatste exposant, de Japanner Nobuyoshi Araki, moet in april uitwijken naar de Rotterdamse Kunsthal. Het nieuwe nummer (45) van Perspektief Magazine laat alvast zijn beelden zien: het straatleven en de onderwereld van Tokyo. Hij fotografeert naakten, veel naakten met veel schaamhaar, want daar rust een taboe op in Japan. Maar hij maakte ook de laatste foto van zijn jonge vrouw, kort nadat ze aan een ziekte was overleden. Moet dat nou, vroegen zijn collega's. Moet je verdriet fotografisch exploiteren? Deze en zoveel andere omstreden beelden kregen bij galerie Perspektief de ruimte.