G7-topje kan niet veel zinvols opleveren

De bijeenkomst van de ministers van financiën (en Bankpresidenten) van de zeven grootste industrielanden (G-7), morgen in Londen, is de eerste sinds de installatie van de nieuwe Amerikaanse president en zijn kabinet. De bewindslieden van Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Canada en Japan hebben dan de gelegenheid om kennis te maken met hun nieuwe Amerikaanse collega, Lloyd Bentsen.

Dat zal mogelijk ook het enige wapenfeit zijn van de conferentie, die is ingelast om te praten over de mogelijkheden om de ernstig stagnerende wereldeconomie uit het slop te halen. Nu al is meegedeeld dat morgenavond geen slotverklaring zal worden uitgegeven. Dat is misschien maar het beste ook, want menigeen vraagt zich af wat daar voor zinvols in zou kunnen staan. Zelfs de communiqué's van de bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders van de G-7 blonken de laatste jaren uit door retoriek.

De G7-landen hebben op dit moment genoeg aan hun eigen problemen. Het meest beklagenswaardig zijn de EG-landen. Geen van hen is in staat de economie een impuls te geven, zeker zolang de Bundesbank door haar hoge rente de andere EG-partners in "monetaire gijzeling' houdt.

In Groot-Brittannië is de werkloosheid tot boven de drie miljoen opgelopen. Door de recessie loopt het overheidstekort pijlsnel op, zodat elke financiële ruimte voor een fiscale impuls ontbreekt. Het pond is, sinds het uit het Europees Monetaire Stelsel (EMS) viel, bezig met een glijvlucht, zodat een verdere verlaging van de Britse rente ook niet aan de orde is. Ook Frankrijk wordt door de verslechterende economie geconfronteerd met een oplopend begrotingstekort. Gezien de lage inflatie zou de rente aanzienlijk omlaag kunnen, maar dat is praktisch onmogelijk door de zwakke positie van de frank in het EMS. En Italië? Bij dat land past, zeker sinds de recente corruptieschandalen, slechts stilzwijgen.

Duitsland heeft door de ankerrol van de D-mark in het EMS nog steeds de sleutel in handen. Maar de met het oog op de slechte Europese conjunctuur zo noodzakelijke Duitse renteverlaging, althans een van een forse omvang, zit er niet in zolang de Bundesbank bezorgd blijft over de inflatiedruk, die het gevolg is van de onmatige loonontwikkeling en het oplopende overheidstekort.

De enige die met opgeheven hoofd naar Londen kan gaan is de Amerikaanse minister Lloyd Bentsen. De andere landen hebben in de afgelopen jaren voortdurend aan Washington gevraagd het overheidstekort te verminderen omdat anders in de Verenigde Staten geen duurzaam economisch herstel mogelijk is. Bentsen zal in Londen ongetwijfeld wijzen op de plannen die president Clinton in zijn State of the Union heeft gepresenteerd. De anderen kunnen slechts eerbiedig applaudisseren. De beoogde daling van het Amerikaanse overheidstekort drukt de lange rente, wat investeringen stimuleert. Sinds de verkiezing van Clinton in november is deze rentevoet reeds met een half procent gezakt. Clinton heeft bovendien een bescheiden stimuleringspakket gepresenteerd. De groei van de Amerikaanse economie ligt al boven de drie procent op jaarbasis.

Wat stelt de EG daar tegenover? Op de Europese top eind vorig jaar in Edinburg werd onder aansporing van commissievoorzitter Jacques Delors overeenstemming bereikt over stimulering. Maar deze heeft volgens de meeste deskundigen slechts symbolische waarde; niet meer dan een loos gebaar van Brussel naar het snel groeiende Europese werklozenlegioen, de economische groei in de EG dreigt zelfs onder het nulpunt te dalen. De Franse minister van financiën, Michel Sapin, stelde deze week bij een toelichting op de komende G-7 de Brusselse maatregelen niettemin op één lijn met die van president Clinton. Nu de EG en de VS hun deel hebben geleverd, is het in Londen dus de beurt aan Japan om over de brug te komen met een forse stimulering, zo concludeerde hij.

Vooral uit Parijs klonk dat curieus. Terwijl vrijwel alle landen wachten op een wereldhandelsakkoord, als belangrijkste stimulans voor de wereldeconomie, bracht juist de Franse premier Bérégovoy deze week velen tot wanhoop door op te merken dat de zeven jaar geleden begonnen Uruguay-ronde weer vanaf nul zou moeten beginnen.

Eind april volgt in Washington, in de marge van de IMF-vergadering, een reguliere bijeenkomst van de G-7. Of de condities voor beleidscoördinatie dan beter zijn? Sommige optimisten putten hoop uit enkele ontwikkelingen in Duitsland, te weten de daling van de geldgroei en de CAO-overeenkomst voor ambtenaren. Dus de Bundesbank zou tegen die tijd tot een forse renteverlaging kunnen besluiten. Maar onder de huidige omstandigheden is niets meer zeker.