Eén vertegenwoordiger van moslims in Nederland

ROTTERDAM, 26 FEBR. De overheid prefereert nog altijd één vertegenwoordiger van moslims in Nederland. Gisteren heeft een afvaardiging van de Nederlandse Moslimraad gesproken met ambtenaren van Binnenlandse Zaken en WVC over de positie van de moslims.

Een van de gespreksonderwerpen was de geestelijke verzorging van moslims in penitentiaire inrichtingen. Dit is al geruime tijd een probleem. Ook een andere organisatie die zegt namens de moslimgemeenschap in Nederland te spreken, de Islamitische Raad Nederland, heeft hierover eerder gesproken met de overheid.

De houding van de overheid om met een van de twee raden tot een beleidsplan te komen is afhoudend. “De heren hebben zich niet laten verleiden”, zo vat voorzitter A.A. Maddoe de strekking van het gesprek samen. “Ze vinden dat er én, gezamenlijk advies uit de moslimgemeenschap moet komen.” De secretaris van de raad, mevrouw S. Abdus Sattar, acht de tijd meer dan rijp dat de overheid serieus gaat spreken met moslimorganisaties. Volgens haar is sprake van toenemende agressie tegen moslims in Nederland. “De islam heeft een negatieve reputatie in Nederland. De overheid beschouwt de moslims als een probleemgeval waar ze voor hun goeie fatsoen toch iets aan moeten doen. Maar men weet zich weinig raad met een gemeenschap die vasthoudt aan haar geloof als levensfilosofie. Dat zijn de moslims. Die lopen achter, in Westerse ogen. Godsdienst kun je nog nèt tolereren, maar waar het kan worden we tegengewerkt.”

De overheid wil de moslimorganisaties geen geld geven met het oog op de scheiding tussen kerk en staat. “Maar bij de moslims zijn maatschappelijke zaken verweven met de godsdienst. Bovendien, de overheid weet toch dat we veel problemen hebben en de islam kan daaraan een positieve bijdrage leveren maar de eigen organisaties kunnen niet worden gesteund. Dus moeten we terugvallen op onbetaald krachten, met alle gevolgen vandien.

“Moslims zijn of zielig, of gevaarlijk, andere categorieën kennen de Nederlanders niet. En meestal vinden ze de moslims gevaarlijk.” Enige tijd geleden ontving de raad een dreigbrief. “De schrijver dacht dat alle moskeeën broeinesten van complotten waren. Het idee van een vijfde colonne zit er diep in.”

Ze refereert aan de onlangs weer opgelaaide discussie over de Iraanse doodstraf voor Salman Rushdie. “Zo'n verdwaasde figuur als Khamenei roept àlle moslims en àlle christenen op Rushdie te doden. Dan haalt 98 procent van de moslims zijn schouders op, die voelen zich helemaal niet aangesproken door zo'n uitspraak. Christenen natuurlijk ook niet, maar die worden er ook niet op aangesproken. Moslims wel.

“Men weet gewoon niet dat Khamenei alleen een bepaalde stroming binnen de sji'itische moslims vertegenwoordigt. Dat men niet de juiste informatie heeft over de islam, is het probleem nog niet. Het gaat erom dat men iets dènkt te weten over de islam. En dat zijn dan vaak dingen die helemaal niet kloppen. Zo leeft het idee dat moslim-vrouwen niet uit vrije wil moslim zijn. Nu, tijdens de Ramadan bijvoorbeeld, zeggen Nederlanders bij wie ik op bezoek kom: "Hier, neem gauw wat. Er zijn nu toch geen moslims in de buurt om je te controleren'.”

De Moslimraad hoopt de lacune in de kennis over moslims op te vullen. Abdus Sattar is zelf vaak onderweg om lezingen te geven. De NMR is van plan informatieve folders uit te geven en heeft een campagne opgezet tegen de verkeerde voorstelling van zaken in de media, aldus Abdus Sattar. De raad heeft een zendmachtiging aangevraagd. “Onze stem wordt niet gehoord”, zegt Abdus Sattar. “Ik zou de samenleving willen waarschuwen: zo drijf je mensen tot extremisme.”