Een postkantoor voor Mussolini; Adalberto Libera en het Italiaanse Nieuwe Bouwen

Francesco Garofalo en Luca Veresani: Adalberto Libera. Uitg. Princeton Architectural Press, 208 blz. Prijs ƒ 41,40.

Het rationalisme, de Italiaanse, of beter gezegd, fascistische variant van het Nieuwe Bouwen, krijgt ook buiten Italië steeds meer erkenning. Langzaam maar zeker verdwijnt de schaduw van het fascisme die voor velen het rationalisme onacceptabel maakte. De laatste jaren jaren verschenen al de nodige boeken in het Duits en het Engels over het rationalisme en over Giuseppe Terragni, de belangrijkste vertegenwoordiger ervan die de Tweede Wereldoorlog niet overleefde en die al langer ook door niet-Italianen wordt geadoreerd. Nu zijn de minder bekende rationalisten aan de beurt, zoals blijkt uit de onlangs verschenen Amerikaanse vertaling van Adalberto Libera, geschreven door de Italianen Francesco Garofalo en Luca Veresani.

Het oeuvre van Libera (1903-1963) is een pars pro toto voor de Italiaanse architectuur van 1920-1960. Zoals in Libera's carrière geen breuken voorkomen, zo is ook de Italiaanse architectuur, anders dan de Duitse, een continuüm. Libera kreeg een gedegen academische architectuuropleiding in Rome en bekeerde zich eind jaren twintig tot het rationalisme. Maar een fanatiek rationalist werd hij nooit. Na de heftige kritiek van traditionalistische architecten op de door Mussolini geopende Tweede Tentoonstelling van Rationalistische Architectuur in 1931 besloot hij zich niet langer als voorvechter van het Italiaanse Nieuwe Bouwen te presenteren. In zijn werk is het classicisme altijd aanwezig gebleven en in de loop van de jaren dertig, toen het traditionalisme steeds meer de overhand kreeg in de Italiaanse architectuur, werd ook Libera's werk klassieker. Zijn Palazzo dei Congressi uit 1942 misstaat dan ook niet in de monumentale modern-classicistische wijk EUR in Rome, bedoeld voor de nooit gehouden Wereldtentoonstelling.

Professor

In 1943 trok hij zich terug om zich jarenlang te wijden aan de studie van de woningbouw. Het bleek een voorbereiding op de vooraanstaande rol die Libera zou spelen in de naoorlogse Italiaanse architectuur, alsof hij nooit een aanhanger van Mussolini was geweest. Zo ging dat in Italië. Tot zijn dood in 1963 was Libera architectuurprofessor in onder meer Florence en bouwde hij kerken, kantoren en bovenal woningen, waarbij hij vaak aansloot op regionale, traditionele bouwstijlen.

Het boek Adalberto Libera bestaat voor het grootste gedeelte uit een chronologische behandeling van Libera's oeuvre. Tekeningen, zwart-wit-foto's en korte, zakelijke beschrijvingen belichten zijn belangrijkste ontwerpen en gebouwen, zoals het schitterende Romeinse postkantoor (1934), de villa van de schrijver Malaparte op Capri (1940) en zijn Tuscolano-woningencomplex (1954) in Rome.

In de inleiding die hieraan voorafgaat, proberen Francesco Garofalo en Luca Veresani recht te doen aan alle kanten van het complexe oeuvre van Libera, maar het resultaat is een warrige opeenstapeling van suggesties, veronderstellingen en aanzetten, die al is afgelopen voor de lezer er erg in heeft. Bovendien veronderstellen de Italiaanse schrijvers wel erg veel voorkennis bij hun niet-Italiaanse lezers. Zo laten ze bijvoorbeeld na om even uit te leggen wat INA Casa betekent, de onder het fascisme opgerichte corporatie voor sociale woningbouw die na de oorlog nog jaren bleef bestaan. Maar gelukkig telt de inleiding slechts negen bladzijden en bevat de rest van het boek (bijna tweehonderd bladzijden) naast de uitstekende chronologische behandeling van gebouwen en ontwerpen ook nog een korte biografie, een oeuvrelijst en een bibliografie van Libera.