DRS. D. DE BRUYNE; Bescheidenheid en een brede visie

Vorige week zaterdag is drs. D. de Bruyne die jarenlang de oliemaatschappij Shell heeft geleid, op 72-jarige leeftijd overleden. Gisteren werd hij onder grote belangstelling in Den Haag gecremeerd.

De Bruyne was een sobere man die niet hield van de schijnwerpers van de publiciteit. In betrekkelijke stilte zette hij na zijn pensionering in 1982 als president-directeur van de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij en voorzitter van het comité van directeuren van de Koninklijke/Shell Groep, zijn werk voort als president-commissaris van Shell. In die periode trad hij alleen nog op de voorgrond door als voorzitter van de jaarlijkse vergadering van aandeelhouders in Den Haag de grote lijnen van het beleid te verdedigen. Tot hij vorig jaar zomer als president-commissaris werd vervangen door ir. L. van Wachem. Als topman van de Shell Groep kreeg De Bruyne jarenlang felle kritiek te verduren op Shells aanwezigheid in Zuid-Afrika.

Intussen was de econoom De Bruyne ook actief als voorzitter van de raden van commissarissen van Vendex, waar hij met een lastig conflict te maken kreeg, en van ABN Amro en als commissaris bij Heineken, Internatio-Müller, Nationale Nederlanden en Ocean Transport and Trading, de Thyssen-Bornemisza Groep en American Standard.

Niet alleen gedurende zijn 45-jarige carrière bij Shell werd De Bruyne ervaren als een stimulerende persoonlijkheid, met een brede heldere visie, die als geen ander hoofdzaken van bijzaken wist te onderscheiden. In 1982 werd hij benoemd tot commandeur in de Orde van Oranje-Nassau en een jaar later ontving hij een hoge Britse onderscheiding: Honorary Commander of the Order of the British Empire, vanwege zijn verdiensten op het gebied van de energievoorziening.

In 1945 trad De Bruyne in dienst van Shell op een financiële afdeling en leidde, zoals de meeste veelbelovende medewerkers in dat concern een zwervend bestaan door allerlei functies in het buitenland te vervullen. In 1974 keerde hij terug naar Den Haag waar hij directeur werd van de Koninklijke, om in 1977 benoemd te worden tot president-directeur. Zoals gebruikelijk bij Shell betekende dat ook het lidmaatschap van de overkoepelende topdirectie van de groep, en het voorzitterschap.

Behalve zijn bescheidenheid was een vriendschappelijke aanpak in de omgang en het overleg met collega's kenmerkend voor De Bruyne. Bij hardnekkige meningsverschillen kon hij voor iedereen aanvaardbare compromissen in de wacht slepen op punten waar anderen hadden gefaald. Zo'n oplossing verkoos hij boven het laten voortleven van interne problemen.