Draaien en lassen (5)

Na meer dan 37 uur praten en schorsen zijn ze “weer helemaal terug bij af”. Het werd vannacht allerminst met vreugde geconstateerd, maar de zestien onderhandelaars namens de metaalwerkgevers en de vakbonden konden er niet omheen. Welke tekstuele accrobatiek zij ook betrachtten, het schoot allemaal tekort om het gapende "WAO-gat' te dichten.

Het na vijf overlegrondes mislukt CAO-overleg in de metaal- en elektrotechnische industrie betekent voor de circa 1.000 betrokken bedrijven, met samen zo'n 200.000 werknemers, voorlopig extra onzekerheid. Op papier zijn er twee mogelijkheden. Na een afkoelingsperiode, al dan niet opgeluisterd met wat acties, schuiven de kemphanen wederom bij elkaar aan tafel, en sluiten alsnog een deal.

Of de "grootmetaal' gaat een CAO-loos tijdperk tegemoet. Dat is voor partijen die zijn ingesteld op het afsluiten van CAO's vanzelfsprekend geen aanlokkelijk perspectief, maar moet, zeker op korte termijn, de bonden toch het meest benauwen, omdat ze dan tegenover het "nul is nodig, nul is genoeg' van de werkgevers inderdaad met lege handen staan: èn geen WAO-reparatie, èn geen prijscompensatie, èn na de zomer (als de aan de huidige CAO gekoppelde VUT-afspraken expireren) ook geen VUT meer, terwijl ze onderkennen dat hun uiterste wapen - staken - onder de huidige omstandigheden zo goed als onbruikbaar is. Weliswaar zijn over loon en VUT deelakkoorden denkbaar, maar die markeren dan wel het einde van de bedrijftak-CAO voor de hele metaal- en elektrotechnische industrie.

Halverwege de avond - na een warme hap waavoor dit maal niet de afhaal-chinees hoefde te worden bezocht - zag het er niet naar uit dat het overleg zou stranden. Beide partijen beleden hardop hun liefde voor “een goede CAO” en tijdens de veelvuldige schorsingen werd druk overlegd over de interpretatie van elkaars tekstvoorstellen die beoogden de impasse rond het WAO-gat te doorbreken. Alleen de doorgewinterde exegeten vermoedden dat het overleg in feite muurvast zat.

Na de breuk werd meteen gespeculeerd over de overlevingskansen van de bedrijfstak-CAO in de grootmetaal. Al langer is het de FME een doorn in het oog dat in die CAO “steeds vaker maatschappelijke vraagstukken worden binnengesleept”, zoals de vorige voorzitter drs. J.C. Blankert het placht uit te drukken. Scholing, opleiding, werkloosheid, minderheden, gehandicapten, milieu, welzijn bij de arbeid, dat zijn allemaal respectabele onderwerpen, maar ze brengen “een steeds verdere verankering van de vakbeweging” in de onderneming met zich mee, meende hij.

Wat dat betreft is met het “volmondig nee” van de FME tegen een collectieve regeling ter compensatie van het WAO-gat in elk geval een duidelijke streep getrokken. En dat die opstelling vooralsnog gepaard gaat met het ontbreken van een CAO, levert minister De Vries (sociale zaken) in elk geval een zorg minder op. Hij hoeft de gevoelige kwestie, of afspraken over "bovenwettelijke aanvullingen' tussen FME en vakbonden ook opgelegd moeten worden aan niet bij de FME aangesloten werkgevers, niet aan te snijden. Want voorlopig staat het CAO-kartel in de grootmetaal stil.