Die passen houdt Klein wel in zijn benen; De wonderbaarlijke samenspraak tussen choreograaf Ed Wubbe en danser Keith-Derrick Randolph

Ed Wubbe maakte voor het Rotterdamse dansgezelschap Scapino het avondvullende abstracte ballet Perfect Skin, dat gisteren in première ging. De Amerikaan Keith-Derrick Randolph danst de hoofdrol. Anderhalve week voor de eerste voorstelling moest er nog een solo voor hem worden gemaakt. “Wubbe doet een pas, Randolph volgt hem alsof hij zijn gedachten leest. Er volgt een scharend stel armen, een draaiende voet, een zwiepende heup - alsof er niets anders kan bestaan.”

Buiten kleumen bestofte duiven tussen de hoge containers van een cementfabriek. Het geraas van het over de westelijke bocht van de Amsterdamse ringweg passerend snelverkeer dringt zo te zien niet door tot hun kopjes. Binnen het vuilwitte gebouwtje ertegenover klinkt luid een van de fiere viool-partita's van Johann Sebastian Bach. Ruim twintig dansers van het balletgezelschap Scapino denderen in looppas van de ene kant van de studio naar de andere en weer over de diagonaal terug. Bachs strakke ritme verleidt ze tot springpassen in een vaste maat. “Dat wordt sjokken,” zegt choreograaf Ed Wubbe tegen balletmeester Anne van Tol. “Ik wil dat ze echt rennen.” De dansers worden gemaand "door de muziek heen te rennen', en pas laat af te remmen, in de nu nog onzichtbare coulissen, "anders wordt het sloom'. De groep doet wat Wubbe vraagt: er wordt gespurt. De gevolgen? Botsingen, geschater en een glijpartij. “D'r zitten meisjes op spitzen tussen, Ed,” waarschuwt iemand. Nog een keer, nu in dichtere formatie en te beginnen op een andere tel in de muziek. En met grote grijnzen die gaandeweg uitgroeien tot de slappe lach. Wubbe heeft inmiddels zelf de giechels. Hij stort zich het gewoel in met het waggelloopje van Charlie Chaplin.

Eén danser lacht wel mee, maar hij heeft geen deel aan de keet. Keith-Derrick Randolph (New York, 1965) is gedoemd zich afzijdig te houden. Rennen is er voor hem niet bij. Hij is de voornaamste solist van Perfect Skin, het avondvullende ballet dat Wubbe creëert, en hij danst slechts sporadisch mee met de groep. Zijn "personage' is het enige verhalende element in de verder abstracte choreografie. Hij verbeeldt, vertelt Wubbe tussen de bedrijven door, "de menselijke factor' tussen driftige figuren die vooral vorm zijn. Zij maken, geholpen door hun kostuums (van Pamela Homoet), bijna deel uit van de spectaculaire decors die beeldend kunstenaar Hans Wap ontwierp. Randolphs bewegingen gaan in tegen de hunne. De groep reageert door hem voort te stuwen, weg te drijven of te omsingelen. Soms kopiëren ze hem, op een zeker moment conformeert hij zich ook aan hen en tenslotte kan hij ze benvloeden. “In het eerste deel ben ik eenzaam, in het derde deel voel ik me sterk,” zegt Randolph. “Over het deel daartussen moet ik nog met Ed praten, daar ben ik niet uit.”

Veel meer inhoud, duiding of betekenis zal ik niet veroveren. Perfect Skin is een constellatie van beweging, vorm en sfeer. Choreograaf en dansers schrikken er voor terug om het te benoemen of te duiden - in de wetenschap dat woorden altijd te kort zullen schieten waar bewegingen voldoen.

Poppedansjes

De eerste keer dat ik Randolph zag repeteren, oogde hij verloren. Vele malen werd de muziekband teruggespoeld en opnieuw aangezet, telkens weer moest de groep hem druk omstuwen tot hij in het midden van hun kring terecht was gekomen. Aanvankelijk voerde Randolph zijn bewegingen - gecompliceerde, aardse gebaren waar hij een adembenemende sierlijkheid aan weet toe te voegen - aandachtig uit. Maar na een herhaling of wat begon hij ze samen te vatten in de kleine gebaartjes waarmee dansers complete choreografieën kunnen reduceren tot poppedansjes. Tenslotte kwam hij niet meer van zijn plaats. Hij zat op de grond, zijn handen in de lubberende bovenboorden van zijn afgezakte beenwarmers. Om hem heen werd gedraaid, gevallen, getild, getold. Hij zag eruit als een kind in een vijandige schoolklas. “Ik ergerde me,” zegt hij later. “Ik moet die solo doen, ik moet tonen dat ik gemanipuleerd word. Maar ik zit in een draaikolk van benen en armen en vallende lichamen en niemand ziet me.”

Dat zal wel loslopen, verwacht ik. Van de keren dat ik Keith-Derrick Randolph op het podium zag, herinner ik me hoe hij als vanzelfsprekend de aandacht van het publiek trok. Ed Wubbe, behalve choreograaf sinds kort artistiek leider van Scapino, verbaast zich daar ook over: “Aan over-acten doet hij niet en extravert is hij evenmin. Toch dampt op het toneel de spanning al van hem af als hij alleen maar stilstaat.”

Arts

Keith-Derrick Randolph, kleinkind van jazz-musici en enige zoon van een danseres, zette in Harlem zijn eerste danspasjes op het podium toen hij vier was, in een voorstelling van het Afrikaanse muziektheater van de Nigeriaan Babatunde Olatunji, waar zijn moeder werkte. “Dat was niets bijzonders, er deden altijd kinderen mee,” zegt Randolph. “Mijn moeder bracht 24 uur per dag door in het theater, ik dus vaak ook.” Danslessen nemen was vanzelfsprekend, in alle stijlen en disciplines, en achteraf kan hij niet meer zeggen of hij zelf wilde dansen of dat hij het deed omdat zijn moeder dat verwachtte. Als jongetje zag hij zichzelf niet als danser, maar als arts of advocaat. Pas toen hij twintig was, en "als een zigeuner' zwierf van het ene Newyorkse gezelschap naar het andere, aanvaardde hij dat talent hebben verplichtingen schept.

Zijn leraar van dat moment was Benjamin Harkarvy, de man die aan de andere kant van de wereld aan de wieg had gestaan van het Nederlands Dans Theater. “Harkarvy zei: als je wilt dansen, zeg dat dan en doe het. Hij had gelijk. Ik wilde danser zijn, maar had over het hoofd gezien om dat serieus te nemen.”

Randolph deed auditie bij Maurice Béjart, "de droom van mijn vader'. Hij faalde, bevangen door de zenuwen zodra Béjart zijn hoofd om de deur stak. Een volgende auditie bracht hem naar Griekenland, waar hij twee jaar bleef. Daarna belandde hij in Nederland, na een groot aantal audities in heel Europa, waar "niemand me wilde hebben'.

Goot zijn moeder de danskunst in zijn aderen en spieren, een opvoeding in de muziek kreeg hij van zijn vader. Die vader diende geen muzen, hij was barkeeper, nachtwaker, bouwvakker, en ook eens "iets bij de politie'. Maar hij hield hartstochtelijk van klassieke, Afrikaanse en jazz-muziek, zong prachtig en speelde mooi gitaar, herinnert Randolph zich. Dankzij zijn vader neuriet hij nog altijd moeiteloos mee met talloze uiteenlopende klassieke composities. Moest hij naar bed dan las zijn vader geen verhaaltje, maar hij speelde en zong hem fragmenten voor uit het klassieke repertoire: “Nog steeds val ik soms pardoes bij een concert in slaap.”

Bach en Boem

De Partita's voor viool van J.S. Bach kende Randolph uit en te na, eer Wubbe er gedeelten van aangreep om Perfect Skin te choreograferen. Ze bezorgen hem nog steeds kippevel, zegt hij, hoe vaak hij ze nu in de studio heeft gehoord: “Die muziek gaat maar door en door en door, en steeds gebeurt er iets: soms lijkt het of je een rockgitaar hoort. Het is zo mooi, zo sterk, zo "dansbaar' ook, met al die in elkaar gevlochten lijnen.” Wubbes ballet biedt volgens Randolph tegenspel aan de Partita's: “Niet elke noot krijgt een stap en zag je net die maaiende armen? Die volgen alles behalve de muziek.”

“Om Bach kun je niet heen, dat maakt het choreograferen zo moeilijk,” verklaart Wubbe desgevraagd. Hij presenteerde in verschillende Scapinovoorstellingen vorig jaar al grote gedeelten van Perfect Skin en werd voor deze onderdelen al genomineerd voor de Choreografie/Produktieprijs 1992 van de van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecteuren. Nu maakt Wubbe uit deze delen een avondvullende voorstelling - een unieke gebeurtenis voor de abstracte danskunst. Wubbe besloot af te zien van een hele avond Bach. Het werd hem te mooi, te eenvormig, te glad. Hij liet de Bach-fragmenten voor het middengedeelte vallen en vroeg het moderne Rotterdamse componistenduo Paleis van Boem (Martin Vonk en Jaap de Weijer) om aanvullende muziek. Het werd een ruig stuk, vol woedende, schurende klanken, waarop Wubbe zijn danseressen ineens zonder uitzondering op spitzen laat aantreden. Spitzen zijn ooit uitgevonden om het publiek de indruk te geven dat ballerina's zweven, maar Wubbe laat ze er in neerwaartse bewegingen op tekeer gaan, alsof ze hun voeten willen vastschroeven. Wubbe: “Bach en Boem hebben niets met elkaar te maken. En toch vind ik het mooi, die twee werelden met de dansers als constante factor. In hen wil ik laten zien wat Bach en Boem verbindt: hoe heel weinig elementen heel veel radicaal verschillends op kunnen leveren.”

Het duurt nog maar anderhalve week tot Perfect Skin in première gaat. Wubbe zondert zich in een kleine studio af met Keith-Derrick Randolph om "een begin te maken' voor een nog ontbrekende solo in het derde deel van Perfect Skin, op Bachs Partita "Tempo di Borea'. Ik mag mee en ben getuige van een wonderbaarlijke samenspraak. In het uurtje dat hen ter beschikking staat is het of Wubbe, geprikkeld door Bachs muziek, bewegingen lossnijdt die allang rondzweefden in dit naar oud zweet geurende zaaltje. Hij doet een pas, Randolph volgt hem alsof hij zijn gedachten leest. Er volgt een scharend stel armen, een draaiende voet, een zwiepende heup - of er niets anders kan bestaan. Of toch: "die hand hoort daar, voor je gezicht, anders...' zegt Wubbe. Ze overleggen, maar geen van beiden maakt ooit een zin af, want eerder dient de juiste beweging zich aan. "Voilà' roept Wubbe dan. Of er een belofte wordt ingelost, niet triomfantelijk. Randolph, op wiens gezicht ik voor het eerst in meer dan een week vermoeidheid zie, lacht een kleine lach. Genoteerd wordt er niets. “Die passen houdt Keith wel in zijn benen,” verzekert Wubbe.

Lange armen

Vier jaar geleden, toen hij bij Scapino kwam, werkten ze al zo snel, vertelt Randolph. Zijn eerste Wubbe-solo, voor Nisi Dominus (1989), kwam tot stand in anderhalf uur. “Ed is een rare beweger. Soms vind ik wat hij bedenkt onbegrijpelijk, maar ik houd mijn mond. Ik doe het een paar keer en dan werkt het soms toch: wat je als danser voelt is niet altijd de waarheid.” Ik vraag waarom Wubbe hem zo goed vindt. Randolph laat zwaar een spottende arm op de tafel vallen: “Ik weet dat hij gek is op mijn armen.” Wubbe beaamt dat later: “Zonder die merkwaardig lange, expressieve armen van hem had Nisi Dominus er volslagen anders uitgezien. Keith is een soort alien met een puur en aards voorkomen. Hij danst van top tot teen, op leven en dood. Details vormt hij om tot iets groots. Wat hij doet, ziet er altijd goed uit en dat maakt het moeilijk om andere bewegingen van hem los te krijgen: je bent geneigd om zijn idioom zonder slag of stoot te benutten.”

Dat Randolph desondanks in heel Europa vergeefs auditie deed, verwondert Wubbe niet: “Hij had een grote achterstand in klassieke techniek opgelopen. Maar Nils Christe (toentertijd artistiek leider, JR) en ik vermoedden wat er in hem schuil ging, dus we namen het risico.” Randolph, op wiens lijstje Scapino onderaan stond, omdat hij dacht dat het een kindergezelschap was: “Ik ben geen virtuoos. Van mij hoef je geen honderd pirouetten te verwachten of andere trucs. Maar ik kan mijn zwakke punten opvangen.” De achterstand werd ingelopen en Randolph danste het afgelopen seizoen mee in het puur klassieke sprookjesballet De Notekraker, dat Scapino sinds jaar en dag in de kersttijd uitvoert. Toegegeven, de passen werden voor hem een ietsje gemoderniseerd, maar hij vervulde vijfendertig maal "met mijn grote voeten in zo'n witte maillot' de rol van de "Koningmuis'. Want zo noemt Randolph de Muizenkoning steeds in zijn overigens meer dan voldoende Nederlands. Als het aan hem ligt, "doet' hij ooit nog eens de klassieke Romeo “een zwarte Romeo tegenover een oriëntaalse Julia, bijvoorbeeld.” En Roodbaard in Het Zwanenmeer: “Een echte karakterrol, een gemenerd in een groots kostuum.”

Echo van dijen

Een week voor de première betreed ik behoedzaam de studio, halverwege een hartverscheurend duet dat zich losmaakt uit de groepsgewijze golven beweging. Bachs muziek zweept het stel voort, dat sensualiteit laat versmelten met afstand en ingehouden emotie. De choreografie dwingt de jongen op de grond, zijn hoofd iets opgelicht, in zijn handen nog een echo van dijen, billen en rug van zijn partner. Zij moet haar voet dicht langs zijn gezicht laten bliksemen, in een draai op weg naar weg van hem. Dat doet ze, en pats! de jongen incasseert een trap tegen zijn slaap die hem bijna knock out slaat.

Er volgt een verwarde repetitie met de hele groep. Randolph protesteert, voor het eerst, dat hij te weinig ruimte krijgt en Wubbe drukt de andere dansers op het hart dat ze Randolph moeten opjagen, niet overspoelen. Randolphs solo laat hem met zijn handen achtereenvolgens zijn knieën, heupen, wangen, ogen en mond afdekken. De groep imiteert dat, en moet het blijven herhalen, wat benen en lichamen verder ook doen. Vele malen moet het over, eer Wubbe tevreden is. Een danser laat zijn over zijn gezicht zwervende handen tersluiks naar zijn strot grijpen.

Na afloop leest Randolph misschien de ongerustheid in mijn gezicht: hoe moet dit ooit op tijd klaar zijn? “Ed is zo abstract,” zal hij later verklaren, “die moet je nu en dan in een hoekje slepen om een idee te veroveren van wat hij nu eigenlijk van je wil. Bovendien veranderen zijn ideeën heel snel. De bewegingen blijven gelijk, maar krijgen van hem telkens een andere lading en moeten steeds anders worden uitgevoerd. Toen we net met Perfect Skin waren begonnen, dacht hij dat ik me onafgebroken op een soort berg zou bevinden. Daarna werd ik een man in een business suit in een museum. Toen moest ik aan een touw, toen op een stoel. Die stoel werd een rolstoel en verdween vervolgens weer, net als dat nette pak. Inmiddels zijn we terug waar we begonnen: ik beweeg me temidden van een groep die me wil manipuleren. Nu heb ik via via gehoord dat ik misschien, op een dance belt na, naakt moet dansen. Daar moet ik Ed over aanspreken, want ik voel er niets voor. Jij hebt die solo's gezien. Die kan ik toch niet naakt doen?”

“Hij draagt een kort zwart tricot,” verzekert Wubbe me de volgende dag. “Naakt is onmogelijk. Dat zou toch veel te anekdotisch zijn?”

Zes dagen voor het Rotterdamse Schouwburgpubliek plaats zal nemen voor de eerste voorstelling van de definitieve versie van Perfect Skin, voeren de dertig Scapinodansers een doorloop uit van het derde deel. Er zitten technici te kijken, een videocamera registreert. Wubbes gezicht staat strak van spanning, Randolph plant er een bemoedigende klapzoen op. De dansers nemen hun plaatsen in, de betreffende Partita van Bach wordt gestart. Ik zie de groep zich samenballen en uiteenvallen, ik zie hoe er duetten of trio's uit voortkomen en hoe de eenlingen weer terug worden gezogen. Ik zie hoe Keith-Derrick Randolph beheerst wordt en steeds meer gaat heersen. Hij duikt op en verdwijnt in de menigte, die bijvoorbeeld laat zien dat rennen wordt bepaald door kracht, niet door maat. Ineens is Randolph zichtbaar in een ruime kring loom vallende en zich oprichtende lichamen. Maar ook toen hij even voor het oog verloren was, bestond hij.

Scapino voert Perfect Skin vanavond uit in de Stadschouwburg in Arnhem en morgen in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Daarna is het in nog dertien steden te zien.