Ballet Ed Wubbe: heel hoog, heel veel, heel ver

Voorstelling: Perfect Skin. Scapino Ballet Rotterdam, choreografie Ed Wubbe, muziek J.S. Bach en Het Paleis van Boem. Gezien 25/2 Rotterdamse Schouwburg. Nog te zien 26/2 Arnhem, 27/2 Amsterdam, 2/3 Kerkrade, 7/3 Den Haag, 9/3 Alkmaar, 10/3 Eindhoven, 11/3 Utrecht; daarna tot 27/3 tournee.

Nieuw en niet nieuw is het programma Perfect Skin waarmee het Scapino Ballet Rotterdam tot eind maart door het land trekt. Het uit drie delen bestaande ballet, gemaakt door Ed Wubbe werd immers al eerder in aparte onderdelen ten tonele gebracht. Al was van meet af aan de bedoeling ze tot één avondvullende produktie te smeden, waarin de rode draad gevormd wordt door composities van Johan Sebastiaan Bach en de decorontwerpen in zwart-witte, strakke en golvende lijnen van beeldend kunstenaar Hans Wap. Er zijn wat veranderingen aangebracht, onder andere in kostumering die nu ook geheel zwart-wit gehouden is en in de toevoeging van speciaal gecomponeerde muziek van het Paleis van Boem. De eerste twee delen hebben dezelfde laboratoriumachtige kwaliteit behouden en bieden een overdadige hoeveelheid van beweging die erop uit lijkt te zijn te onderzoeken hoe hoog en wijd gespreid de benen wel kunnen, hoeveel armbewegingen een mens per seconde kan maken, hoe ver een lijf naar voren en naar achteren kan draaien en kronkelen in de heupen. En dat alles "gedaan' door een grote groep dansers blijkt dan heel hoog, heel veel en heel ver te zijn. De nu toegevoegde letterlijk en figuurlijk harde muziek benadrukt het mechanische, bijna robotachtige effect van uitstekend getrainde wezens die en masse als zich over de kop werkende mieren een ruimte vullen. Het is allemaal heel knap van constructie en uitvoering, maar ik blijf het toch allemaal te veel van hetzelfde vinden. Zelfs in de soli, duetten en trio's. Eigenlijk had ik verwacht dat Wubbe de gelegenheid aangegrepen had om een betere balans aan te brengen; in zijn overvloedig materiaal gewied zou hebben, een rustpunt aangebracht, waardoor die twee eerste delen een grotere zeggingskracht en variatie hadden gekregen. Het derde deel, waarin veel van de bewegingen uit de eerste twee delen terugkomen, heeft juist wèl dat evenwicht. Daar valt alles op zijn plaats. Daar worden de mieren mensen, daar gaat het niet alleen om het ritme, maar ook om de melodie en ontstaat er een intrigerende, meeslepende choreografie, waarin Charlotte Baines Eytan Sivak en Keith-Derrick Randolph als juwelen schitteren.