Afscheid van VUT blijft Akzo achtervolgen; Bonden eisen extra geld voor oudere werknemers

ARNHEM, 26 FEBR. Akzo schreef vorig jaar geschiedenis. Het bedrijf haalde de vakbonden over de collectieve VUT af te schaffen. Het heette een doorbraak. Een jaar na dato zijn de vakbonden nog niet bekomen van de klap. In het CAO-overleg voor dit jaar eisen ze van het chemieconcern meer geld om de gevolgen te verzachten.

Hoeveel extra geld de bonden verlangen, weten ze niet. De ontreddering is groot. Knarsentandend ging ze begin vorig jaar door de bocht: tussen 1997 en 2006 wordt de VUT (nu nog bij 62 jaar) bij Akzo geleidelijk afgeschaft. Daarvoor in de plaats komt een "individueel uittredingsrecht', wat inhoudt dat de werknemers vanaf hun 60ste mogen stoppen. Maar dat moeten ze dan wel zelf betalen, bij voorbeeld door ervoor te sparen en "vroegpensioen' op te bouwen.

Het heeft een jaar geduurd voordat de fall out van het VUT-besluit doordrong. “Men is enorm boos. Gaandeweg is gebleken dat er enorme bedragen moeten worden vrijgemaakt om in de toekomst bij Akzo nog vervroegd te kunnen uittreden”, zegt bestuurder B. Roodhuizen van de Industriebond FNV, die het naderend einde van de VUT bij Akzo vorig jaar tegenstribbelend slikte. “Akzo moet meer compensatie bieden”, zegt ook onderhandelaar R.C. van Baalen van de vakbond voor hoger personeel, VHP Akzo. Hij had destijds wat minder moeite met het afscheid van de VUT, maar zegt dat ook zijn leden “geweldig zijn geschrokken van de financiële consequenties”.

In het komend CAO-overleg (te beginnen op 10 maart) willen de bonden meer geld van Akzo lospeuteren, zo blijkt uit de voorstellen die dezer dagen worden uitgewisseld. Niet om het besluit van vorig jaar helemaal terug te draaien, maar wel om “een zachtere landing te maken”, zoals Van Baalen het noemt. Met name voor de werknemers die nu tussen de 40 en de 55 jaar zijn zou wat extra's moeten gebeuren, omdat ze te oud zijn om nog een betaalbare regeling te treffen die het alsnog mogelijk maakt om op 62- of 63-jarige leeftijd met werken te stoppen. “Het idee dat voor deze categorie werknemers de VUT haalbaar is als ze er maar zelf voor sparen, is gelogenstraft door berekeningen van verzekeringsmaatschappijen”, aldus Roodhuizen, die zegt dat de individuele premies dan oplopen tot om en nabij de 15 procent van het bruto loon.

Directeur dr. A. van Es van Akzo Nederland onderkent dat zich “knelpunten” kunnen voordoen bij de overgang van de collectieve VUT naar het individuele uittredingsrecht. “We zijn bereid daar aandacht aan te schenken, op voorwaarde dat oplossingen passen binnen de afspraken van vorig jaar.” Die hielden onder meer in dat Akzo vanaf 1997 een deel van zijn VUT-besparingen zal aanwenden voor compensatieregelingen. In het eerste jaar zou het daarbij gaan om een bedrag van om en nabij de 10 miljoen gulden. Over de verdeling van deze “vrijvallende middelen”, desnoods aangevuld wat extra's, valt met Akzo te praten, zegt Van Es. “Maar het mag niet zo gaan dat het oude VUT-denken toch weer wordt bestendigd.”

De Akzo-directeur beklemtoont dat het chemiebedrijf “de vernieuwende koers” die met de arbeidsvoorwaarden in 1988 werd ingeslagen wil voortzetten. In dat jaar werd het recht op scholing in de CAO vastgelegd. Vervolgens werd in 1990 de mogelijkheid geopend verlofdagen (ontstaan wegens arbeidstijdverkorting) bij te kopen of juist te verkopen. En ten slotte ging dus vorig jaar de VUT op de helling.

Directeur arbeidszaken van Akzo Nederland, R.W.P.A.M. de Leij, kondigt aan dat het overleg met de bonden wat Akzo betreft de komende jaren in het teken van “verdere flexibilisering” zal staan. De versoepelde regelgeving rond arbeidstijden is hem “nog veel te betuttelend”. “Waarom moet je werknemers verhinderen een contract te sluiten op basis van 40, 42 of 45 uur werken per week? Waarom moet je verhinderen dat ze bij voorbeeld alleen in het weekeinde twee keer 12 uur werken, of alleen nachtarbeid doen, als ze daar zelf de voorkeur aan geven?”

Als opstap naar verdere flexibilisering voert De Leij voor dit jaar twee oude Akzo-wensen op: uitbreiding van de mogelijkheid verlofdagen te kopen of verkopen, en introductie van prestatiebeloning. Afgelopen jaren keerden de industriebonden van FNV en CNV zich hiertegen, maar Akzo wil proberen ze dit jaar alsnog te vermurwen.

Twistpunt wordt ongetwijfeld ook de door alle vier betrokken bonden verlangde compensatie voor de verlaagde uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid (WAO). Akzo wil niet verder gaan dan het afsluiten van een aanvullende verzekering, mits dat gebeurt op basis van vrijwilligheid voor de werknemers en zij de kosten geheel voor eigen rekening nemen. Het bestaande regime van bovenwettelijke uitkeringen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid wil Akzo “ombuigen” naar beleid dat meer is gericht op preventie ziekte en op verbetering van arbeidsomstandigheden.

Ten slotte het loon. De oude CAO, die op 1 april afloopt, voorzag in een loonsverhoging op 1 januari van 1,2 procent. Meer acht Akzo in de loop van dit jaar “onnodig en in strijd met het belang van werkgelegenheid”. Per arbeidsplaats stegen de gemiddelde loonkosten vorig jaar met 7,2 procent door lonen, promoties, periodieken en premies. Toch liep het totaal van alle loonkosten met "slechts' 0,7 procent op. Het verschil zit in een forse vermindering van het aantal werknemers, dat in Nederland voor het eerst in Akzo's 24-jarige geschiedenis onder de 20.000 dook. Het concern boekte wereldwijd “een bevredigend resultaat” met 3 procent stijging van de netto winst tot 712 miljoen gulden.