Wallonië bestaat, maar leeft nog niet

De Belgische boedelscheiding heeft Wallonië zelfstandigheid gegeven. Van een Waalse identiteit is geen sprake, wel is er een hoofdstad: Namen.

NAMEN, 25 FEBR. “Wallonië leeft, Wallonië werkt, Wallonië werkt samen en dat geeft hoop”. Hoofdredacteur Jean Guy van het socialistische dagblad Le Peuple steekt het enthousiasme voor zijn regio niet onder stoelen of banken. Japanse, Italiaanse, Duitse en Franse ondernemingen hebben de voorbije twaalf maanden al ongeveer 70 miljard frank (bijna 4 miljard gulden) in Wallonië geïnvesteerd, juichte de hoofdredacteur eerder deze maand als gastschrijver in het Vlaamse dagblad De Standaard.

Dat Wallonië steeds meer bekend raakt in de wereld is voor een belangrijk deel de verdienste van zijn minister-president, Guy Spitaels, jarenlang alleenheersende voorzitter van de machtige Parti Socialiste. "Spit', zoals hij bewonderend wordt aangeduid, verbaasde vorig jaar vriend en vijand door te kiezen voor Wallonië in plaats van een ministerspost te ambiëren in de nationale regering. Sindsdien heeft de minister-president, vanuit zijn residentie in de Waalse hoofdstad Namen, al "staatsbezoeken' gebracht aan Mexico, Canada en recentelijk nog Frankrijk. Spitaels onderhandelt rechtstreeks met de Europese Commissie over EG-ontwikkelingssteun voor de arme provincie Henegouwen.

Dat Wallonië zelf zijn buitenlandse beleid in handen neemt is het logische gevolg van de boedelscheiding waarmee de Belgen nu al enkele decennia in etappes bezig zijn. Het voortvarende optreden van Spitaels laat zien dat de Waalse minister-president de toenemende zelfstandigheid van zijn gewest serieus neemt, zoals zijn Vlaamse tegenvoeter Luc van den Brande zich steeds nadrukkelijker manifesteert als de representant van het gewest Vlaanderen. De werknemers van het met ondergang bedreigde DAF kunnen daar over meepraten.

Toch is er een groot verschil tussen Van den Brande en Spitaels - en niet alleen karakterologisch. Van den Brande is regeringsleider van een echt land in spe, met de behoefte aan duidelijk afgebakende grenzen, met een gemeenschappelijke geschiedenis en een samenbindend cultuurbesef. Spitaels is de "baas' over een gewest, dat wordt gevormd door een aantal uiteenlopende subregio's met weinig onderlinge samenhang. Een gewest met een geschiedenis die vooral wordt gekleurd door de arbeidersstrijd in de Borinage en in de Luikse staalindustrie en die niet of nauwelijks is te herleiden tot een saamhorigheidsgevoel van één Waals volk.

Pag 4: Nog geen nationale feestdag; De Vlamingen willen een aparte staat, de Walen niet

Zo hebben de Vlamingen een echte nationale feestdag: op 11 juli, de verjaardag van de Gulden Sporenslag in 1302, toen de troepen van de koning van Frankrijk werden verslagen. De Walen kennen niet zo'n nationale herdenkingsdag. Voor hen is de Dag van de Arbeid op 1 mei de belangrijkste nationale feestdag.

“Le peuple Wallonie n'existe pas (het Waalse volk bestaat niet), vindt zelfs de bekende Waalse activist José Happart. Althans niet in de etnische betekenis van het woord. Wallonië is een mozaïek van volkeren, een mengeling van authentieke Walen, van inwijkelingen uit Vlaanderen die in de mijnen en in de staalindustrie kwamen werken, van Italianen en van Marokkanen”, legt Denise van Dam uit, wetenschappelijke medewerker aan de katholieke universiteit van Namen en publiciste over Wallonië.

Volgens haar hebben Walen een fundamenteel andere kijk op de inrichting van de maatschappij dan de Vlamingen. “Denken in termen van "één volk' beschouwen de Walen al snel als eng-nationalistisch. Vlamingen spreken over een natie. Walen zullen nooit spreken over een natie, maar over een Waals gewest. Vlamingen willen een aparte staat, Walen willen geen aparte staat. Ze spreken over een regio: Wallonie, région d' Europe.”

Het verheffen van Wallonië tot een Europese regio is in feite een vlucht naar voren, een noodgedwongen vlucht uit de unitaire staat België waarin de Vlamingen veruit in de meerderheid zijn. Door het voortdurende aansturen van Vlaanderen op autonomie, worden de Walen min of meer gedwongen om te antwoorden, zegt Van Dam. “Walen hebben altijd gereageerd op de anderen. De Waalse beweging is ontstaan als reactie op de Vlaamse beweging. Door het streven naar federalisering is men nu eigenlijk verplicht om te zoeken naar een alomvattend maatschappelijk project waarmee de verschillende identiteiten van de subregio's worden overbrugd. Daarom schaart men zich achter het project: Wallonie, région d'Europe.”

Van Dam, die is geboren en opgegroeid in de buurt van Antwerpen, meent dat in Vlaanderen een volstrekt achterhaald beeld over Wallonië bestaat - het beeld van een gewest waar de vakbonden het voor het zeggen hebben en waar niets gebeurt. Ook professor Jean-Charles Jacquemin, hoogleraar economie aan de Namense universiteit en oprichter van de Groupe d'Economie Wallone, constateert dat die vooroordelen bestaan, zelfs in Wallonië zelf. Of dat er op zijn minst sprake is van een gebrekkige kennis over de eigen samenleving. “Wij weten zelf niet goed wat Wallonië nu precies is. We hebben een wat impressionistische blik”.

In het onderwijs wordt weinig tot geen aandacht besteed aan het specifieke van de geschiedenis van Wallonië. Er bestaat wel een Franstalige (Brusselse) pers, maar er zijn geen echte Waalse kranten. Studenten hebben daardoor vaak een door de buitenwereld, door de Vlaamse politici en pers getekend en vertekend beeld van Wallonië - en dat is doorgaans een negatief zelfbeeld, zegt Jacquemin.

Een treffend voorbeeld daarvan is, volgens de hoogleraar, de huidige discussie over de sociale zekerheid in België. Vlaamse politici verwijten de Walen dat zij veel te ruimhartig gebruik maken van sociale voorzieningen en de rekening daarvoor bij de Vlamingen op tafel leggen. Verderfelijke propaganda, meent Jacquemin. “Er zijn transferts van noord naar zuid in de sociale zekerheid, maar de cijfers worden aan Vlaamse zijde sterk overdreven. Het is voor de eerste keer dat daar nu ook aan Waalse zijde wetenschappelijke studies naar komen.”

Jacquemin ontkent dat hij zich met zijn "denktank' van Waalse economen begeeft op politiek terrein. “Als u het politiek wilt noement, is het politiek in de nobele betekenis van het woord. Als wetenschappers moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en objectieve gegevens aandragen. Als er in de sociale zekerheid sprake is van onverklaarbare uitgaven, dan moet je natuurlijk de controle verbeteren of het beheer doelmatiger maken. Maar dat is wat anders dan de Walen collectief verdacht te maken, zoals nu gebeurt. We willen niet de paria's van België worden.”

In zijn ruime werkkamer op de bovenste verdieping van het moderne stadhuis in het centrum van de stad maakt burgemeester Jean-Louis Close van Namen niet bepaald de indruk een paria te zijn. Namen werd in het begin van de jaren tachtig gekozen tot hoofdstad van Wallonië, en de afgelopen jaren is Close er gewend aan geraakt om af en toe ambassadeurs op het stadhuis te ontvangen, die een bezoek brengen aan de Waalse regering.

Van de zeven ministeries die samen de regering van het Gewest Wallonië vormen, zijn er nu nog maar drie in Brussel te vinden. Binnen twee, drie jaar zullen ook zij verhuisd zijn naar de Namense deelgemeente Jambes, waar de Waalse regering is gevestigd. Dit jaar nog zal ook de spade de grond in gaan voor de bouw van een nieuwe behuizing voor het Waalse parlement. De Waalse volksvertegenwoordigers, nu nog vergaderend in de oude Handelsbeurs, komen op een bijzondere plek te zitten: op een landtong waar Maas en Sambre samenvloeien en waar nu nog auto's staan geparkeerd.

Dat Namen niet de hoofdstad is van een echte natie, deert de 45-jarige Close absoluut niet. Het probleem van de Waalse identiteit is voor hem een non-probleem. Wallonië bestaat omdat je nu eenmaal een administratieve structuur nodig hebt met een centrum waar het bestuur is gevestigd, zegt de burgemeester. “Mijn grootvader van moederskant was kolonel in het Franse revolutieleger. Mijn grootouders aan vaderskant komen uit Luxemburg en Duitsland. België is ontstaan als een kunstmatige staat, bedoeld als buffer tegenover Frankrijk. Wallonië is altijd een "pays de passage', een doorgangsland, geweest”, relativeert hij de betekenis van de zoektocht naar de Waalse identiteit.

Als modern manager probeert burgemeester Close zijn stad en de omgeving zoveel mogelijk te laten profiteren van de status van hoofdstad. Zo richtte hij de stichting NEW (Namen, Europa, Wallonië) op. Daarin werken overheid, bedrijfsleven en particuliere verenigingen samen, bijvoorbeeld om de aantrekkelijkheid van Namense regio - “op de groeilijn Brussel-Luxemburg” - bij buitenlandse investeerders onder de aandacht te brengen.

Ook onderhoudt Namen nauwe kontakten met een aantal regionale hoofdsteden in het buitenland, zoals Northampton, Poitiers en Coimbra. Een Nederlandse naam ontbreekt nog in het internationale netwerk van samenwerking. “Misschien weet u er een”, glimlacht de burgemeester.