Vrijage Dasa met Taiwanezen brengt Fokker in de knel

ROTTERDAM, 25 FEBR. De toenadering tussen de vliegtuigbouwconcerns Deutsche Aerospace (Dasa) en Taiwan Aerospace, die gisteren bekend werd in Taiwan, vormt een bedreiging van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker. Als Dasa en de beoogde Taiwanese partner inderdaad op een gegeven moment een joint venture sluiten, komt de positie van de huidige en toekomstige Fokker-toestellen in gevaar.

Op het eerste gezicht zijn de samenwerkingsplannen van de Duitsers en de Taiwanezen nogal vaag . “Vertegenwoordigers van beide ondernemingen hebben zich bereid verklaard om samen te werken als de kans zich voordoet, maar niets is zeker en wij hebben geen op korte termijn geen plannen voor gesprekken”, meldde vice-president Chu Shing van Taiwan Aerospace's gisteren aan het persbureau Reuters. Tegelijkertijd is het wel opvallend dat wordt gesproken over een ingrijpende samenwerking in de vorm van een joint venture. Dat gaat dus aanzienlijk verder dan een uitbestedingsopdracht of een licentie-bouw.

De sleutel voor de Duits-Taiwanese verlovingsplannen ligt in Groot-Brittannië bij British Aerospace (BAe). Het Britse defensie-concern, dat gisteren een recordverlies van 3,2 miljard gulden meldde, is bezig met een drastische reorganisatie van de divisie civiele vliegtuigen. Volgens de gisteren gepubliceerde jaarcijfers heeft die divisie in 1992 bijna 900 miljoen gulden verlies geleden.

Onderdeel van die reorganisatie is een joint venture met Taiwan Aerospace, die vorig jaar voor een bedrag van 140 miljoen pond werd begonnen. De Britten en Taiwanezen produceren voortaan gezamenlijk de middelkleine BAe-toestellen voor de kortere afstanden. Deze zogeheten RJ-serie, die onder de vooroorlogse naam Avro wordt geproduceerd, valt in hetzelfde segment als de 100-zitter F100.

De Avro-groep is echter nog op zoek naar een derde partij in de joint venture, om de huidige kosten te delen en om een nieuwe generatie vliegtuigen in dat segment te ontwikkelen. In een brief van 23 januari dit jaar schreef de verkoop-directeur (senior vice-president) van BAe, Trevor Hall: “De joint venture zal in 1993 actief op zoek gaan naar andere belangrijke partners voor deze onderneming en om een consortium op te zetten voor de ontwikkeling van de volgende generatie regionale straalvliegtuigen”.

Op het ogenblik lijkt Dasa dus de uitverkorene om de produktie van de huidige Avro-vliegtuigen financieel te ondersteunen en bij te lappen voor de bouw van de toekomstige. Voor Fokker die in het Dasa-concern als een halve dochter een volstrekt ondergeschikte rol krijgt, zijn beide opties onaantrekkelijk. De vliegtuigen die Fokker nu bouwt en straks wil bouwen, overlappen namelijk volledig het Brits-Taiwanese segment.

De Avro-toestellen beslaan de BAe-vliegtuigen RJ 75, RJ 85, RJ 100 EN RJ 115, ofwel de toestellen met 75 tot 120 zitplaatsen. Fokker bouwt op dit moment de 50-zitter F50 en de 100-zitter F100, terwijl de F70 (70 zitplaatsen) en de F130 (130 stoelen) in de maak zijn. Ervan uitgaande dat de F50 het in het Dasa-concern niet zal redden tegen concurrent ATR 42 - gedeeltelijk een Dasa-toestel - zit Fokker in de rij van 70 tot 130 stoelen.

Het is volgens luchtvaartdeskundigen onwaarschijnlijk dat Dasa èn meebetaalt aan de Avro-vliegtuigen èn de nagenoeg eendere vliegtuigen van Fokker in stand houdt dan wel ontwikkelt. Dat betekent waarschijnlijk dat de F100, die nu in grote hoeveelheden onverkocht bij vliegveld Woensdrecht staat, wel de bestaande orders kan afwikkelen maar daarna een zachte dood sterft. Helemaal onwaarschijnlijk is dat Dasa dan geen honderden miljoen uittrekt voor de F70 en de F130, de nog op stapel staan.

Fokker kan zich tegen een dergelijk scenario niet wapenen. De voorwaarde in de vorig jaar juli gesloten overeenkomst met Dasa dat Fokker in het genoemde segment de lead company en master of the process wordt, is daarvoor niet sterk genoeg gezien de toevoeging dat Fokker dat proces wel "controleert' maar niet "noodzakelijkerwijs uitvoert'. De positie van Fokker wordt verder verslechterd door de stagnerede afzet van het paradepaad F100.

De vraag is dan waarom Dasa dan nog geld stopt in Fokker als de toestellen op den duur toch moeten verdwijnen. Het antwoord kan zijn dat Dasa met de overname van Fokker een concurrent uitschakelt in samenwerking met zijn Airbus-partners Alenia en Aerospatiale en nu dan met BAe. Een investering van een half miljard gulden is niet extreem hoog voor een dergelijke sanering van de wereldwijd kwakkelende vliegtuigbouw.