Tuinieren bij de centrale verwarming

Dat een tuinier 's winters niets te doen heeft is een fabeltje. Het opstellen van een beplantingsplan kost meer tijd dan het wieden van onkruid in een warme en vochtige zomer. Maar het geeft je wel immens veel plezier.

Wie door de prijsvraag voor Inez' Lusthof in het Zaterdags Bijvoegsel van 13 februari is geïnspireerd om zelf de schop ter hand te nemen, doet er goed aan op papier te beginnen. Sinds een jaar of vijf is er een groot aanbod van Nederlandstalige boeken op tuingebied, ook over het ontwerpen en aanleggen van tuinen. Er is enige ervaring nodig voor het "vertalen' van een plattegrond in driedimensionale beelden, maar in de meeste boeken wordt zowel het ontwerp als de reële situatie (na enkele jaren) afgebeeld. Ook wie een tuinarchitect of hovenier in de arm wil nemen doet er goed aan zich eerst te oriënteren. Dat een tuinier 's winters niets te doen heeft is een fabeltje, want tuinieren betekent niet alleen beloond worden met lichamelijke inspanning of pijnlijke knieën. Ik besteed aan een beplantingsplan meer tijd dan aan het wieden van onkruid in een warme en vochtige zomer. Tientallen vragen spoken door mijn hoofd: Op welke plaats moet er in welke maand iets bloeien, in welke kleur en op welke hoogte? Verdraagt de uitgekozen plant of struik wel de grondsoort in mijn tuin?

En omdat niet elke planten- en zadencatalogus is voorzien van plaatjes of uitgebreide groeivoorwaarden, moeten de ontbrekende gegevens elders worden opgezocht. De zadenlijst van Cruydt-hoeck bijvoorbeeld, bevat meer dan achttienhonderd namen van planten (alle thuis uit zaad op te kweken!) en maar circa zestig tekeningen, dus voor de afbeeldingen moet eindeloos worden gespeurd in verschillende naslagwerken. Natuurtalenten die - met prachtig resultaat - in het voorjaar de tuin inlopen, hier en daar impulsief wat verzetten, met gulle hand in haast gekochte zaden strooien en 's zomers de kale plekjes bedekken met potten bloeiende eenjarigen, benijd ik niet, want zij ontberen het immense plezier van de voorbereiding.

Het vroege voorjaar is bij uitstek geschikt voor het grove tuinwerk. Terrassen en paden aanleggen of herstellen, schuttingen en hekken repareren, vijvers schoonmaken en de moestuin omspitten. Bomen en heesters in hun rustperiode kunnen, als het weer zacht is, worden verplaatst. Dit geldt niet voor winterbloeiende struiken zoals de winterjasmijn of de mahoniestruik, en ook niet voor coniferen. Er is bij het opruimen van afgewaaide takken en halfvergane plantenresten een verrassende hoeveelheid onopgemerkt groen tevoorschijn gekomen. Begin direct met noteren welke planten ontbreken (nu de Helleborussen in bloei staan ontdek ik dat ook de paarsbloeiende orientalis in mijn tuin niet zou hebben misstaan) en welke na de bloei voor verplaatsing in aanmerking komen. Zodra er nieuwe planten bloeien is immers de paarse krokus in het witte tuingedeelte alweer lang vergeten. Sommige tuiniers pakken het drastisch aan en verzetten de bloeiende pol direct, maar de kans is groot dat de planten dat niet overleven. Dan is de tijdwinst weer tenietgedaan, maar dat ontdek je soms pas het volgend bloeiseizoen.