Stille naaier

Lang hebben mensen zich afgevraagd waarom jongens zo veel beter zijn in wiskunde en kwantumfysica, terwijl meisjes meer houden van talen en verpleging. Het antwoord is aan het licht gekomen dank zij de mannenbevrijdingsbeweging. Het schuilt in een stil verdriet, ja, een wond. The male wound, zoals ingewijden het noemen.

Hoe komt die wond tot stand? Een jongetje wordt geboren, net als een meisje, groeit op, net als zij, maar na een of twee jaar al ontdekt hij dat hij anders is dan de moeder die hem zo liefdevol verzorgt. Hij lijkt meer op de mijnheer die hij (als het goed is) ook vaak ziet - pappa. En dan merkt hij: hij moet afstand nemen van zijn moeder, al doet het pijn. Hij hoort bij pappa, hij scheurt zich los. Dat is de wond. Is het een wonder dat zo'n kind meer belangstelling krijgt voor abstracties, koele cijfers, zijn gevoelens verdringt en zich meer op dingen richt dan op mensen?

Einstein en Beethoven, Jack the Ripper en Onassis waren diep gewonde persoonlijkheden die hun gesublimeerde emoties omzetten in ”vastberaden, welhaast manische energie' - in wezen waren zij ernstig gestoord. Maar: echte mannen.

Deze mooie, troostrijke theorie ontvouwt de Britse journalist David Thomas in zijn boek Not Guilty, een ”verdediging van de moderne man'. Hij vindt dat het nu maar eens afgelopen moet zijn met al die verdachtmakingen en beschuldigingen van feministische zijde, die feitelijk al het hele maatschappelijke klimaat domineren. Zo is het toch? Massa's vrouwenhuizen zijn er, maar mannenhuizen, ho maar. Mannen ploeteren van vroeg tot laat in slopende banen (Thomas zelf was was hoofdredacteur van het weekblad Punch, maar sinds hij daar weg is is hij veel gelukkiger, zegt hij), ze werken zich letterlijk dood. Ze sterven immers jonger, hebben meer hartaanvallen, meer stress, en ze plegen ook nog eens twee keer zo vaak zelfmoord als vrouwen.

En ze mogen geen jurken aan, op straffe van spot en minachting. Thomas zelf heeft zich onder de travestieten begeven, wat reuze aardige types bleken te zijn. Ook zag hij ineens dat zijn dochtertje 's morgens cowboy mag spelen en 's middags prinses, maar dat voor zijn zoon, als hij die had, alleen het ochtendprogramma zou openstaan. Op Eton, zo herinnert hij zich (of was het later, in Oxford?) hadden hij en zijn vrienden eens een groot feest georganiseerd waar iedereen in travestie moest komen. Mieters was het, de kerels in baljurken, hoge hakken, mascara, een bevrijding toch ook. En toen kwamen de meisjes en zeiden dat ze er bij nader inzien niet voor voelden. Waarom? Omdat ze vonden dat zij er allemaal hetzelfde uitzagen in hun smokings!

Het is werkelijk een prachtig boek. En zo genuanceerd. Thomas doet ook ergens uit de doeken hoe hij voor het eerst met meisjes uitging: een onthutsende ervaring. Meisjes, zo stelde hij vast, eisten voortdurend aandacht! Dat was hij niet gewend. Met jongens dééd je dingen, je bouwde een vliegtuigje, je ging naar een cricketmatch, maar ze verwachtten niet dit onafgebroken praten en communiceren.

Achteraf weet hij dat die ontdekking precies in het biologische patroon past. Mannen zijn nu eenmaal gebouwd voor korte, hevige inspanningen - in de ogen van vrouwen springen zij heen en weer tussen seksuele bezetenheid en onverschilligheid. Vrouwen daarentegen zijn geschapen voor langdurige, gedempte activiteit - in de ogen van mannen willen zij alsmaar babbelen en knuffelen, en maar al te zelden een stevig potje van dattem.

En zo kwam David Thomas tot de ontdekking dat mannen en vrouwen zeer verschillende wezens zijn. Zij moeten daar volgens hem gewoon mee leren leven, wat onder het huidige feministische schrikbewind niet meevalt.

Stierlijk genoeg heeft hij van het eenzijdig aanwijzen van de man als bron van alle ellende. Er zou eens wat meer aandacht moeten komen voor mannenmishandeling, binnen en buiten het huwelijk. Kunnen mannen het helpen dat zij gemiddeld groter en sterker zijn en dus àls zij terugslaan vaak rakere klappen uitdelen? Dat kindermishandeling in (ietsje) meer dan de helft van de gevallen door vrouwen wordt gepleegd hoor je ook veel te weinig. Om nog maar te zwijgen van de meisjes die maar een kik hoeven te geven en de rechter veroordeelt de vent met wie zij gezellig een avond uit waren - tot er een misverstandje rees - wegens verkrachting.

Mannen willen dat overdreven flinke en agressieve waartoe de cultuur ze veroordeelt helemaal niet. Het is heus zo leuk niet, vindt Thomas, om alsmaar de bink uit te hangen langs het voetbal - o nee, cricketveld of in andere mannenenclaves. Zelfs in de natuur, zo heeft een vriendje die bioloog is hem uitgelegd, is dat voor een man niet altijd de voordeligste koers.

Kijk naar de herten. Dank zij moderne DNA-technieken is duidelijk geworden dat het mannetje dat heer en meester van de kudde is, niet altijd aan het langste eind trekt. Want terwijl hij bezig is met het onderwerpen van andere mannetjes, of op de grond staat te beuken met zijn machtige hoeven terwijl zijn heersersgebrul door het woud schalt, zijn andere, zwakkere mannetjes achter zijn rug aan het scharrelen met de gewillige wijfjes. Dit heet in wetenschappelijke kringen de Sneaky Fucker Theory - de theorie van de stille naaier. (Het zijn echt jongens, biologen.)

Je ziet dat bij de mensen ook, in het leven en in de film. In de actiefilms zijn de gespierde helden veel te druk in de weer met het opblazen van de binnenstad van Los Angeles om hun tijd aan stomme wijven te verspillen. Maar schlemielen als Woody Allen en Dudley Moore eindigen in hún halfzachte drama's steevast in de armen van de mooiste vrouw. Achterbakse figuren zijn het. Thomas zou ze vast wel eens... maar dat mag nu juist niet meer. Geen lezer die het aan het eind van het boek niet zou toegeven: niemand heeft het moeilijker dan de moderne man. Nu ja, bijna niemand.