Schoolleiders positief over de basisvorming

AMSTERDAM, 25 FEBR. Twee op de drie schoolleiders van MAVO, HAVO en VWO zegt klaar te zijn voor de basisvorming, de nieuwe opzet van de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs die 1 augustus wordt ingevoerd. Zagen de schoolleiders twee jaar geleden de basisvorming nog vooral als een "onruststoker', nu ziet ruim zestig procent van hen de basisvorming als een inhoudelijke vernieuwing van het onderwijs.

Dat blijkt uit een onderzoek van het instituut voor Didaktiek en Onderwijspraktijk van de Vrije Universiteit van Amsterdam onder 140 schoolleiders. Uit het rapport Klaar voor de start van de basisvorming? Opnieuw de rector aan het woord blijkt verder dat veel schoolleiders de veranderingen die de basisvorming met zich meebrengt te hoog hebben ingeschat. In een vorig onderzoek, uit november 1990, blijkt dat het merendeel van de schoolleiders toen nog dacht dat de veranderingen zeer ingrijpend zouden zijn. Nu constateren zij dat het wel mee valt.

“Heel rigoureus veranderen de dingen niet met de basisvorming”, denkt H. van der Velden, rector van het Libanon-college in Rotterdam - ook ondervraagd voor dit onderzoek. “Wat er ook aan nieuwe dingen wordt verzonnen, je moet het toch doen met de mensen die je al hebt.”

Bovendien, zegt ze, werkte haar school al vanuit dezelfde gedachte die nu gevat wordt in de kerndoelen van de basisvorming. Ook J. Huijsen, directeur van de Amsterdamse scholengemeenschap Gerrit van der Veen, vermoedt dat er met de basisvorming niet veel verandert op zijn school.

Wel maakt de directeur zich zorgen over de tweede fase voortgezet onderwijs, de nieuwe invulling van de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs die op dit moment ter discussie staat. “De basisvorming gaat nog wel, maar ook in de bovenbouw wil het ministerie van onderwijs veel gaan veranderen. En daar staan helemaal geen middelen tegenover. Dan vraag je wel heel veel van de scholen.”