Rente-experiment

September vorig jaar slaakte de Britse minister van financiën Norman Lamont een zucht van verlichting. Het pond had het wisselkoersmechanisme van het Europees Monetair Stelsel (EMS) verlaten. Nu zat Groot-Brittannië niet langer met handen en voeten gebonden aan die afschuwelijk hoge Duitse rente. Om het pond aantrekkelijk te houden voor beleggers was de Bank of England tot dan toe gedwongen de Britse rente hoog te houden. Anders zouden beleggers immers hun ponden omzetten in andere valuta's die meer rente opleverden. Met als resultaat een koersdaling van het pond. En dat mocht niet volgens de spelregels van het EMS.

Een half jaar geleden stond de Britse economie er minnetjes voor. Een paar cijfers illustreren dit. De overheidsbegroting liet een tekort zien van ongeveer 7 procent van het nationaal inkomen. Op de handelsbalans (het verschil tussen de waarde van goederenexport en -import) prijkte een negatief saldo van ruim 35 miljard gulden. Bijna 10 procent van de beroepsbevolking was werkloos. En in de afgelopen twaalf maanden was het nationaal inkomen met circa 0,5 procent gedaald.

Een regering kan zo'n vastgelopen economie op twee manieren proberen vlot te trekken. In de eerste plaats door een stimulerend begrotingsbeleid. Door de belastingtarieven voor burgers en bedrijven te verlagen, kunnen de particuliere bestedingen toenemen. Dat is goed voor de produktie en daarmee ook voor de werkgelegenheid. Maar die belastingverlaging heeft een groot nadeel: het tekort van de overheid wordt groter. Als er al tekort is van 7 procent, kun je die mogelijkheid wel vergeten. Een tweede instrument is de rente. Maak krediet goedkoper, zodat de mensen meer gaan lenen. Ook dan nemen de bestedingen toe. Zolang het pond nog deel uitmaakte van het EMS, was ook die weg afgesneden. De Britten moesten immers in de pas blijven met de Duitse rente.

Op 16 september 1992 maakten valutaspeculanten een einde aan die patstelling. Massale speculaties tegen het pond dwongen de Britse regering uit het EMS te stappen. Minister Lamont greep meteen zijn kans. Hij gaf de Britse centrale bank de opdracht de rente op kortlopende kredieten, de zogenoemde korte rente, te verlagen. Tussen haakjes: de Bank of England valt - anders dan de politiek onafhankelijke Nederlandsche Bank en de Duitse Bundesbank - direct onder het gezag van de regering. Een reeks van renteverlagingen volgde. Stond de korte rente in augustus 1992 nog iets boven de 10 procent, half februari was hij gedaald tot 6 procent. Het pond reageerde zoals verwacht: het daalde snel in koers. Op het moment dat Groot-Brittannië het EMS verliet, noteerde het pond nog 3,13 gulden, nu betaal je voor een pond 2,66. Een koersdaling van maar liefst 15 procent.

Het herstel van de Britse economie kon beginnen. De lagere rente zou een heilzame uitwerking hebben op de economie. En dat het pond in koers daalde, was toch eerder een voordeel dan een nadeel voor de economie: het maakt de exportprodukten goedkoper voor het buitenland. Maar nu, vijf maanden later, groeit de twijfel. De positieve effecten van de lagere rente en het goedkopere pond zijn tot dusver erg bescheiden geweest. Hoewel het nationaal inkomen weer een beetje groeit, is de werkloosheid toegenomen.

Intussen worden de negatieve kanten van de Britse rentepolitiek steeds duidelijker. Het is waar dat een goedkoper pond de export bevordert. Maar daar staat tegenover dat de Britten meer ponden moeten neertellen voor de produkten die zij importeren. Die hogere invoerprijzen werken weer door in het algemeen prijspeil. In december was de inflatie al opgelopen tot 3,8 procent. En dat is waarschijnlijk pas het begin. Want er gaat altijd wat tijd overheen voordat het effect van de gestegen invoerprijzen volledig tot uitdrukking komt in hogere prijzen voor de consument.

De stijgende inflatie zal onvermijdelijk leiden tot hogere looneisen van Britse werknemers. Dan belandt de Britse economie in de gevreesde spiraal van hogere prijzen, hogere lonen, hogere prijzen, enzovoort. De stijgende inflatie kan het prille herstel van de economie in de kiem smoren. Een hoog inflatietempo is slecht voor de Britse concurrentiepositie. Dat kun je dan wel weer opvangen door de pond een stukje in koers te laten dalen, maar was de koersdaling van het pond niet juist de oorzaak van de inflatie? Bovendien schept inflatie, net als wisselkoersfluctuaties overigens, onzekerheid voor ondernemers. Zij stellen hun investeringen uit, waardoor de groei van de werkgelegenheid inzakt.

Als de Britten hun rente-experiment doorzetten, zullen ze aan het eind van de rit niet alleen met een stagnerende economie zitten, maar ook nog eens met een flinke portie inflatie erbij. Stagflatie noemden we dat in de jaren zeventig. De Britse regering blijkt wat haar economische politiek betreft met lege handen te staan. Het enige wat zij kan doen is wachten en hopen dat de wereldeconomie zich herstelt. En dat de Britse economie in dat herstel wordt meegezogen.