Paarden

In zijn "Reis naar het einde van de nacht' maakt Céline een opmerking over het lot van paarden in de Eerste Wereldoorlog. Ongeveer zo: "De paarden hebben net zo erg te lijden als wij, maar zij hoeven niet te zeggen dat ze het fijn vinden, niet te doen alsof ze erin geloven.' Nou, denk je onwillekeurig, voor de paarden viel het nogal mee. Maar dat viel het natuurlijk niet.

Nu is er een vertaling van het "Dagboek 1920' van Isaak Babel, aantekeningen over de Russische veldtocht tegen Polen in dat jaar. Daaruit, verspreid over enkele weken:

De paarden zijn uitgeput. Het ongelukkige paard, we zijn allemaal ongelukkig, het regiment trekt verder. De paarden hebben niets te eten. Paarden, die zich hebben losgerukt, trekken het hooi onder ons hoofd vandaan. In het moeras zijn 600 paarden blijven steken. Als het overeind kan komen, is het een paard. Twee paarden, die uit alle macht tegenspartelden, zijn in de vlammen omgekomen. Overal liggen paarden te rotten. Elke mars doet een paard pijn. Er is geen voer voor de paarden. De rit op mijn paardje dat het tempo niet bij kan benen, we rijden eindeloos door en steeds in gestrekte draf. De paarden redden het haast niet meer. We trekken het bloedende paard van Sjeko achter ons aan...

Tot zover Babel. Als je dan aan de oorlogen van tegenwoordig denkt, dan is het bestaan voor paarden toch een stuk draaglijker geworden.