Over tijd

Toffler zei het schertsend: "Toekomst-shock is de duizelingwekkende disoriëntatie die veroorzaakt wordt door de vroegtijdige verschijning (arrival) van de toekomst'.

Het gevoel van tijd dat we in het Westen gedurende honderden jaren hebben ontwikkeld kun je vergelijken met een eenrichtingsstraat: wij bewegen erdoor naar de toekomst; hij komt niet naar ons toe. We stellen onszelf vaste doelen voor ogen die we in stappen langs een lineaal proberen te realiseren. Het christendom heeft hier zijn steen aan bijgedragen door een goed plaatsje in de hemel te beloven als je hier beneden geen stoute dingen doet.

Dit lineaire model herbergt tenb minste twee problemen. Ten eerste worden vaste doelen op lange termijn oninteressant. Dat komt omdat de toekomst steeds complexer, chaotischer en dus minder voorspelbaar wordt (daar gaan we het nu niet over hebben). Ten tweede komen die vaste punten in de toekomst steeds dichterbij te liggen.

Tienjarenplannen worden vijfjarenplannen, en aangezien die ook te vaak moeten worden bijgesteld, maken we er maar een driejarenplan van. Enzovoort. Kijk maar naar uw eigen leven.

De tijd die fabrikanten gegund is om produkten te maken en diensten te leveren wordt steeds korter. U kent de foto-ontwikkelwinkels die uw rolletje binnen een uur verwerken. De ontwikkeling van een nieuw automodel duurde tien jaar geleden in Japan nog zes jaar. Dat is nu teruggebracht tot drie jaar.

Steeds meer managers en hun discipelen zien de tijd als een dictator en zitten niet echt ontspannen meer achter hun bureau. Want het gaat er natuurlijk om dat straks in no time moet worden geproduceerd. In theorie: van conceptie naar consumptie (inclusief onderzoek en fabricage) op hetzelfde moment. Zero-based time, alles in real-time, dat zijn de kreten uit de boeken op dit moment. Zodra de consument het produkt wil hebben, moet het beschikbaar zijn. Niet tijdens kantooruren de volgende dag of na het weekeinde, nee, NU. Hier en daar lukt dat al. Bij voorbeeld waar de computer de dienst kan leveren. Veel bankdiensten zijn al dag en nacht te krijgen, via terminals thuis of op straat.

Marginale reductie van tijd kun je nog halen door beter te doen wat je nu doet. Maar wezenlijke tijdsbesparingen vergen heroverpeinzing van de manier van werken. Vaak moet het roer helemaal om. Zodra fotograferen uitsluitend elektronisch gaat, heb je de foto's een fractie van een seconde nadat je ze hebt genomen.

Ook in ons besef van de tijd lijkt het roer om te gaan. We gaan over van het tijdperk van Newton - dus van tijd en ruimte - naar het tijdperk van Einstein, waarin ruimte door snelheid wordt opgelost. De pijl-tijd naar de toekomst wordt een punt-tijd. Alles bestaat alleen maar in het hier en nu. Alles gebeurt gelijktijdig. Ineengeschoven tijd is geen dictator meer van buitenaf, maar een partner. We gaan opereren vanuit de tijd, in plaats van in de tijd. We gebruiken de stromen in een wilde rivier.

Een voorbeeld van een organisatie die de tijd als resource gebruikt is Benetton. Door een perfect informatienetwerk, dat zich uitstrekt over de hele wereld, weet men continu precies welke kleur en welk item waar goed loopt. Produktie kan direct reageren.

Als de tijd niet meer hoeft te worden overwonnen, ga je evolutie toelaten in je denken. Niet alles hoeft meer tot in de puntjes te worden gepland. Kwaliteit wordt opgebouwd in de tijd. Kwaliteit is dan geen absolute grootheid meer, maar wordt relatief door het tempo der dingen. Hoeveel tijd gaat er nu niet verloren door bureaucratie die ontstaat bij het uitvoeren van kwaliteitsprogramma's en overdreven streven naar precisie en diepte? Er hoeft geen tijd verloren te gaan met lang nadenken over (abstracte) strategieën, wat vroeger maanden werk was. Denken en doen worden in elkaar geschoven. Je probeert wat uit en je ziet onmiddellijk wat het resultaat is. Je leert van je doen. Trial-and-error. Fouten maken moet kunnen; ja, het wordt hier en daar zelfs al toegejuicht, want je leert er meer van dan van dingen die goed gaan. Sterker nog, het begrip fout (met alle negatieve associaties) kunnen we maar beter schrappen.

Een fabrikant kan zo nog heel wat leren van zijn zoontje van vijf die zich op vaders computer heeft gestort. Voor dat jong bestaan er geen fouten. Alles is leren geworden. En hij stelt zich niet tot doel volgende week dinsdag tachtig velletjes te hebben getikt. Of een stukje voor NRC Handelsblad.