Open avond

"De avond wordt tegelijkertijd gehouden op de hoofdvestiging en op de nevenvestiging. Op beide lokaties presenteren zich VBO, MAVO, HAVO, VWO. In de presentatie en uit de aanwezigheid van personeel moet dit blijken. Voor alle personeelsleden liggen op de vestigingen badges klaar met het logo en de naam van de school. Na afloop weer inleveren...'

Dit was jaren een dommelig provincieschooltje maar nu zijn we opgestoten in de vaart der volkeren en voltrekt zich een swingende, eigentijdse fusie, die leidt tot een brede scholengemeenschap. We hebben in eigen huiskleur een logo dat associaties met het COC wekt. Het is een beetje scheef, maar zo horen logo's. We hebben een nieuwe naam, een naam met een sjieke uitstraling. Ach, we hebben al zoveel. We hebben twee instroompunten, drie dakpannen, vier gebouwen, elf directieleden en zo'n achttien fusiecommissie's, waaronder een voor de pee-èr. We zijn er helemaal klaar voor. Voor de open avond.

De nevenvestiging is instroompunt. Dat betekent dat we een kleinere school hebben opgeslokt en dat een deel van onze eerste klassers daar les zal krijgen. Ik ben vanavond gastheer in het instroompunt, een schoolgebouw in een belendend dorp, waar ik voordien alleen maar langs fietste. Nonchalant binnenwandelend begroet ik 's middags de bijna onbekende gezichten van nieuwe collega's joviaal: ""Hallo... Harry, sorry: Dick.''

Open avonden zijn vrij gezellig en vrij vermoeiend. Eerst wordt het lokaal gezellig, feestelijk, representatief ingericht door de bewoner. De docent verschuift dertig tafels en stoelen en schuttert met video's, spandoeken, posters en andere materialen tot de verwarde ruimte niet meer als klaslokaal te herkennen is.

Vervolgens nuttigt het personeel (zo noemt men op grote scholen de docenten, zie inleiding) een gezamenlijke maaltijd. Sommigen hebben iets gezelligs aan. Dan begeeft een ieder zich naar het lokaal en neemt de houding aan van een opgewekte suppoost. Lezen is verboden, glimlachen verplicht. Eigenlijk ben ik hier te verlegen voor. De kleine kinderen die binnendrentelen zien alleen maar dingen. De grote-mensengezichten liggen buiten hun blikveld: te hoog. De ouders achter hen kijken je aan met stompzinnige blik. Ik glimlach of doe bezig met voorwerpen binnen handbereik. Dat duurt uren. Af en toe komt een leerling thee brengen en kijkt "wij kennen elkaar'.

Een enkele ouder spreekt me aan met de toon van pedagogen onder elkaar. Niet velen durven dit, want leraren blijven enge griezels hoe oud je ook wordt. ""Die dakpannen, dat is een goed idee'', zegt de ouder. Zou die het begrijpen? Het is zo moeilijk, met veel theorie over gelijke kansen, Cito-scores, uitgestelde keuze en wervingskracht. ""Zeker'', zeg ik ""en in het voordeel van uw kind.''

Bij de ingang staat de schoolleiding met verkrampte grijns in pak. Hier wordt gehandeld. De school moet groeien. Dat is goed. Opgewekt wordt de kwaliteit van de leerlingbegeleiding aangeprezen, het brede scala aan educatieve reizen, de geringe lesuitval en de goede examenresultaten, die alleen vorig jaar een kleine dip vertoonden. En de dakpannen worden uitgelegd. Aan het eind van de avond wordt vastgesteld of het druk was, of niet. Nu wordt het wachten op aanmeldingen. Meer leerlingen betekent meer geld en meer werkgelegenheid. Ieder die daar tegen is, ziet de belangen van zijn collega's niet en geeft dus blijk van een verderfelijke mentaliteit.

Groei, meer. Iedere menselijke activiteit wordt vertaald in geld en werkgelegenheid. De wereld als vakbond, ook op de open avond.