Onverdiende verwijten

Volgens J.L. Heldring is de verrassend snelle ineenstorting van de Oost-Europese communistische regimes in 1989-'91 niet toe te schrijven aan "de bevolkingen daar' (NRC Handelsblad, 19 februari). De opstanden die er na de oorlog in Oost-Europa zijn geweest kwamen dan ook voort uit rebellieën binnen de communistische partijen.

Dat geldt niet voor de eerste opstand die Heldring niet noemt: in Oost-Berlijn in 1953. En evenmin voor de Poolse en Hongaarse opstanden van 1956. Daar werd het voortouw genomen door krachten buiten de communistische partij (mijnwerkers van Poznan in Polen, de Petöfi-club in Hongarije); pas daarna raakte de partij in verwarring. In Hongarije waren de communisten enigszins anders, maar ook daar stond een volledige ineenstorting van het regime voor de deur en heeft alleen een Russische interventie die verhinderd.

Wat in Hongarije na '56 en in Tsjechoslowakije na '68 gebeurde wijst niet op een apathische bevolking, wèl op een bevolking die onveranderd het communisme bleef afwijzen en zich, in afwachting van betere tijden, intussen naar de feiten moest schikken. Dat werd vergemakkelijkt door de materiële verbeteringen, waarmee het regime de bevolking tegemoetkwam.

Dat de Oosteuropese bevolkingen al die jaren murw waren, zoals Heldring schrijft, is een onverdiend verwijt. “Beducht” voor Russische repressie? Dat wel, al zou ik het anders formuleren: zij waren, zeker na de genoemde gebeurtenissen, realistisch genoeg om te weten dat de Sovjet-Unie geen ineenstorting van het communistische regime in hun landen duldde en dat pogingen ertoe op geen enkele steun uit het Westen konden rekenen.

In Oost-Europa was er maar één obstakel voor een ineenstorting van het communisme: de militaire macht van de Sovjet-Unie. Zodra Gorbatsjov te kennen gaf die macht niet meer te willen inzetten, was het binnen een paar maanden bekeken. Bulgarije, Roemenië en zelfs Albanië - dat sinds jaren buiten het Russische machtsblok lag - volgden snel. Alleen in Servië, dat sinds 1948 een soort communisme buiten de Russen om had ontwikkeld, konden de communisten aan de macht blijven door zich te transformeren tot felle, bloeddorstige nationalisten.