Onrust in Suriname over eisen aan hulp

PARAMARIBO, 25 FEBR. Nederland houdt zich niet aan de afspraken over hernieuwde samenwerking met Suriname die zijn vervat in het Raamakkoord tussen beide landen. Dat heeft de Surinaamse minister van buitenlandse zaken, S. Mungra, gezegd in een vraaggesprek met het dagblad De West.

Mungra beschuldigt Nederland ervan nieuwe eisen te stellen aan de hernieuwde uitbetaling van toegezegde ontwikkelingsgelden. Hij wijst onder meer op de uitspraak van de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Kooijmans, dat Nederland geen geld zal geven voor een industriefonds voordat Suriname de vele wisselkoersen die in het land worden gehanteerd heeft gelijkgetrokken. “Er brandt licht aan het eind van de tunnel, maar de tunnel wordt continu door Nederland verlengd”, aldus Mungra.

Bij de Surinaamse regering en in het bedrijfsleven is volgens ingewijden paniek ontstaan over het verlangen de wisselkoersen aan te passen. Het zal, volgens regeringsfunctionarissen, de economie doen “instorten”. Volgens Mungra is het “niet haalbaar” om binnen één jaar een eind te maken aan de monetaire chaos in het land. Hij heeft daarin bijval gekregen van het Surinaamse parlement, dat wijst op een studie van het Warwick Institute over de Surinaamse economie. Daarin staat dat sanering van de koers drie jaar zal kosten. Volgens het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken is er “geen sprake van dat Nederland nieuwe voorwaarden heeft gesteld”, aldus een woordvoerder. In het Raamverdrag is sprake van "nadere invulling van de modaliteiten'. Die zijn en worden uitgewerkt, aldus het ministerie, in goed overleg met Suriname. “Minister Mungra kan in dit verband dus geheel niet spreken van nieuwe Nederlandse voorwaarden.”

Ten aanzien van het Industriefonds bestaat wel een verschil van mening tussen Suriname en Nederland, aldus de woordvoerder. Dat bleek al tijdens de gemeenschappelijke persconferentie van Kooijmans en Mungra na afloop van het bezoek van de Nederlandse minister aan Suriname twee weken geleden.