Onderwijs vermindert toch sociale verschillen

ROTTERDAM, 25 FEBR. Kinderen uit kansarme milieus profiteren veel meer van onderwijs dan wordt aangenomen. Milieu en opleidingsniveau van ouders zijn van steeds minder invloed op de schoolloopbaan van hun kinderen.

Tot deze conclusie komen onderzoekers aan de universiteiten van Nijmegen en Tilburg. Dit staat haaks op wat tot nu toe in onderwijssociologische en sociaal-democratische kring werd aangenomen. Daar wordt vastgehouden aan de stelling dat er een hardnekkig verband bestaat tussen het opleidingsniveau van ouders en de schoolloopbaan van hun kinderen.

Uit recent onderzoek van de sociologen Ganzeboom (Universiteit van Nijmegen), De Graaf en Luijkx (Katholieke Universiteit Brabant) blijkt echter een duidelijke trend naar meer "opleidingsmobiliteit': kinderen streven in toenemende mate in het ouderlijk opleidingspeil voorbij. Dr. H.B.G. Ganzeboom: “De afgelopen dertig jaar is het effect van het ouderlijk milieu op het uiteindelijk bereikte onderwijspeil van hun kinderen gehalveerd en als die trend aanhoudt is dat effect over een jaar of dertig zo goed als verdwenen.”

Op grond van het huidige onderwijssociologische onderzoek kwam drs. H. Wansink onlangs nog tot de conclusie dat onderwijs geen wezenlijke bijdrage kan leveren aan de vermindering van ongelijkheid tussen sociale groepen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schrijft in zijn meest recente rapport (1992) “dat de grote verschillen in onderwijskansen die kenmerkend waren voor de jaren zestig niet veel zijn verminderd in de achterliggende 25 jaar”.

Ganzeboom verklaart de afwijkende resultaten van zijn onderzoek uit het gebruik van grotere steekproeven en een langere tijdsduur. Terwijl de onderwijssociologen zich beperken tot de vraag naar welke vorm van voortgezet onderwijs twaalfjarige basisscholieren gaan, kijken Ganzeboom en zijn mede-onderzoekers naar de voltooide schoolcarrière. Het voortgezet onderwijs is steeds minder eindonderwijs. Zo studeert slechts drie procent van de MAVO-verlaters na het diploma niet meer door. De rest stroomt door naar HAVO, VWO en MBO.

Drs. L. Herweijer, medewerker van de afdeling onderwijs van het SCP, kent het onderzoek van Ganzeboom c.s., maar zegt dat het SCP meer geïnteresseerd is in de samenhang tussen ouderlijk milieu, prestatieniveau en de keuze voor een bepaald type voortgezet onderwijs. Hij erkent dat zo'n analyse geen gegevens oplevert over het uiteindelijk bereikte onderwijsniveau. “Dat blijft dan buiten beeld, ja.”