NOODWET

CDA-fractievoorzitter Brinkman heeft zich gemengd in de discussie over de noodwet van Alders en Bukman.

Deze wet moet een eind maken aan de illegale situatie van duizenden boeren die geen geldige hinderwetvergunning hebben. Brinkman deed dit op een bijeenkomst te Heiloo, waarvan verslag werd gedaan in NRC Handelsblad van 18 februari. Hij sprak zijn voorkeur uit voor 1986 als peiljaar: veehouderijbedrijven zouden automatisch een vergunning moeten kunnen krijgen voor het aantal dieren dat zij in dit peiljaar hadden. Brinkman kiest voor 1986 omdat de boeren volgens hem pas toen wisten dat zij een hinderwetvergunning nodig hadden. Dit is onjuist. Veehouders moeten al sinds 1953 een hinderwetvergunning hebben. In 1981 is bovendien de schade door verzuring in de Hinderwet opgenomen. In datzelfde jaar heeft het Landbouwschap alle veehouders geschreven dat zij hinderwetplichtig zijn.

Het argument dat niet meer bekend is hoeveel dieren een veehouder in 1981 had, klopt overigens niet. Navraag onzerzijds heeft geleerd dat het Landbouweconomisch Instituut in Den Haag deze gegevens, (de zogenaamde mei-tellingen) vanaf de jaren zeventig nog steeds in bezit heeft.