Nieuwe vakken in de basisvorming

Twee nieuwe verplichte vakken krijgt een scholier in de basisvorming: techniek en verzorging. Techniek moet meer zijn dan het timmeren van een vogelhuisje, verzorging niet alleen het leren gebruikken van een washandje. Verder moeten natuur- en scheikunde samen één, meer op de praktijk gericht vak worden. Een overzicht.

De ramen van lokaal 1.23 zijn beslagen en de atmosfeer is bedompt. ""Te veel biologische massa'', grapt een van de 26 docenten die als brave leerlingen in de bank zitten. Twee vrouwen en 24 mannen, allen natuurkunde- of scheikundeleraar, zijn op een scholengemeenschap in Zwolle bij elkaar gekomen om te praten over de toekomst van hun vak. Met de invoering van de basisvorming wordt de bezem flink door hun bestaan gehaald.

Natuur- en scheikunde staan als één vak op het programma van de basisvorming. Hoe scholen het organiseren moeten ze zelf weten, als ze aan het eind van de twee of drie jaar basisvorming maar alle kerndoelen hebben behandeld. Moeten deze leraren in de toekomst het vak "Nask' gaan geven aan kinderen van de eerste en tweede klas? Bij sommigen staat het zweet al op het voorhoofd. ""Die docerende toon kun je in de onderbouw niet aanslaan, je zult veel meer in groepen moeten werken'', zegt docent Van den Pangaard, die scheikunde geeft aan de Alexander Hegius scholengemeenschap in Deventer. Hij bladert vluchtig door de voorlichtingsbrochure en wijst op een strofe in de tekst. Met een ironische ondertoon zegt hij: ""Het komt erop neer dat je de leerlingen het speelgoed geeft en dat je het leerproces alleen nog moet sturen.'' Van den Pangaard vraagt zich af of hij wel voldoende inzicht heeft in de "groepsdynamica' om zoiets in een klas met ruim dertig kinderen voor elkaar te krijgen.

Tot nu toe werd de leerstof voor natuur- en scheikunde in het voortgezet onderwijs afgeleid van de eindexameneisen. Veel formules, veel rekenwerk, veel theorie. Met de invoering van de basisvorming is daar, althans voor de onderbouw, een andere benadering voor in de plaats gekomen. De vakken moeten praktischer en "alledaagser' worden. Hoe en wat staat allemaal in de "domeinen' en "kerndoelen' die voor elk vak zijn vastgesteld.

Een kleine greep uit de acht "domeinen' die omschreven zijn in het programma van natuur- en scheikunde: Stoffen en materialen in huis, verbranden en verwarmen in huis, licht en beeld, geluid horen en maken, verkeer en veiligheid en bouw van de materie. Binnen deze domeinen zijn weer 64 kerndoelen beschreven die gedetailleerd aangeven wat kinderen moeten weten en kunnen. Ze moeten bijvoorbeeld de verspreiding van warmte van een gaskachel of CV-ketel door het huis kunnen beschrijven, en van reinigingsmiddelen kunnen aangeven wat de hoofdbestanddelen zijn.

Verschijnselen doorgronden

Meer dan voorheen zal de nadruk komen te liggen op experimenteren en toepassen. Immers, ook leerlingen die niet in deze richting doorgaan - en dat zijn altijd nog de meeste - moeten voldoende bagage meekrijgen om dagelijkse verschijnselen en processen te kunnen doorgronden. ""Ik denk dat dit een verandering ten goede betekent'', zegt Mieke Heuker of Hoek, lerares scheikunde aan het Florens Radewijn College in Raalte. ""Doordat de leerstof dichter bij de leefwereld van de kinderen komt te staan, blijft deze ook langer hangen. Nu roepen volwassenen vaak alleen maar Oh ja, H2O, als ze horen dat ik scheikunde geef. Meer weten ze er niet meer van.''

Haar collega natuurkunde Theo Sanders knikt instemmend als ze zegt dat ze door de basisvorming gedwongen wordt weer eens grondig over de inhoud van haar vak na te denken. ""Dat deden we te weinig'', moet hij erkennen. ""Het is makkelijk om vast te houden aan de methode waarmee je al jaren de lessen draait.'' Sanders vindt het een uitdaging om minder theoretisch en meer praktisch te gaan werken met zijn leerlingen: ""Er worden nieuwe onderwerpen naar voren geschoven zoals bijvoorbeeld verkeer en veiligheid. Wat heeft dat met natuurkunde te maken, denk je eerst, maar neem nou zoiets eenvoudigs als een valhelm of een botsing van een bromfiets tegen een muur. Dat spreekt leerlingen toch veel meer aan dan saaie sommen.''

Ook het nieuwe onderwerp "reinigingsmiddelen en cosmetica' dat een onderdeel vormt van het domein "Stoffen en materialen in huis' zal de betrokkenheid van de leerlingen - vooral van meisjes - verhogen, denkt Mieke Heuker of Hoek: ""Er wordt zoveel bla-bla verkondigd over dit soort produkten. Alles is tegenwoordig biologisch, ook al zitten er de meest giftige stoffen in. Je kunt met de leerlingen etiketten gaan lezen en uitzoeken of het allemaal wel klopt met wat er opstaat.''

Maar het is niet alleen de inhoud van het vak die verandert, ten minste zo ingrijpend is het voornemen van de minister om de vakkenscheiding tussen natuurkunde en scheikunde op te heffen en het als een geheel op het lesrooster van de basisvorming te plaatsen. Die scheiding tussen beide vakken is kunstmatig, zo luidt de opvatting in Zoetermeer, en leidt niet alleen tot didactische verkwisting, maar ook tot verwarring bij de leerlingen.

Kookpunt en smeltpunt

Een onderwerp als "kookpunt en smeltpunt' wordt meestal eerst bij natuurkunde en later nog eens bij scheikunde behandeld. Hetzelfde geldt voor de moleculentheorie, de warmtetheorie, het begip dichtheid en de samenstelling van materie. Op zich hoeft het geen bezwaar te zijn als een onderwerpen terugkomt in de leerstof; het kan weer eens een ander licht op de zaak werpen. Er ontstaat pas een probleem als leerlingen totaal verschillende verhalen te horen krijgen of, erger nog, niet door hebben dat het om dezelfde begrippen gaat. Natuur- en scheikundeleraren weten soms niet van elkaar wat ze doen in de les, weten naar verluidt soms niet eens van elkaar welk leerboek ze gebruiken. Dat nu moet veranderen. De vakken natuur- en scheikunde zouden zich - eigenlijk samen met biologie, maar dat is n=g een stap verder - moeten ontwikkelen in de richting van het vak "science', dat in het Angelsaksische onderwijs al een lange traditie kent. De cultuurverschillen tussen natuurkunde- en scheikunde-docenten lijken echter een snelle integratie van de vakken in de weg te staan.

""Wij als scheikundigen staan bekend als wat rommelige mensen'', zegt docente Mieke of Hoek, ""die makkelijk improviseren. Het kost ons weinig moeite om even iets anders tussen door te doen.'' Collega natuurkunde Theo Sanders vult aan: ""En wij werken veel strakker. Theoretischer ook. Maar ja, je kiest zo'n vak omdat het bij je past.''

Voorlopig blijven op het Florens Radewijn College de twee secties gescheiden opereren, "Nask' en "science' blijven nog even toekomstmuziek. Dat geldt eigenlijk voor alle natuurkunde- en scheikundesecties die in Zwolle vertegenwoordigd zijn. Meestal worden daar door de schoolleiding mooie onderwijskundige argumenten voor gegeven, maar wie hier goed luistert hoort vooral de gewone menselijke redenen: de secties kunnen niet met elkaar opschieten, de lokalen scheikunde en natuurkunde liggen vijfhonderd meter uit elkaar, de ene sectie is bang overheerst te worden door de andere. En soms wil de directie het gewoon niet. De basisvorming haalt al genoeg overhoop.