Lubbers wil redden wat er te redden valt

DEN HAAG, 25 SEPT. Loopt het op de valreep dan toch nog mis met het beleid van Ruud Lubbers? De man van het economisch herstel luidt in het blad van de christelijke werkgevers de alarmklok. Het derde kabinet-Lubbers, stelt hij, begon in 1990 op te ruime voet maar bezuinigde vervolgens in 1991 en 1992 ingrijpend. Echter, het bedrijfsleven laat het afweten. Volgens Lubbers moet "de matiging van de CAO's nog komen.'

Lubbers voert een vurig pleidooi voor de nullijn. Dat pleidooi is niet nieuw: op 7 november, nadat duidelijk was geworden dat de Miljoenennota 1993 op een veel te optimistische leest was geschoeid, stuurde het kabinet een brief naar de Tweede Kamer met een reeks nieuwe bezuinigingen. Als "uitgangspunt' voor die brief werden de "nominaal gelijkblijvende bruto inkomens in 1993' gehanteerd. De vakbeweging reageerde toen uiterst terughoudend, en de kansen voor de nullijn werden er niet beter op toen president W.F. Duisenberg van De Nederlandsche Bank opmerkte dat een nullijn over de hele linie echt niet nodig was, en zelfs schadelijk zou zijn.

Lubbers probeert nu te redden wat er te redden valt. Uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren publiceerde blijkt dat de gemiddelde verdiende bruto uurlonen in oktober 1992, ten opzichte van oktober 1991, met 4,8 procent waren gestegen. Het verschil met de jaren tachtig, toen er amper sprake was van loonstijging, is opmerkelijk.

Toch moet Lubbers ook de hand in eigen boezem steken. De loonstijging van 1991 en 1992 werd mede aangewakkerd door lastenverzwaringen van het kabinet. Lubbers' suggestie als zou het kabinet zijn zaken op orde hebben terwijl het bedrijfsleven de zaak in het honderd laat lopen is dan ook misleidend. Voor 1993 biedt het kabinet overigens wèl lastenverlichting aan.

Met zijn boude bewering dat de Nederlandse werkgever zo nodig het arbeidsconflict niet mag ontwijken gooit Lubbers de knuppel in het sociale hoenderhok. Hij doelt in dit verband op het "repareren' van de afgeslankte WAO. "Geen enkele werkgever' kan zich volgens Lubbers veroorloven de premiekosten van aanvullende verzekeringen te dragen. Sterker nog, hij vindt het "niet voor de hand liggen' dat de werknemers de kosten van een collectieve aanvullende verzekering dragen. Daarvoor is maatwerk nodig, en dat kan dus niet per CAO en zelfs niet per bedrijf worden geregeld. Een CAO-onderhandelaar moet "zo nu en dan ook nee durven zeggen', aldus de minister-president.

Dat is een, voor Nederlandse verhoudingen, zeer opmerkelijke uitspraak, temeer omdat Lubbers nog eens stelt dat hij “zeer huiverig (is) voor ingrepen van de overheid als de primaire verantwoordelijkheid elders ligt”. Toch is het alleszins verklaarbaar dat een minister-president op cruciale momenten het klimaat voor de loononderhandelingen probeert te beïnvloeden. Van zo'n situatie is op dit moment, nu de economische tegenwind dreigt te ontaarden in een recessie, zeker sprake.

Toch gaat Lubbers een stap te ver. Hij verzet zich tegen elke vorm van collectieve bijverzekering. De premier gaat daarmee een stap verder dan de minister van sociale zaken en werkgelegenheid De Vries, die zich eind deze week in het FNV Magazine eveneens keert tegen bijverzekeren per bedrijfstak en per CAO, maar met bijverzekeren per bedrijf geen moeite heeft. Want dan, zegt De Vries, “is er een veel betere relatie tussen het risico, het beleid dat daar gevoerd wordt en de premie die moet worden betaald”. Dat klinkt overtuigend.

De Vries dreigt opnieuw bovenwettelijke regelingen die via de CAO worden afgesproken niet algemeen verbindend te verklaren, zeker als goede en slechte bedrijven binnen een bedrijfstak eenzelfde premie zouden betalen. Maar of de minister die woorden in daden omzet is nog maar zeer de vraag. Precies een jaar geleden kwam hij met een soortgelijk dreigement. De Vries was toen teleurgesteld dat in de nieuw afgesloten CAO's nauwelijks of geen financiële prikkels waren opgenomen die het ziekteverzuim konden terugdringen, hoewel de vakbeweging in de Stichting van de Arbeid de noodzaak van zulke prikkels had erkend. Later zei De Vries dat hij niet echt gedreigd had, maar slechts "een discussie' op gang had willen brengen.

Wat de Rijksbegroting betreft schaart Lubbers zich, zo blijkt uit het vraaggesprek, vierkant achter minister Kok. Diens uitspraken over het financieringstekort leverden weliswaar "een zeker risico' op, maar binnen de EG vraagt men zich nu eenmaal af hoe strak het beleid moet zijn in deze economisch slechte tijden. Kok houdt volgens Lubbers wel degelijk vast aan het bezuinigingsbeleid. De vraag is alleen of er volgend jaar zes, zeven of acht miljard gulden moet worden bezuinigd. Lubbers: “Ik verwacht dat we in het voorjaar besluiten moeten nemen over een nieuwe bezuinigingsronde.”

"Een keihard beleid' is volgens Lubbers het beste recept voor 1994. Toch melden kringen om de minister-president dat zelfs de "no nonsense'-premier bezuinigingsmoe is. Een keiharde gulden, voortdurend kappen op de begroting, het lijkt wel of de tijden van Colijn zijn teruggekeerd, verzuchtte hij nog niet zo lang geleden. Maar dat mag de buitenwacht blijkbaar niet weten.