KIM YOUNG SAM; Burger als president

Kim Young Sam is vandaag beëdigd als president van Zuid-Korea. Hij is de opvolger van Roh Tae Woo, die een periode van vijf jaar uitdiende. Kim is de eerste Zuidkoreaanse president in dertig jaar zonder een militaire achtergrond. De nieuwe president beloofde tijdens een ceremonie ten overstaan van 30.000 genodigden, op het plein van de Nationale Assemblée in Seoul, dat hij de grondwet zou gehoorzamen en naar vreedzame hereniging met communistisch Noord-Korea zou streven.

Kim Young Sam werd in 1927 op het zuidelijke eiland Koje geboren als zoon van een rijke handelaar. Hij volgde in de jaren vijftig een opleiding aan een vooraanstaande universiteit in Seoul. Tijdens zijn studie brak de Koreaanse oorlog uit, in 1950; communistische troepen uit het noorden van Korea lanceerden een aanval op het pro-Amerikaanse zuidelijke deel van het Koreaanse schiereiland.

Kim nam dienst als vrijwilliger in het Zuidkoreaanse leger en studeerde desondanks, onder chaotische omstandigheden - Seoul was enige maanden in handen van de communisten - alsnog af als filosoof en politiek wetenschapper. Na de beëindiging van de oorlog, en het ontstaan van Noord- en Zuid-Korea, in 1953, koos Kim voor een politieke loopbaan en sloot hij zich aan bij de regerende Liberale Partij van president Syngman Rhee. Maar de autoritaire opvattingen van Rhee stuitten hem tegen de borst, waarna hij zich ontpopte als een dissident. In de jaren zestig, zeventig en tachtig leidde Kim het bestaan van een politicus tegen de verdrukking in. Zuid-Korea ging door een fase van militaire dictaturen die werden afgewisseld door periodes met enige democratie.

Onder het presidentschap van de verlichte dictator Park Chung Hee (1963-1979) werd Kim een aantal malen gearresteerd en uit het parlement gezet, wegens “het beledigen van het staatshoofd”. Generaal Park werd in 1979 vermoord; Zuid-Korea kende even weer een korte democratische periode, tot in 1980 generaal Chun Doo Hwan in een constitutionele coup de macht greep. Kim Young Sam kreeg twee jaar huisarrest opgelegd, samen met andere oppositieleiders. Kim kreeg pas in 1987 zicht op de oogst van zijn politieke carrière toen aan de dictatuur een einde kwam: Chun Doo Hwan trad af en Zuid-Korea mocht voor het eerst in jaren in vrije verkiezingen een nieuwe president kiezen. Maar generaal Roh Tae Woo, een ex-medewerker van Chun, won, niet Kim Young Sam, die andermaal genoegen moest nemen met een rol in de oppositie.

In 1990 bewees Kim persoonlijk hoe het opportunisme de Zuidkoreaanse politiek beheerst: zijn partij en een andere oppositiegroepering gingen met de regeringspartij van president Roh op in de nieuwe Democratisch-Liberale Partij (DLP). Kim werd de tweede man in de DLP en daarmee de logische opvolger van Roh - de nieuwe Zuidkoreaanse grondwet sluit een tweede termijn voor de president uit. Bij de verkiezingen in december versloeg Kim Young Sam zijn vroegere bondgenoot Kim Dae Jung en werd de zevende president van de Republiek Korea.