Geen kwaad woord over mijn school

Waar moet Karin straks naar toe? Deze vraag spookt al zeker twee jaar door het achterhoofd. Rondvragen in de omgeving lijkt louter zonnige geluiden op te leveren, niemand wil een kwaad woord kwijt over de school waar zijn eigen kind op zit.

In ons dorp bestaat aan voortgezet onderwijs alleen de "tuinbouwschool'. Zoek je het hogerop, dan moet je verder weg. Naar Zoetermeer - dat goddeloze oord - of naar "de stad', naar Rotterdam, toch ook wel wat unheimisch voor een meisje van amper twaalf. Een poel des verderfs, zei de buurvrouw, maar Hillegersberg valt misschien nog wel mee, zei ze erbij.

Onhandig is dat Rotterdam wat de vakantiespreiding betreft bij Brabant hoort. Dan kunnen we de komende vijf jaar nog hooguit een weekje met zijn allen op vakantie, want Maarten, de jongste, zit pas in groep drie, en verder zitten ze dan de hele zomer om beurten thuis.

Anderzijds lijkt de fietsroute naar Zoetermeer gevaarlijker. Bovendien heb je dan aan het eind van de dag vaak wind tegen, terwijl je van Rotterdam meestal zo naar huis waait. Het is al gauw een kilometer of acht.

Softie

En welk schooltype moet je in vredesnaam kiezen? Voor een dochter van twee academici zijn de verwachtingen hoog gespannen, maar haar rapportcijfers zijn niet bijster briljant en spellen kan ze ook al niet, dat zit in de familie. Toen de meester een andere baan kreeg, schoten de punten ineens omhoog, maar toen zijn opvolger na een half jaar als een softie werd afgevoerd, sloeg de twijfel weer toe. Soms komt ze stralend thuis met een negen voor Engels. Uit je ooghoek zie je dan nog vijf of zes fouten op het blaadje staan. Zeker weer zelf mogen nakijken.

Lastig is ook, dat ze op deze basisschool geen CITO-toets maken, omdat de leerstof hier in een andere volgorde wordt behandeld. Wél wordt de voorbereidende CITO-toets gedaan. Eind oktober krijgen we in het kamertje van de directeur een vaalbleke computerprint, met ronduit schitterende punten, alles in de hoogste categorie A, behalve die ene B-plus voor dictee. Volgens de meester zegt zo'n test niks, en zelf zegt hij ook niks. ""Ik heb dat kind pas sinds augustus in de klas, dus wat moet ik daarvan zeggen.'' Na lang aandringen wil hij nog wel kwijt dat dit kind ""hem geschikt lijkt voor het theoretisch onderwijs'', zoals hij dat uitdrukt. ""Dus niet voor het VBO'', voegt hij er nog aan toe.

Maar de score spreekt voor zich. Whoopie, we hebben een wonderkind! Een week lang zingend door het huis, tot een vriendin ons wreed uit de droom helpt: ""Weet je dan niet dat die toets hier altijd zo bovengemiddeld goed gemaakt wordt? Dat komt gewoon omdat elke vraag eerst in de klas wordt voorgekauwd.''

Wij zijn niks

De signatuur van de school is een verhaal apart. Wij zijn thuis "niks', dus openbaar onderwijs ligt voor de hand en vanuit het dichtstbijzijnde openbaar lyceum in Hillegersberg, wordt dan ook krachtig geworven. Onze basisschool mag daar altijd de jaarlijkse toneelavond houden - somber gebouw, dat wel, en wat een afgrijselijke geluidsinstallatie - en op een dinsdagavond in november reist de conrector zelf naar ons dorp af. Hij houdt een voordracht over basisvorming die klinkt als een klok, terwijl een jonge kwieke lerares Frans in het belendende lokaal de jeugd amuseert. Er worden stapels brochures uitgedeeld, boekenlijstjes en lijsten met sportspullen en niet te vergeten het snel-wen-spel met vier pionnen en een dobbelsteen.

Op vrijdagavond volgt een rondleiding door de school zelf. Karin zit diezelfde ochtend eerst nog met haar hele klas bij De Kring, onze lokale VBO-school voor een onwijs gaaf programma met scheikunde, knutselen en een soort Duitse rebus. Zaterdag alweer naar het lyceum, nu naar de dependance waar de onderbouw zit.

Iedereen is vriendelijk en doet erg zijn best en je mag net zoveel fanta drinken als je zelf wilt. Er is een omheind schoolplein met hoge, donkere bomen, waar ze hun pauzes doorbrengen en een "soos' met een vogelkooi, oude pluche bankstellen en moderne muziek uit het plafond. In het geschiedenislokaal kun je dinosaurusjes kleuren terwijl de leraar vol enthousiasme een schitterend leerboek toont, dat er nu helaas weer uitgaat omdat de teksten te lang zijn bevonden voor de basisvorming.

Dinosaurusjes, nu van klei, staan ook in het handenarbeidlokaal. In de hal zet de rector, gevraagd wat deze school nu precies typeert, een lofzang in waar je geen speld meer tussen krijgt. Cultuur, luidt het refrein, vooral veel cultuur.

""Is er ook een bibliotheek en mag je daar kijken?', proberen we om weg te komen. ""Jazeker, natuurlijk. Hé jij daar, waar is hier de bibliotheek? Ach, wat vervelend nu, alle boeken staan tegenwoordig op het hoofdgebouw. Goed dat u het zegt mevrouw, daar moet ik gauw eens achteraan.''

Afgepeigerd sjokken we richting uitgang, vooral zoon Roland van negen heeft er schoon genoeg van en hij baalt van al die aandacht voor zijn grote zus. In elk geval wil hij ook zo'n snel-wen-spel. Bij de deur staat een vriendelijke dame van de oudercommissie die op verzoek graag een documentatiepakketje meegeeft. ""Wij hebben die papieren al, maar ik wil dat spelletje'' legt zoonlief spontaan uit. Met rode kaken druipen we af. Karin sprint meteen door naar De Kring want daar mag je vandaag corsages maken.

Vriendinnetje

Karin zelf wil per se naar het katholieke lyceum, want daar gaat het vriendinnetje van de manege naar toe en je hoort van alle kanten dat dat zo'n goede school is.

Dat is even slikken. Mijn dochter op een katholieke school? Mensen zeggen wel dat het tegenwoordig niks meer uitmaakt, maar iedereen die dat zegt blijkt bij navraag toch wel zelf katholieke opgevoed. In elk geval is het anderhalve kilometer dichterbij en als je aarzelt tussen HAVO of VWO lijkt dit een ideale school omdat HAVO en VWO de eerste drie jaar samengaan. Toevallig blijkt de sportredacteur van deze krant - van huis uit katholiek, inderdaad "maar dat maakt tegenwoordig niks meer uit' - er laaiend enthousiast over: "Het enige nadeel is dat het een echte witte school is, het worden daar allemaal kleine racistjes. Maar ze weten wel van aanpakken! Meteen bergen huiswerk en strakke controles, echt een hele serieuze school.''

Computerklas

Als ik opgewekt thuiskom met het blijde nieuws glijdt even een schaduw over het gezichtje, maar diezelfde woensdag gaan we er op af. Chantal leidt ons rond, een mager sprietje uit de vijfde klas, met opgestoken haar en felblauwe mascara, een energieke tante. Zij gaat later bedrijfskunde studeren en loodst ons in rap tempo door een gloednieuw, helder gebouw. Langs het computerlokaal, waar een heel rijtje jongetjes met stekelhaar fanatiek bezig is en langs het biologielokaal waar je je longinhoud kunt laten meten. Een wiskundeleraar met vuurrode oren doet zijn best op een proeflesje en in het scheikundelokaal delen twee blonde jongedames reageerbuizen met zilverspiegel uit. We krijgen zomaar een heel doosje buizen mee, zodat het nog wekenlang feest is in de keuken als Roland met zijn duikbril op en Karin met haar zonnebril samen op hun zelfgemaakte spiritusbrander het kookpunt van afwasmiddel met ranja onderzoeken.

Een nadeel van deze school is dat er geen klassieke talen worden gegeven. Hier lopen dus alleen maar bèta's rond. ""We willen best, maar we mogen niet van Den Haag'', legt de rector uit, ""want er zijn al drie scholen in de omtrek die dat hebben.'' Als je voor alle drie je kinderen dezelfde school kiest, wat toch wel het gezelligste is, vallen de klassieke talen dus in dit geval meteen voor het hele gezin af.

Op de valreep volgt nog een gesprek met de directeur van de basisschool. Een goede HAVO-leerling, luidt zijn oordeel. Haar taalgevoel is best in orde en haar rekenkundig inzicht ook, alleen het huiswerk is nogal wisselvallig. Met haar concentratievermogen en doorzettingsvermogen acht hij haar trouwens ook best geschikt voor het Daltonsysteem in Zoetermeer, waar wij nooit aan gedacht hadden. Helaas is de open dag net voorbij.

Het blijft ingewikkeld.

In het huidige schooljaar telt het voortgezet onderwijs bijna 890.000 leerlingen. De grootste groep wordt gevormd door de leerlingen van het VBO (Voorbereidend Beroeps Onderwijs, het vroegere LBO).

Niet in de grafiek opgenomen zijn de leerlingen die een gemeenschappelijk brugjaar op een scholengemeenschap volgen. In 92-93 waren dat er 161.000.