Franse buurtcafés bedreigd "Als de patron niet sympa is, heeft het café geen enkele kans'

Au Terminus du Châtelet, rue des Lavandières 5, 1e Arrondissement. Inl 09-331 45085044. Le Petit Château d'Eau, rue du Château d'Eau 34, 10e Arrondissement. Inl 09-331 42087281. La Tartine, rue de Rivoli 24, 4e Arrodissement. Inl 09-331 42727685. Le Vin des Rues, rue Boulard 21, 14e Arrondissement. Inl 09-331 43221978.

Geen enkele instelling speelt zo'n belangrijke rol in de Franse tradities als de "zinc', het café. Hoewel de tapkast van het traditionele Franse café nog maar zelden van zink is (formica of roestvrijstaal is immers makkelijker te onderhouden), zijn de rituelen er intact. De eigenaar die handen schudt met stamgasten en al weet wat zij gaan bestellen. De verhitte discussies over de laatste ontwikkelingen in de politiek. Er wordt naar je geluisterd, en zonodig wordt je opgemonterd.

Toch sterft de "zinc' langzaam uit, blijkt uit alarmerende cijfers. In 1910 telde Frankrijk 510 duizend cafés voor 38 miljoen inwoners. In 1992 waren het er nog maar 170 duizend voor 58 miljoen. En in Parijs? In 1980 bestonden daar 4999 cafés en nu nog maar 2175 (bron: INSEE).

Het sluiten van de cafés weer- spiegelt een ommekeer in de Franse levensstijl. “Veertig jaar geleden was het café een verplichte halte”, zegt Robert Sucheyre, de eigenaar van "Au Terminus du Châtelet' in het centrum van Parijs. “Er was geen comfort in de woningen en voor een koud drankje moest je wel naar ons toe. "L'apéro' was het hoogtepunt van de dag. Nu heeft iedereen een ijskast en drinken de mensen thuis. En met het verschijnen van de televisie en de video gaat men zelfs 's avonds niet meer uit. Bovendien liep het alcoholgebruik de laatste tien jaar sterk terug.”

Om hun klanten te behouden, zijn veel caféhouders aan het koken geslagen: "croque monsieur', sandwiches of een dagschotel. Maar daarbij ondervinden zij veel concurrentie van de fast-foods: “Die zijn moderner, schoner en minder duur en bovendien kom je er geen dronkelappen tegen”, zegt een jonge Parijse student. Ook wordt redding gezocht in "renovatie'. De caféhouders vernietigen alles en vervangen marmer, hout, zink, koper en leer door koude, moderne materialen.

Niet alle cafés doen aan de modernisering mee. Het "Le Petit Château d'Eau' bijvoorbeeld, een gezellig buurtcafé in het tiende arrondissement, heeft nog een authentieke tinnen Art Deco tapkast en mooie groengele Art Nouveau tegels als wandversiering. “Het succes van een café hang niet van de verfkwast af, maar van de atmosfeer. En als "le patron' niet "sympa' is, heeft het café geen enkele kans”, zegt Michel Monin, de eigenaar, gerieflijk geïnstalleerd op een buffelleren bank. Zijn vrouw, Arlette, zorgt voor de dagschotel en om half vijf 's middags staat ze weer achter de tapkast. Dan levert ze commentaar op het nieuws van de dag.

In "la Tartine', in de Marais, dat vele malen door de Franse fotograaf Robert Doisneau werd vereeuwigd, kwamen Hongaarse vluchtelingen in het begin van de jaren twintig een boterham eten. Vandaar de naam. Ook hier bleef alles bij het oude. De houten tapkast met een marmeren blad, het Art Deco stucwerk, die spiegels uit 1935. Sinds 1941 zwaait Jean Bouscarel hier de scepter. Hij maakte van de instelling een "café pour buveurs de vin'. “Geen bàr vins”, zegt hij met nadruk. Hij schenkt een groot aantal verrukkelijke landwijnen en serveert ook koude hapjes en sandwiches "au pain poilâne'.

“Je ziet er slecht uit”, zegt Jean Charrion, de meestal knorrige baas van "Au Vin des Rues', mijn stamkroeg vlak bij de rue Da- guerre, waar ik zaterdags naar de markt ga. Dat klopt, want ik worstel al twee weken met een hardnekkige griep. Tevreden dat er zoveel aandacht aan me wordt besteed, sla ik twee kleine "ballons de rouge' achterover, met de overtuiging dat die de bacteriën voorgoed zullen verdelgen. "Au vin de rues' was oorspronkelijk een "bougnat', een steenkool- en houthandelaar, waar je ook een glaasje kwam drinken. Sinds er met andere middelen gestookt wordt, veranderen veel "bougnats' in wijncafés, net als "Au Vin des Rues'. In deze als een ouderwetse, rommelige huiskamer ingerichte kroeg voel je je thuis. Er wordt gediscussieerd, gemopperd en gekletst. Vervelen doe je je niet. Nooit. De traditionele schotels als "andouillette braisée', "tripes Lyonnaise' of "blanquette de veau' worden door Jean Charrion zelf klaargemaakt. Een buurtcafé betekent een levensstijl, een ontmoetingspunt met zijn gewoontes, zijn rites en zijn taalgebruik. Als een stamgast er een paar dagen niet opduikt, wordt er gebeld om te vragen of hij ziek is, maar voor hoe lang nog?