EG-hulp aan oude industriegebieden

BRUSSEL, 25 FEBR. De Europese Commissie wil meer steun geven aan achtergebleven regio's in Europa. Het geld gaat onder meer naar deelregio's en steden die worden geconfronteerd met massale fabriekssluitingen. Zij zullen worden geholpen bij omschakeling op nieuwe bedrijvigheid, om langdurige werkloosheid te bestrijden en om jongeren in het arbeidsproces in te schakelen. Zo vloeit dit jaar bijna 100 miljoen ecu naar Zuid-Limburg, Twente en de regio Groningen/Zuidoost Drente.

De EG gaat niet in op de wens van de provincie Flevoland om te worden bestempeld tot achtergebleven regio. Die status zou Flevoland toegang hebben gegeven tot het regionaal fonds van de EG, bedoeld om de minst ontwikkelde gebieden in Europa financieel te helpen bij bijvoorbeeld de aanleg van wegen en spoorlijnen.

EG-commissaris Bruce Millan (regionaal beleid) heeft dat gisteren in Brussel gezegd in een toelichting om de werking van de zogeheten structuurfondsen van de EG. Formeel voldoet Flevoland wel aan de voorwaarde om in aanmerking te komen voor speciale EG-subsidies. Op basis van het bruto binnenlands produkt per inwoner is Flevoland net zo arm als onderontwikkelde streken in landen als Italië, Griekenland en Spanje.

Maar volgens commissaris Millan geeft het cijfer van Flevoland zoals dat in de EG-statistieken is opgenomen, een vertekend beeld van de werkelijke welvaart in de provincie. Flevoland is een dunbevolkt gebied en in omvang niet te vergelijken met de arme regio's in Zuid-Europa. Bovendien verdient een groot deel van de bevolking haar inkomen buiten de provincie, met name in Amsterdam. Flevoland is dus niet zo arme als het lijkt, aldus Millan.

De EG zal dit jaar ruim 50 miljard gulden uitgeven aan economische en sociale hulpprogramma's. Verreweg de meeste EG-steun gaat naar regio's met “een ontwikkelingsachterstand”, in Zuid-Europa en Ierland. De Oostduitse Länder behoren er nu ook toe.