Anonimisering van de politiek

Het verhaal, geschreven door politiek redacteur Co Welgraven verscheen begin deze week in de Volkskrant. Onderwerp was de houding van de andere partijen tegenover D66. Hoe moet, met nog een jaar te gaan tot de verkiezingen, de gedoodverfde winnaar worden behandeld? De partij is straks bij de kabinetsformatie voor ieder een potentiele coalitiepartner, maar tot die tijd vooral nog ieders concurrent. Kortom, typisch zo'n thema waar iedereen die in politiek en in de strijd om de macht is geinteresseerd wel eens een boom over weet op te zetten. Dat gebeurde dan ook in het artikel, maar - en dat was dan ook het opvallendste aan het stuk - allemaal anoniem.

Werd er een geheime strategie onthuld? Nee. Werden de zwakke kanten van Van Mierlo geopenbaard? Ook al niet. Bleek de formatie al te zijn geregeld? Niets daarvan. De ene opmerking tussen aanhalingstekens geplaatst en dus een letterlijk citaat, was nog onschuldiger dan de andere. Een slechts als "dapper" omschreven Kamerlid van D66 spreekt de waarschuwende woorden "we schuiven niet zo maar aan". Een D66'er (dat kunnen er tegenwoordig een heleboel zijn) noemt het vaak geuite verwijt dat zijn (of haar?) partij onduidelijk is "niet waar en daarom ontzettend vals". Tenslotte duikt aan het eind van het verhaal weer een Kamerlid van D66 op (dezelfde als de dappere of een ander?) dat zegt: "als we in de fractie de laatste peilingen bespreken is de conclusie: de situatie is onverkort zorgwekkend." Niet alleen D66-ers worden anoniem geciteerd. In het stuk is ook nog sprake van "een ingewijde" die tot de CDA-gelederen behoort. Deze weet te melden dat in de CDA-fractie de discussie over de houding tegenover D66 "nog niet helemaal uitgekristalliseerd" is.

Stuk voor stuk zijn het waarnemingen die niemand kwaad doen. Toch ontbreken de namen. Het betrof hier nu toevallig een stuk uit de Volkskrant, maar het verschijnsel komt in alle kranten en in toenemende mate voor. Kamerleden of andere politici worden nauwelijks meer gehoord, des te meer zijn er de anonieme opvattingen van dezelfde mensen. Niet gek als de kleur grijs bepalend is. Wie in die kleurstelling wil overleven moet zich inhouden. Politici die vrijuit en dus citeerbaar praten worden schaars. Hun betrokkenheid bij Fokker of Daf mag in de krant, graag zelfs. Maar vraag hetzelfde Kamerlid eens om een oordeel over het opereren van de minister in deze industriele ontmantelingszaken. Dan begint het grote draaien. Gezwegen wordt er zelden. Het gaat veel subtieler, want er is natuurlijk wel het een en ander te vertellen. Soms bestaat het antwoord uit een veelbetekenende glimlach, een andere keer wordt het antwoord gegeven onder de conditie dat het absoluut niet aan de persoon kan worden toegeschreven.

Natuurlijk, anonieme bronnen stonden aan de wieg van heel wat journalistieke onthullingen. Zonder Deep Throat was er geen Watergate geweest. Als het gevoelige onderwerpen betreft, zijn de zegslieden al gauw niet citeerbaar. Maar het dreigt nu door te slaan. De angsthazerij onder Nederlandse politici is zo groot geworden dat bijna alle onderwerpen van het stempel 'gevoelig' zijn voorzien. Volksvertegenwoordigers ooit gekozen om een mening te verkondigen, zijn steeds banger voor hun eigen mening. En als ze er een keer voor uitkomen, hebben ze al weer spijt als het eenmaal gedrukt is. In het jongste nummer van Democraat het partijorgaan van D66 wordt een kwart deel van een interview met vice-fractievoorzitter Wolffensperger besteed aan uitleg van wat hij had bedoeld met een eerder in het weekblad Elsevier verschenen vraaggesprek.

Zolang er nog geen unaniem fractiestandpunt is, komen de opvattingen van welingelichte bronnen, kringen of betrokkenen. Kortom, van mensen die hun vingers niet durven te branden. Er is wel discussie, kranten berichten er ook over maar namen worden daarbij zelden aangetroffen. Terwijl de gekozen politici kiezen voor het werk in de spelonken, rukken de niet gekozen fractievoorlichters op. De ene keer hanteren zij de polijstmachine, de andere keer spelen ze een dubieuze rol in het politieke proces. Het kan allemaal in een atmosfeer waarbij de besluitvorming meer en meer gebaat is bij duisternis.

Twee recente voorbeelden. Begin november maakte het kabinet zijn aanvullende bezuinigingsplan bekend. De PvdA-fractie reageerde positief, de CDA-fractie wachtte met een officiele reactie. Niet reageren is in dit soort zaken ook een reactie, temeer als vervolgens vanuit de fractievoorlichting van het CDA signalen worden afgegeven ("niet citeren!") dat het bezuinigingspakket volstrekt onvoldoende is. De bedoeling is duidelijk: er wordt een sfeer geschapen, er wordt gedreigd, maar uiteindelijk is niemand verantwoordelijk voor het standpunt dat immers alleen maar wordt gesuggereerd. In het debat over de bezuinigingsvoorstellen van het kabinet sloeg CDA-fractievoorzitter Brinkman een betrekkelijk milde toon aan. Toen verslaggevers hem na afloop vroegen hoe zijn bijdrage zich verhield tot de eerder vernomen zware kritiek uit de CDA-hoek, kon Brinkman dan ook doodgemoedereerd verklaren dat hem daar niets van bekend was.

Dezelfde tactiek paste de PvdA een maand geleden toe ten tijde van de WAO- discussie. Plotseling wisten alle media te melden dat een eventueel buitenechtelijk akkoord tussen CDA en VVD over de WAO onaanvaardbaar zou zijn voor de PvdA-fractie en de PvdA-bewindslieden. De bron leek vice- premier Kok die zich kort daarvoor aan de bar van het perscentrum Nieuwspoort (waar de huisregels zeggen dat er niet geciteerd mag worden) had vertoond. Maar deze had niet veel meer verklaard dan dat de zaak moeilijk lag. De duiding werd pas later gegeven door de voorlichter van de PvdA. Die had de analyse van Kok vertaald in een dreiging met crisis. Tijdens het debat in de Tweede Kamer over de WAO kon Kok gemakkelijk verklaren dat hij niet met crisis had gedreigd. Nee, dat hadden anderen voor hem gedaan.

Kamerleden die in de anonimiteit duiken, voorlichters die met hun ongebonden status oprukken en de politiek sturen: het past in hetzelfde rijtje als onaantastbare regeerakkoorden, monisme en 'Torentjesoverleg'. Iedereen praat, maar niemand is direct aanspreekbaar. Maximale vrijblijvendheid en minimale echte duidelijkheid is daarvan het trieste resultaat.