"Voor negen maanden dansen krijg je vier maanden betaald'

Hoe verdienen Nederlandse kunstenaars de kost, als de vraag naar hun werk beperkt is, de subsidies slinken en een beroep op de bijstand straks onmogelijk wordt? Kunstenaars uit verschillende disciplines openen in deze serie hun kasboek. In dit tweede deel podiumkunstenaars: danseres Ineke Drabbe en actrice Barbara Gozens

De danseres drinkt haar thee zonder suiker, maar eet wel twee chocolaatjes. Opgeschoren haar, geen make-up, een bril en korte benen. Een stervende zwaan of een frèle Assepoester wil ze niet zijn. “De overheid ziet ons nog altijd als huppelaars, die het liefst een zwaantje bij het Nationaal Ballet dansen.” Nee, Ineke Drabbe heeft in de moderne dans haar grote passie gevonden. Ook al verdien je daar geen droge boterham mee.

“Als je van school afkomt, pak je alles aan. Het belangrijkste is dat je danst, pas dan word je gezien. Dus vraag je niet naar geld.” Ineke Drabbe was nauwelijks 24 jaar oud toen ze de de studie moderne dans afrondde. Ze ging aan de slag bij diverse gezelschappen. Die waren enthousiast, maar kwamen niet met geld over de brug. Drie jaar lang danste Drabbe voor een RWW-uitkering; een uitkering van het rijk aan werkloze schoolverlaters van ongeveer 1045 gulden per maand. Daarna belandde ze in de bijstand (zoals ongeveer drieduizend andere podiumkunstenaars). De rieten stoel kraakt als ze voorover buigt. “Een uitkering is mjn salaris.”

Ruim vier jaar nadat Drabbe de dansschool verliet, ontving ze voor het eerst salaris. “Een sensatie” lacht de 29-jarige danseres nu. Ze verdiende ruim 2500 gulden bruto per maand. Maar lang duurde deze droom niet. Het gezelschap bood haar een contract voor vier maanden, terwijl de voorstellingen en repetities bij elkaar negen maanden duurden.

Dus klopte Drabbe weer bij de sociale dienst aan. Daar kreeg ze een WW-uitkering, die bestond uit 70 procent van het laatstverdiende loon. “Na al die jaren ploeteren had ik eindelijk een arbeidsverleden opgebouwd.” De voorstellingen gingen gewoon door. “'s Ochtends leverden we ons briefje in, 's middags vertrokken we vanaf Schiphol voor een tournee.”

Voor de danseres is de uitkering een onmisbaar onderdeel van het leven geworden. Staatssecretaris L. de Graaf van Sociale Zaken onderkende dat in de jaren tachtig toen hij werken met behoud van uitkering voor podiumkunstenaars goedkeurde.

“Zonder die opvang kan ik niet leven, moet ik tot diep in de nacht in restaurants werken en schoonmaken,” vertelt Drabbe. Ze roemt en hekelt tegelijkertijd de mentaliteit van de Nederlandse overheid. Juist de subsidies en uitkeringen hebben ervoor gezorgd dat hier in Nederland “zulke mooie dingen” van de grond kwamen. Maar ze verhaalt ook van een topambtenaar van WVC die de zakelijk leider van een gezelschap adviseerde de dansers geen salaris te betalen. Voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten, vindt ze dat. De nieuwe Bijstandswet, die deze zomer waarschijnlijk van kracht wordt, zwaait de danseres met een geërgerd handgebaar weg. “De overheid zou eerst eens op een professionele wijze met moderne dansers om moeten gaan, ook als het om subsidies gaat.” Pas daarna zouden de ministers van WVC en Sociale Zaken zich een oordeel moeten aanmeten. Overigens is de oplossing van het probleem volgens Drabbe eenvoudig: stop alle uitkeringen die nu aan werkloze dansers worden verstrekt in één grote pot en subsidieer daaruit de dansgezelschappen. Ze lacht om haar eigen plan.

Toch erkent Drabbe dat de schuld niet alleen bij de overheid ligt. Zolang dansers voor niets optreden, zullen gezelschappen daar misbruik van blijven maken. “We zouden één front moeten vormen.” Net als iedere andere werkende Nederlander wil Drabbe naar behoren voor haar werkzaamheden worden betaald. “In tegenstelling tot vroeger, toen iedereen vond dat je al blij moest zijn als je mocht optreden.”

Gratis optreden is iets wat de actrice Barbara Gozens (40) verafschuwt. In haar woning op de Amsterdamse Wallen leunt ze achterover. Op het parket ligt een hoop speelgoed van haar vijf-jarig zoontje. Buiten klinkt het geroezemoes van een ontwakend Amsterdam. “Je gooit je eigen glazen in. Ik speel alleen voor niets als het òf een ontzettend mooi stuk is, òf als ik iemand kan helpen.” Zo speelde Gozens mee in een theaterstuk op de regie-opleiding.

Daarnaast vindt ze dat betaald werk altijd moeten prevaleren boven onbetaald werk. Maar als ze nu moet kiezen tussen respectievelijk de RTL-serie Spijkerhoek of een theaterstuk van Oscar Wilde? Ze fronst haar wenkbrauwen. “Het is moelijk, maar ik zou kiezen voor Spijkerhoek. Ook omdat ik kostwinnaar ben.”

Op dit moment is Gozens volop bezig met de opnames voor de serie Vrouwenvleugel, een produktie van Joop van der Ende die op RTL4 wordt uitgezonden. Hoeveel ze verdient, wil ze niet zeggen. “Dat mag niet van Joop.” Maar ze verdient goed, zo'n vijftig procent boven het CAO-loon. Haar contract met Joop van der Ende loopt tot maart. “Ik maak me nu al zorgen over hoe ik daarna mijn geld moet verdienen,” zegt ze. Maar een week later blijkt dat ze in april een film zal opnemen en bovendien met een eigen liederenprogramma de bühne op wil.

De actrice laat duidelijk merken dat ze met de bijstand niets te maken heeft. Wel belandt ze regelmatig in de WW, maar nooit voor lang. “Een acteur wil immers het liefst aan het werk. Bovendien ben ik dat circuit van geklooi in groepjes ontgroeid.” Ze neemt bijna al het werk aan; theater en televisie, bedrijfstrainingen en reclame voor het wasmiddel Persil.

Echt moeilijk heeft Gozens het - financieel gezien - nooit gehad. Ze had nauwelijks de toneelschool de rug toegekeerd toen ze bij een gezelschap belandde. Daar bleef ze negen jaar in vaste dienst. Toen het ministerie van WVC de subsidie stopzette, vond ze dat niet eens erg. Ze wilde toch al de overstap naar televisie maken, zodat ze in alle rust een kind kon opvoeden. Dus niet eerst eindeloze repetities overdag en daarna op dezelfde dag voorstellingen tot diep in de nacht in Stadskanaal of Maastricht.

Ineke Drabbe heeft nooit in zo'n riante positie verkeerd. Haar leven draait weliswaar niet om geld - “daar zou ik gefrustreerd van raken” - maar de financiële middelen spelen wel degelijk een rol. Niet voor niets vraagt ze na afloop: “Betalen jullie ook voor een interview?”