Voedsel als provocatie

New York - De oprichting van een tribunaal der Verenigde Naties om de oorlogsmisdadigers in het vroegere Joegoslavië te berechten, mag opgevat worden als een teken dat het "de wereld ernst is' met de toestanden daar, maar niemand kan zich er een duidelijke voorstelling van maken wat er zal gebeuren als er straks een verdachte wordt berecht en veroordeeld.

Hoe neemt men zo iemand gevangen, waar zal de straf worden voltrokken en door wie? Door drie Amerikaanse organisaties voor de mensenrechten is een klacht ingediend tegen Radovan Karadzic, leider of bendeleider, maar vertegenwoordigers van de bemiddelaars Vance en Owen hebben gevraagd hem immuniteit te verlenen opdat hij voor de volgende ronde van vredesoverleg weer veilig naar New York kan komen. Tegen Karadzic zijn alleen civielrechtelijke klachten ingediend - schadevergoeding voor enige miljoenen dollars, maar voor alle zekerheid is hij niet op de laatste vredesbijeenkomst verschenen.

Het is een vraagstuk van ondergeschikt belang in de zich voorspoedig ontwikkelende Servisch-Bosnisch-Kroatische baaierd. President Clinton heeft besloten dat de Amerikaanse luchtmacht voedseldroppings zal uitvoeren. Daartegen is veel verzet, niet alleen van de Serviërs maar vooral uit het militair commando van de VN ter plaatse. Vorige week heeft de Franse generaal Morillon gewaarschuwd dat het verschijnen van Amerikaanse vliegtuigen de razernij alleen maar zou doen toenemen: “In dit klimaat van paranoia schiet iedereen op alles.” Zal het neerschieten van een Amerikaans vliegtuig voor Washington de aanleiding zijn om ook grondtroepen te sturen, of een reden om het bij één poging te laten? Dat laatste is onwaarschijnlijk; de eerste mogelijkheid leidt tot escalatie.

Inmiddels is over mogelijke Amerikaanse deelneming aan de vredesoperaties een competentiestrijd ontstaan. Secretaris-generaal Boutros-Ghali staat op het standpunt dat een militair van de strijdkrachten der VN het opperbevel moet voeren. Dat is in de Amerikaanse binnenlandse politiek een onverkoopbaar denkbeeld. Amerikaanse strijdkrachten kunnen wel onder verantwoordelijkheid van de VN worden ingezet, maar alleen onder Amerikaans bevel. Dat staat weliswaar nergens geschreven, maar zo is het in de praktijk altijd geweest.

Zoals in Europa, zijn ook in de Verenigde Staten scholen ontstaan die stuk voor stuk hun eigen theorie over de oplossing hebben. Jeane Kirkpatrick, tijdens het bewind van Reagan ambassadeur bij de VN en een diplomate die er zelden voor terugschrok een paar schoten te laten lossen, is nu ook voor ingrijpen. Zbigniew Brzezinski is altijd voor ingrijpen: hij heeft genoeg van die "tandeloze vertoning'. William Colby, vroeger hoofd van de CIA en Jimmy Carter delen zijn mening. Maar Henry Kissinger maant tot voorzichtigheid. “Als de Europeanen niet bereid zijn op hun eigen gebied de vrede en de mensenrechten te verdedigen, hoeven de Amerikanen niet als plaatsvervangers op te treden.” Kissinger ziet ook een geopolitieke kant. Als er een grotere vredesmacht zou komen, moeten de Russen daarvan geen deel uitmaken. Dat zou weer onrust zaaien in Polen, Hongarije, Roemenië en andere landen waar men juist van de Russen is verlost. Kissinger ziet zoveel bezwaren in een Amerikaanse aanwezigheid dat hij tegen is.

Het dilemma voor Clinton is dat hij geconfronteerd wordt met zijn verkiezingsretoriek die grimmiger was dan de denkbeelden die hij nu in ontwikkeling heeft. Het praktische probleem op korte termijn in deze sector van zijn buitenlandse politiek is niet te scheiden van zijn strategie die hij op lange termijn voor de binnenlandse politiek heeft. Het grootscheepse plan dat hij in zijn State of the Union heeft ontvouwd staat dichter bij een poging tot een democratische omwenteling dan dat het een relatief beperkte politiek tot herstel van de economie behelst. De aan bloeddorst grenzende vijandigheid waarmee het aan Republikeinse kant is ontvangen maakt dat hij alles moet mobiliseren om het te verdedigen. Amerikaanse inmenging in een buitenlands conflict dat ook maar in de verte aan een Vietnamese ouverture zou doen denken, is het laatste dat de president kan gebruiken.

Deze en andere verwarringen zullen de Serviërs en andere strijdende partijen niet zijn ontgaan. Bijna twee jaar oorlogspraktijk heeft al geleerd dat "Europa" op het gebied waar conflictbeheersing moet worden gesteund met militaire macht, niets voorstelt. De Verenigde Staten bevinden zich nu ongeveer in de fase waaraan de Westeuropese landen anderhalf jaar geleden zijn begonnen en die ze sindsdien niet hebben verlaten. Als "Europa' toen al geloofwaardig was, heeft het die kwaliteit verspeeld.

Kunnen de Verenigde Staten zich dit ook veroorloven? Het lijkt alsof de Serviërs niets nalaten om de grenzen van de willekeur te bepalen. Een Grieks schip met Servische wapens is onderweg naar Somalië waar de goederen tegen harde valuta moeten worden verkocht, terwijl Amerikaanse strijdkrachten ter plaatse bezig zijn het bendewezen te bedwingen en het volk van de hongersnood te redden. Serviërs schenden het VN-wapenembargo dat voor Somalië geldt en de Somaliërs schenden het handelsembargo dat voor Servië geldt. Zotter, absurder kan het niet, of misschien toch, als straks de eerste oorlogsmisdadiger wordt veroordeeld door een tribunaal van de Verenigde Naties, waarna hij vrijgeleide krijgt om te kunnen deelnemen aan vredesbesprekingen in het gebouw van de Verenigde Naties. Dit alles onder voorbehoud dat er geen Amerikaans vliegtuig met voedsel wordt neergeschoten.