VN-commissie veroordeelt Serviërs om verkrachtingen; Verkrachting "onder omstandigheden' een oorlogsmisdaad

GENÈVE, 24 FEBR. De Bosnische Serviërs zijn gisteren in Genève door de VN-commissie voor de rechten van de mens veroordeeld wegens ernstige schendingen van de mensenrechten, met name wegens de verkrachting van duizenden vrouwen in Bosnië. De commissie, waarin 53 landen zijn vertegenwoordigd, verwelkomde het besluit van de Veiligheidsraad een tribunaal te vormen voor de berechting van oorlogsmisdaden.

De commissie nam gisteren twee resoluties aan, beide bedoeld ter ondersteuning van de conclusies waartoe de speciale VN-rapporteur Tadeusz Mazowiecki tijdens zijn onderzoek naar de schendingen van de rechten van de mens in ex-Joegoslavië is gekomen. In een van de resoluties werd het verkrachten van vrouwen aan de kaak gesteld en als “oorlogsmisdaad” veroordeeld. Alle partijen in Bosnië, zo wordt in de resolutie gesteld, maken zich aan deze praktijk schuldig en zetten met de massale verkrachting van vrouwen hun beleid van "etnische zuivering' kracht bij. In de resolutie worden de Bosnische Serviërs aangewezen als de hoofdschuldigen.

Deze resolutie werd unaniem en zonder stemming aangenomen, ondanks aanvankelijk verzet van de Russische delegatie, die moeite had met de veroordeling van de Serviërs, en van islamitische delegaties, die bezwaar maakten tegen de vaststelling dat alle partijen, dus ook de moslims, zich aan de massale verkrachting van vrouwen schuldig maken. Ook de vertegenwoordiger van Bosnië zelf had moeite met deze vaststelling, omdat de resolutie aldus geen onderscheid zou maken tussen de slachtoffers en de daders van de agressie in Bosnië.

Volgens de tekst van de resolutie komt de verkrachting van vrouwen en kinderen in ex-Joegoslavië “onder de omstandigheden neer op een oorlogsmisdaad”. Alle lidstaten van de VN worden opgeroepen te garanderen dat al diegenen die zich aan dit misdrijf schuldig hebben gemaakt voor de rechter komen. In een tweede resolutie werd Mazowiecki voor nog een jaar benoemd tot rapporteur.

De beslissing van de Veiligheidsraad een tribunaal te vormen voor de berechting van oorlogsmisdaden is gisteren in Belgrado belachelijk gemaakt door Vojislav Seselj, de leider van de Servische Radicale Partij en organisator van paramilitaire Servische formaties in zowel Kroatië als Bosnië. Seseljs naam kwam in december voor op een lijst van “vermoedelijke oorlogsmisdadigers”, opgesteld door de toenmalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Eagleburger. Een andere naam op die lijst was die van de politieke leider van de Bosnische Serviërs, Karadzic. Seselj zei gisteren in Belgrado “trots” te zijn “op dezelfde lijst te staan als Karadzic en andere echte Servische patriotten”. Over de mogelijkheid als oorlogsmisdadiger te worden berecht maakte hij zich geen zorgen: “Ze krijgen me nooit.”

Karadzic maakte gisteren in een brief aan de EG- en VN-bemiddelaars, Owen en Vance, zijn komst naar New York voor de hervatting van het Bosnië-overleg afhankelijk van garanties voor zijn vrijwaring van “juridische vervolging”. Tegen Karadzic is in New York door particulieren en particuliere organisaties een aantal aanklachten wegens oorlogsmisdrijven ingediend. De leider van de Bosnische Serviërs liet weten pas naar New York te komen als hij bij voorbaat zeker is van juridische immuniteit. (Reuter, AP, AFP)