Verdachten incestzaak Rheden in cassatie tegen veroordelingen

DEN HAAG, 24 FEBR. Zeven verdachten in de zogenoemde Rhedense incestzaak hebben gisteren bij de Hoge Raad cassatie aangetekend tegen hun arresten van het gerechtshof in Arnhem. Daarin werden in juni van het vorig jaar negen familieleden van vier jonge meisjes veroordeeld tot gevangenisstraffen van acht maanden voorwaardelijk tot vijf jaar cel, wegens jarenlange incest, verkrachting en medeplichtigheid daaraan.

In de Rhedense zaak, de tot nu toe grootste in Nederland bekend geworden incestzaak, werden vier meisjes uit één gezin vanaf peuterleeftijd tot ongeveer twintig jaar stelselmatig verkracht door ooms, zwagers, bekenden, vader, moeder en oma.

Volgens de advocaten L.J.L. Heukels en J.M. Sjöcrona van twee van de verdachten spitsen de cassatiegronden zich toe op klachten over de getuigenverhoren en de vermenging van het openbaar ministerie met de rechterlijke macht bij het gerechtshof in Arnhem. De moeder heeft volgens haar raadsman afgezien van cassatie, omdat zij anders niet met weekendverlof zou mogen. Zij is wegens betrokkenheid tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Volgens Heukels is het gerechtshof in gebreke gebleven toen het verzoek van de advocaten om getuigen opnieuw te verhoren heeft afgewezen. Dat verzoek werd ingediend nadat een oud onderzoeksrapport van een gynaecoloog over twee van de vier meisjes opdook. Uit het onderzoek zou zijn gebleken dat het jongste meisje op haar dertiende nog maagd zou zijn. Een ander zou een jaar eerder bij een verkrachting zijn ontmaagd.

Volgens de advocaten is daarmee het verhaal van de slachtoffers, dat zij jarenlang honderden keren zijn verkracht, ongeloofwaardig geworden. De familieleden werden door het hof vrijgesproken van de verkrachtingen van het jongste meisje. Maar de advocaten vinden toch dat de twee meisjes na verschijning van het medisch rapport opnieuw gehoord hadden moeten worden. Verder achten zij de rol van de Rhedense politie twijfelachtig, omdat deze het medische dossier - uit een oud strafdossier - niet had toegevoegd.

Heukels zal ook bij de Hoge Raad klagen dat de procureur-generaal bij het hof in Arnhem zich tijdens schorsingen van de zitting voegde bij de rechters in de raadkamer. Hij vindt dat een onacceptabele vermenging van openbaar ministerie en rechterlijke macht. Voorts klaagt Heukels dat hij voor het aanbrengen van de zaak, het toesturen van de processtukken, bij de Hoge Raad te weinig tijd heeft gehad.

Advocaat-generaal mr. L.C.M. Meijers bij de Hoge Raad zal 27 april conclusie wijzen in de Rhedense zaak.