Teuns deun

Als iemand mij van moord beschuldigt, en de werkelijke moordenaar heeft bekend, mag ik dan een excuus voor die beschuldiging verwachten?

Je zou het denken.

Alleen prof. Teun A. van Dijk denkt er anders over.

Die gooit er nog een schepje boven op.

“Ik heb nog geen enkel plausibel argument gehoord waaruit onomstotelijk blijkt dat Komrij het niet gedaan heeft”, bleef de teneur van zijn reactie.

In het boek Dat heeft u mij niet horen zeggen. Drogredenen van A tot Z van Frans van Eemeren en Rob Grootendorst bekleedt die reactie een eervolle plaats onder de voorbeelden van drogredenen.

“Frans van Eemeren en Rob Grootendorst zijn als hoogleraar respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Taalbeheersing van de Universiteit van Amsterdam”, staat achterop dat boek te lezen.

Eerst werd Teun door de rechter een fantast genoemd, en nu door zijn collega's aan de universiteit een drogredenaar.

Dat ik aan de geleerde heren Van Eemeren en Grootendorst graag geloof hecht en de geleerde heer Teun voor een charlatan houd komt door het feit dat ik me bij Taalbeheersing iets kan voorstellen, en bij Tekstwetenschap niets.

Overigens ben ik van mening dat de leerstoel Tekstwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam dient te verdwijnen.

Het is bekend hoe de heer Teun, in een marxisties-leninistiese nabloei en met de helpende hand van een systeem van one man one vote, die leerstoel voor zichzelf te voorschijn wist te toveren. Sindsdien is het een spook-leerstoel gebleven, hoezeer de gediplomeerde anti-racist ook heeft getracht hem vol te proppen met de nieuwste mode-attributen, die van de political correctness.

Nog in zijn laatste verweer voor de rechter, toen al vaststond dat de heer Rasoel, ook al een variété-artiest, de auteur was van De ondergang van Nederland, deed Teun er zijn schepjes bovenop. Hij suggereerde dat Komrij althans mede-auteur moest zijn, en noemde diens verontwaardiging slechts schijn, die tot doel had “af te leiden van zijn kwalijke opvattingen en geschriften, zoniet van zijn mogelijke betrokkenheid bij de Rasoel-affaire”.

“Mijn bevindingen en argumenten”, aldus Teuntje-éénzang, “blijven dan ook onweerlegd, en ik heb nog geen enkel argument gehoord of gelezen dat mijn eerdere hypothese zou verzwakken. Integendeel, ik heb sindsdien vertrouwelijke informatie verkregen die de hypothese juist verder ondersteunt.”

Dat was in het najaar van 1992, toen Teun al hoog en breed als exempel fungeerde in het handboek van drogredenaars. Over hardleersheid gesproken.

Kort daarop oordeelde de rechtbank dat Teun gebrek aan zorgvuldigheid en voorzichtigheid in zijn wetenschappelijke bevindingen moest worden verweten. En werd de schrijver van De ondergang van Nederland veroordeeld. Nog steeds geen excuus van Teun, de tekst-artiest.

Wat zou trouwens die "vertrouwelijke informatie' die hij "sindsdien' had verkregen inhouden? Dat klinkt dreigend en suggestief genoeg, moet Teun hebben gedacht. De rechter is er niet eens nieuwsgierig naar geweest. Ik ben er ook niet nieuwsgierig naar. Want als Teuntje reageert, reageert hij met hetzelfde leugendeuntje.

Overigens ben ik van mening dat een reactie van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam dringend gewenst blijft. Ik herhaal mijn oproep, en zal die blijven herhalen, net zolang tot de bestuurderen wakker schieten.

“Hooggeacht college van bestuur van de universiteit van Amsterdam! U die verantwoordelijk bent voor de geloofwaardigheid van uw onderwijs, de goede naam van uw hoogleraren, de ethos van uw wetenschapsbeoefening! Tot u richt ik me met de vraag: wat te zeggen van een universiteit die een medewerker vrijuit laat gaan die, op grond van zijn tekstwetenschappelijke discipline en met heel het gewicht van zijn onzwaarwegende leerstoel, op bedrog en leugens is betrapt? Wat te zeggen van het aanzien van een geleerd instituut, dat dit hoofdstukje in de geschiedenis van de wetenschappelijke flaters met de mantel der liefde bedekt? Maakt, als u van hem geen afstand neemt, één Teun A. van Dijk u niet allemaal tot Teun A. van Dijken? Lijkt het u niet onontkoombaar dat zijn hele leerstoel, berustend op lucht en nep, eindelijk eens wordt opgedoekt?”

Heren, hevel het geld van Teuns nattevingerstoel gerust over naar Taalbeheersing. Over een tijd klop ik opnieuw bij u aan. Met mijn deun.