Stop de afwenteling

ZAL ER NOG ooit een einde komen aan de WAO-discussie? Er waren politici die werkelijk dachten dat de rust zou terugkeren toen de Tweede Kamer zich eindelijk over dit zo veel besproken voorstel had uitgesproken. Ze hadden beter moeten weten. Van meet af aan heeft de vakbeweging gezegd alles te zullen proberen om een wettelijke verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen via het CAO-overleg zoveel mogelijk ongedaan te maken. De behandeling in de Tweede Kamer was zodoende maar een onderdeel van het proces. Er was bovendien een precedent. De ingrepen in de ziektewet hebben de vakbonden in het arbeidsvoorwaardenoverleg ook altijd weten te compenseren. Niemand hoeft zich dus te verbazen dat het "dichten van het WAO-gat' de komende CAO-onderhandelingen zal domineren.

Met zijn uitspraken in het blad van de christelijke werkgeversorganisatie NCW heeft minister-president Lubbers die CAO-onderhandelingen van een extra lading voorzien. Volgens hem moeten werkgevers “nee” durven zeggen tegen voorstellen om de WAO aan te vullen en die leiden tot hogere loonkosten. En “natuurlijk” moeten ondernemers daarvoor arbeidsconflicten riskeren. Hoe zeer Lubbers ook gelijk heeft, het is flinke taal door de verkeerde persoon op het verkeerde moment gebezigd. Op het moment dat de minister-president openlijk behalve partij kiest, ook nog eens de strijdmiddelen voor het gevecht aangeeft, zijn alle ingrediënten voor een escalatie aanwezig. Het arbeidsvoorwaardenoverleg is een zaak voor werkgevers en werknemers. De tijd van de geleide loonpolitiek is lang voorbij. Maar keer op keer blijkt weer dat ministers zich daar maar moeilijk mee kunnen verzoenen.

WAAR HET OM GAAT is in hoeverre er nieuwe collectieve regelingen komen om de beperking van de WAO-uitkeringen aan te vullen. Zodra het die kant op gaat kan de operatie die het kabinet nu al weer twee jaar geleden in gang zette als mislukt worden beschouwd. De gezamenlijke vakcentrales willen het WAO-gat repareren via aan de pensioenfondsen gekoppelde aanvullende verzekeringen, zo blijkt uit een gisteren gepresenteerd plan. Daarmee ontstaat een semi-collectieve regeling, waarmee de hoogte van de uitkeringen weliswaar is gegarandeerd, maar de kern van het probleem niet wordt opgelost. In die zin is de zorg van Lubbers terecht.

De discussie over de WAO is ontstaan wegens het onbeheersbare beroep dat er op de regeling wordt gedaan. Een situatie die kon ontstaan omdat niemand zich direct verantwoordelijk achtte. Geen regeling waar het afwentelingsmechanisme zo perfect functioneerde als bij de WAO. De lasten werden immers gedragen door het collectief. Met als gevolg dat één op de zeven mensen die tot de beroepsbevolking kunnen worden gerekend inmiddels arbeidsongeschikt is.

Wie iets aan het beroep op de WAO-regeling wil doen, zal het collectieve karakter moeten aanpakken. Dat was ook de gedachte achter de kabinetsplannen. Per bedrijf bijverzekeren brengt de financiële prikkel om arbeidsongeschiktheid te bestrijden terug op de plaats waar deze thuishoort. Voor de vakbeweging is dat wennen, want ondernemingsgewijze afspraken zijn strijdig met het collectieve karakter van de vakbeweging. De uitspraken van Lubbers zijn geen bijdrage aan dat gewenningsproces.