Serviër: "Escalatie mogelijk'; Waarschuwing tegen plan voor voedseldropping

BELGRADO, 24 FEBR. Een Servische generaal in Bosnië heeft gisteren gewaarschuwd voor “escalatie met onvoorspelbare gevolgen” als de Verenigde Staten hun voornemen uitvoeren boven Bosnië humanitaire hulp af te werpen.

Generaal Milan Gvero, vice-commandant van het Servische leger in Bosnië, sprak in een verklaring aan het persbureau van de Bosnische Serviërs, SRNA, de verwachting uit dat de moslims op de vliegtuigen met hulpgoederen zullen schieten, “om daarna de Serviërs deze daad in de schoenen te schuiven”. De generaal noemde het Amerikaanse voornemen voor de dropping van hulpgoederen “de tot nutoe gevaarlijkste ontwikkeling in de militaire en politieke manipulaties rondom de humanitaire hulp”.

Volgens Westerse deskundigen beschikken de drie oorlogspartijen in Bosnië-Herzegovina alle in ruime mate over draagbare luchtafweerraketten en/of over luchtafweergeschut. Ook in kringen van Westerse hulpverleners leeft ongerustheid over de mogelijkheid dat combattanten op de Amerikaanse hulpvliegtuigen zouden willen schieten, in de gedachte dat zij daarmee een buitenlandse militaire interventie kunnen uitlokken of in de waan dat vanuit de lucht de tegenpartij met wapens wordt bevoorraad.

De woordvoerster van de VN-organisatie voor vluchtelingen UNHCR, Sylvana Foa, juichte gisteren het besluit van de voedseldroppings toe, maar anderen uitten zich sceptisch. De leider van een VN-hulpkonvooi zei gisteren dat geïsoleerde dorpen in Oost-Bosnië vanuit de lucht heel moeilijk te bevoorraden zijn: om accuraat te zijn moeten vliegtuigen op maximaal vierhonderd meter hoogte hun voorraden uitwerpen; de Amerikanen willen, om veilig te zijn voor geschut vanaf de grond, een minimale hoogte van vierduizend meter aanhouden. “Konvooien over de weg zijn accurater, vervoeren meer tonnen goederen en zijn doelmatiger”, zo zei hij.

Twee konvooien die gisteren uit Belgrado vertrokken naar de Bosnische, merendeels door moslims bewoonde plaatsen Gorazde en Tuzla zijn opnieuw door Servische eenheden tegengehouden. Dat voor Tuzla bereikte later alsnog zijn bestemming. Dat voor Gorazde werd bij Podromanija, 60 kilometer van de bestemming, tegengehouden. De Serviërs eisten dat de lading voor controle zou worden uitgeladen, een eis die werd afgewezen met het argument dat de Serviërs in Rogatica, vlakbij Gorazde, de lading nog eens zouden willen inspecteren. Vandaag hoopt men Gorazde te bereiken.

Ook de minister van buitenlandse zaken van Joegoslavië (Servië en Montenegro) heeft in een brief aan de VN zijn “ongerustheid” over de Amerikaanse voornemens uitgesproken, daarbij overigens verzekerend dat van de zijde van Belgrado de hulpvluchten niets in de weg zal worden gelegd. Minister Ilija Djukic noemt de mogelijkheid van "incidenten' rondom de Amerikaanse vluchten. Ook wijst hij erop dat de - naar hij zegt - eenzijdige Amerikaanse actie andere landen er toe zou kunnen aanzetten zich eveneens eigenmachtig in de Bosnische burgeroorlog te mengen.

In een aan een groot aantal ambassades gestuurde nota heeft de Joegoslavische regering overigens haar afkeuring afgesproken over de “oorlogszuchtige, anti-Servische verklaringen” van de Turkse president, Turgut Özal. Deze had bij een tournee vorige week langs Bulgarije, Macedonië, Albanië en Kroatië gepleit voor een verder internationaal isolement van Servië. De Joegoslavische regering beschuldigt Özal ervan de vorming van een "islamitische staat' in Bosnië na te streven en actieve steun te willen geven aan separatistische stromingen in de Servische landsdelen Kosovo en Sandzak. Overigens is Turkije gisteren gevraagd deel te nemen aan de voedseldroppings in Bosnië, een verzoek dat direct werd ingewilligd.