Scherpe kritiek op opleidingen leraren

DEN HAAG, 24 FEBR. De deeltijdopleidingen voor eerstegraads leraar leiden onvoldoende op voor het beroep van leraar. Dit schrijft de commissie die de kwaliteit van deze deeltijdopleidingen heeft onderzocht.

De 47 opleidingen richten zich te veel op het vak en te weinig op het beroep. Ze volgen de ontwikkelingen in het onderwijs onvoldoende en sluiten niet goed aan op de vooropleiding. Verder is de opleiding voor veel studenten te zwaar, want 42 procent haakt voortijdig af en wie niet stopt doet er vaak langer over dan de voorgeschreven drie jaar.

De onderzoekscommissie is ingesteld door de vereniging van hogescholen, de HBO-Raad, en heeft vandaag haar rapport uitgebracht. De deeltijdopleidingen zijn bestemd voor leraren met een zogenoemde tweedegraads-bevoegdheid (voor de laagste klassen van het voortgezet onderwijs) die hogerop willen. Zij volgen de opleiding naast hun werk. Het gaat om in totaal tweeduizend studenten.

De opleidingen hebben te kampen met een dalende belangstelling van studenten en daardoor met een afnemende subsidie. Daarom is er te weinig geld om aandacht te besteden aan verbetering van de kwaliteit van de docenten en de leermiddelen. Het kleine aantal docenten bepaalt vooral zelf wat zij de studenten doceren zonder dat daar een brede onderwijsvisie achter steekt. Volgens de commissie zijn sommige opleidingen, zoals aan de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle, te klein om te kunnen blijven bestaan.

De HBO-Raad zal de resultaten met de hogescholen bespreken. Over dit onderzoek en andere studies naar de kwaliteit van lerarenopleidingen, bereidt de raad een brede reactie voor. Onlangs verscheen ook een negatief oordeel over de kwaliteit van de PABO's, de pedagogische academies voor basisonderwijs.