Raad niet ingelicht over "sjoemelen' in bijstand

ROTTERDAM, 24 FEBR. De Rotterdamse wethouder van sociale zaken, J. Henderson, heeft de gemeenteraad in 1989 niet op de hoogte gesteld van de resultaten van een onderzoek van de sociale dienst, waaruit bleek dat in een Rotterdamse wijk op grote schaal met uitkeringen werd "gesjoemeld'. In geen enkel geval kon het bewijs van fraude worden geleverd. De wethouder heeft wel per brief geklaagd bij het rijk over de controleerbaarheid van de benodigde gegevens.

In 1987 kreeg de Rotterdamse sociale dienst de indruk dat het aantal mensen met een bijstandsuitkering in de wijk Beverwaard wel erg snel toenam. Men besloot naar aanleiding daarvan een onderzoek in te stellen. Twee medewerkers werden daarvoor twee jaar vrijgemaakt. Het onderzoek concentreerde zich om praktische redenen op 96 betrekkelijk dicht bij elkaar wonende cliënten. De twee medewerkers waren nadrukkelijk aanwezig in de buurt, aldus een woordvoerder van de sociale dienst. “Ze legden hun oor te luisteren.” Daarnaast vroegen ze inlichtingen bij andere instanties en gingen ze op huisbezoek bij de betrokken cliënten.

Uiteindelijk bleef in 69 van de 96 gevallen een vermoeden bestaan dat het verhaal dat de cliënten vertelden over hun woonsituatie niet overeenstemde met de werkelijkheid. “De feiten waren echter meestal niet zo hard dat je ermee naar de rechter zou kunnen gaan”, aldus de woordvoerder van de sociale dienst. Dat gebeurde dan ook niet. Niemand werd formeel beschuldigd van fraude. Geen enkele uitkering werd gestaakt. Er werd niets teruggevorderd.

Pag 3: "Fraude is moeilijk te bewijzen'

De sociale dienst confronteerde de 69 cliënten met de vergaarde informatie. Van hen hebben er 41 hun uitkering vrijwillig opgezegd. Het is overigens niet duidelijk of dat in alle gevallen te maken had met het onderzoek. Onder die 41 bevinden zich ook mensen die gewoon een baan hadden gekregen in de twee jaar dat het onderzoek in beslag nam. Gemiddeld heeft de Rotterdamse sociale dienst een verloop van 20 à 25 procent per jaar in het bestand van mensen met een bijstandsuitkering.

Degenen die hun uitkering opzegden zijn verder niet meer lastig gevallen door de sociale dienst. Deze benadering is inmiddels door de sociale dienst verlaten, omdat ze op gespannen voet staat met wat juridisch gezien toelaatbaar is. Bij 28 van de 69 gevallen liep de uitkering door, hoewel na twee jaar onderzoek nog steeds het vermoeden bestond dat de cliënten hun woonsituatie anders voorstelden dan die in werkelijkheid was. Het ging bijvoorbeeld om mensen die zeiden apart te wonen, terwijl de medewerkers van de dienst de indruk hadden dat ze samenwoonden. Twee bijstandstrekkers die apart wonen hebben samen recht op hogere uitkeringen dan twee die samenwonen.

Maar ook deze 28 zijn niet beschuldigd van fraude. Er is geen aangifte gedaan bij justitie en er is zelfs geen enkele uitkering gestaakt. “Uiteindelijk trek je namelijk als organisatie altijd aan het kortste eind, omdat je te weinig bewijs hebt”, verklaart de woordvoerder van de sociale dienst. “Die wet deugt niet. Dat is het probleem.” Wel is naar aanleiding van het onderzoek de werkwijze van de dienst veranderd. Inmiddels werken er meer dan honderd mensen op de fraude-afdeling.

Wethouder Henderson is destijds mondeling door de directeur van de sociale dienst op de hoogte gesteld van de resultaten van het onderzoek, zeggen de woordvoerders van beiden. “De sociale dienst heeft gekeken wat er aan de hand was en meteen actie ondernomen. Dat behoort tot hetnormale werk van de dienst”, redeneerde de wethouder, aldus zijn woordvoerder. Daarom heeft hij de raad niet op de hoogte gesteld van de onderzoeksresultaten. Ook de dienst zelf heeft die niet naar buiten gebracht, omdat het geen representatief onderzoek was, er uiteindelijk geen enkel bewijs van fraude is geleverd en omdat men vreesde de buurt te zeer te stigmatiseren.