Nieuwe Franse regering gaat zware tijd tegemoet; Socialisten laten een land met een groot tekort en veel werklozen na

PARIJS, 24 FEBR. De Franse rechtse oppositie die na de parlementsverkiezingen van eind maart hoogstwaarschijnlijk de nieuwe regering in Parijs zal vormen, treft een financieel en economisch zware erfenis aan: een groot financieringstekort, grote werkloosheid en een vrijwel tot stilstand gekomen economische groei. Hoe de toekomstige rechtse regering deze problemen wil aanpakken, is nog niet erg duidelijk. Vast staat alleen dat de marges om het beleid van de socialistische regering-Bérégovoy te veranderen zeer klein zijn.

De gaullistische RPR en de liberale UDF die kunnen rekenen op een grote meerderheid in het nieuwe parlement, publiceerden onlangs een gemeenschappelijk program dat veel fraaie voornemens bevatte, zoals bestrijding van de werkloosheid, verlaging van belastingen en sociale lasten, beheersing van het financieringstekort en geleidelijke privatisering van genationaliseerde ondernemingen. Het program bevatte echter geen cijfers, zodat de politieke discussie zich aanvankelijk in een soort luchtledige afspeelde.

Inmiddels zijn er wel weer cijfers verschenen die de ernst van de economische situatie illustreren. Het tekort op de overheidsuitgaven bedroeg over 1992 230 miljard franc. Volgens minister van financiën Michel Sapin zal het tekort dit jaar zeker 200 miljard franc bedragen, terwijl bij het opstellen van de begroting van 165 miljard was uitgegaan. Maar andere deskundigen menen dat het totale tekort op de overheidsuitgaven en de sociale fondsen in verband met de toenemende werkloosheid in 1993 tot 300 miljard franc kan oplopen. Zij wijzen erop dat de economische groei de eerste helft van dit jaar waarschijnlijk niet meer dan een procent zal bedragen en dat de werkloosheid in dezelfde periode nog aanmerkelijk kan stijgen.

Volgens Sapin gaat het program van de rechtse partijen 150 à 160 miljard franc per jaar kosten, als alle beloften zouden worden verwezenlijkt. Dat kan alleen als de belastingen zouden worden verhoogd of een nog groter tekort op de overheidsuitgaven te accepteren. Maar dat wordt juist door de belangrijkste leiders van RPR en UDF afgewezen. De hoge lasten aan belastingen en sociale premies werken "remmend' op de economische ontwikkeling en leiden tot uitstoot van arbeidskrachten, aldus het program van beide partijen. En het begrotingstekort mag niet veel groter worden wegens de negatieve gevolgen voor de toch al hoge rentestand. Minister Sapin concludeerde dat RPR en UDF demagogie bedrijven.

Vooralsnog is er slechts sprake van een concreet initiatief - een bezuiniging van 20 miljard franc op de begroting (1.300 miljard franc), die meteen zal worden doorgevoerd. Daarvan zou volgens oud-president Giscard d'Estaing 10 miljard worden gebruikt om de overheidsschuld te verminderen en 10 miljard ter bevordering van de activiteit in de (woning)bouw die in een diepe crisis verkeert. Volgens Alain Juppé, secretaris-generaal van de RPR, zullen de privatiseringen van nationale ondernemingen, zoals verzekeringsbedrijven en banken, vijftig miljard franc in drie jaar opleveren. En veertig miljard franc zou verdiend worden aan extra inkomsten als gevolg van een geleidelijke hervatting van de economische groei.

De privatisering moet dus de zuurstof verschaffen die de Franse staatshuishouding nodig heeft. Met de opbrengst van de verkoop van genationaliseerde bedrijven willen gaullisten en liberalen infrastructurele werken en de bouwactiviteit financieren alsmede "dotaties' aan staatsondernemingen die in moeilijkheden verkeren (zoals Air France of de computerfabrikant Bull). De toekomstige rechtse regering hoopt ook op een daling - tegen het eind van het jaar - van de hoge rentetarieven, die mogelijk wordt als Duitsland de inflatie beteugelt en de Bundesbank haar rente kan verlagen. Het verschil tussen de Franse en Duitse tarieven bedraagt nu 4 procentpunt.

Het Franse debat wordt dus sterk bepaald door enkele onzekere factoren zoals de ontwikkeling in Duitsland en de Verenigde Staten. RPR en UDF willen de franc "hard' houden en de monetaire samenwerking binnen het EMS voortzetten. Maar als de Bundesbanktarieven niet of nauwelijks zullen dalen, zal de stem van "dissidente' rechtse politici zoals Philippe Séguin sterker worden. Séguin en de leider van de rechtse meerderheid in de Senaat, Charles Pasqua - beiden, zij het om verschillende redenen, gekant tegen "Maastricht' - bepleiten ontkoppeling van de franc. Een "zwevende' franc maakt een rentedaling mogelijk, is hun argument.

Séguin meent voorts dat de btw wel een punt omhoog kan (extra opbrengst 50 tot 60 miljard franc per jaar), ook al zijn de Franse btw-tarieven vanaf 1 januari juist "geharmoniseerd' aan die in de gemeenschappelijke Europese markt. Juppé acht dergelijke maatregelen "catastrofaal' voor Europa en Frankrijks plaats in de Gemeenschap. De komende rechtse regering moet dus manoeuvreren tussen Scylla (een groot begrotingstekort) en Charybdis (hoge rentestanden) in de hoop dat het economische getij in Duitsland en elders snel beter wordt.