Leeuwen in de polder

Madame l'Eau. Regie Jean Rouch. Met Damouré Zika, Lam Ibrahim Dia, Tallou Mouzurane, Philo Bregstein, Wineke Onstwedder. Amsterdam, Rialto.

De nieuwste film van de 74-jarige Franse cineast en antropoloog, Madame l'Eau, was de officiële openingsfilm op het International Documentary Festival Amsterdam afgelopen december. De woorden "antropologisch' en "documentair' suggereren een hoog realiteitsgehalte, maar dat is in Madame l'Eau nadrukkelijk niet het geval. In de aftiteling staat dat de film gemaakt is naar een idee van de Nederlandse cineast Philo Bregstein en naar een droom van Jean Rouch. Inderdaad, een droom, met wonderlijke wendingen en onsamenhangende associaties, maar met gehakkel en gestamel naverteld.

Het leven van de Nigerianen Damouré, Tallou en Lam - allen vrienden en medewerkers van Rouch, wiens films altijd sterk persoonlijk getint zijn - staat in het teken van de droogte. Terwijl de mannen beraadslagen verschijnt als bij toverkracht een Delftsblauwe tegel, door "onze vriend Philo' gestuurd, met een afbeelding van windmolens. Op even onverklaarbare wijze liggen er ineens vier tickets klaar - Tallou staat erop dat zijn ezel meegaat - om in Nederland het verschijnsel van de windenergie te onderzoeken.

Daar staan ze dan, de drie koddige wijzen uit het Oosten, die zich schaterend van plezier in een witte Cadillac cabriolet laten rondrijden en tochtjes op witte huurfietsen maken. De koeien in de wei vinden ze net nijlpaarden, de molens van de Schermer zijn voor hen kastelen. Onderwijl wordt de ezel in een Deux Chevaux gepropt en weggebracht.

Het had grappig en aandoenlijk moeten zijn, maar het is dik aangezet, op het gênante af. Damouré, Tallou en Lam krijgen niet de kans zichzelf te worden, ze blijven bordkartonnen figuranten in andermans toneelstuk. Wel maakt Damouré tijdens een onduidelijk bezoek aan Philips een opmerking die de ontwikkelingshulp op onvergetelijke wijze relativeert. De Nederlanders moeten zelf de molen komen installeren en onderhouden, vindt hij: “Ik ken jullie Europeanen, jullie zeggen "Het is klaar' en twee dagen later is het kapot!”

Pas als Rouch tegen het einde het kolderieke laat varen, ontstaat er zoiets als een magische, ontroerende mengeling van het Hollandse en het Afrikaanse. Met zijn ezel en een karretje trekt Tallou over een dijk - de Hollandse brousse - en prevelt voor zich uit: “Ik weet dat ik leeuwen kan tegenkomen, maar ik ben niet bang!” Om een behouden terugkeer af te smeken gaat hij in het zand van de duinen schelpen werpen; in de patronen die ze vormen kan hij de voortekenen lezen. Maar de regisseur verpest het toch weer door de scène af te sluiten met pathetische beelden van Tallou's zwarte hand, die herhaaldelijk in het zand graait.

Natuurlijk krijgen de drie wijzen hun molen. Geen grote houten molen zoals ze in de Schermer hebben gezien en ook geen futuristisch stalen model, maar een mooi met de hand gebouwd exemplaar (small is beautiful) naar een ontwerp van ene Frans uit Enschede. Ineens, als een blanke god uit de hemel, komt Frans met een lading hout en canvas aanvaren. Als de molen in werking is gesteld vraagt de gedragen commentaarstem retorisch: “Zijn alle problemen nu opgelost? Voorlopig is het beter te blijven dromen.” Maar Damouré, Tallou en Lam staan de nieuwe oogst gerst en rijst al te dorsen, en in de velden verrijst ook, en binnen slechts één uur, een magnifieke oogst zwarte tulpen. Leeuwen in de polder, tulpen in de Sahel. Vandaar waarschijnlijk dat de film deze week de "Friedensfilmpreis' kreeg van het 43ste Berlijnse Filmfestival.

Met Madame l'Eau probeert Rouch de grenzen van de documentaire op te rekken richting speelfilm, zonder scenario en met een surrealistische touch. Het experiment is interessant, maar het resultaat stijgt niet uit boven het curieuze. Zoals in Rouch' eerdere werk wordt het "losse', onbeholpen effect versterkt door de "participerende' camera die met de improviserende acteurs meebeweegt. Maar de creatieve anarchie die Rouch voor ogen stond, verzandt ondanks alle warme intermenselijke bedoelingen in een lineaire reeks incidenten zonder onderling verband en gaat door het gebrek aan spanning en cohesie zelfs vervelen. Dat neemt niet weg dat het Nigeriaanse dorp hem ongetwijfeld dankbaar is, dat hij met zijn filmproject ervoor heeft gezorgd dat er weer water over de akkers vloeit.