"Jaarlijks film met geld omroep'

RIJSWIJK, 24 FEBR. Om de samenwerking tussen de film- en televisieproduktie in Nederland te verbeteren, zou elk publiek net eens per jaar de co-financiering van één speelfilm voor zijn rekening moeten nemen.

Dat is een van de suggesties die het adviesbureau McKinsey & Company doet in een gisteren gepresenteerd rapport over het stimuleren van audiovisuele produkties in Nederland.

Een dergelijke samenwerking tussen de film- en de omroepwereld biedt de nationale speelfilmindustrie een injectie die kan leiden tot kwaliteitsverbetering, terwijl het voor de publieke netten profielversterkend kan werken, aldus McKinsey. Het Audiovisueel Platform, een overlegorgaan van de Nederlandse audiovisuele sector dat de produktie van het rapport heeft begeleid, heeft de suggestie van McKinsey overgenomen. Het rapport is geschreven in opdracht van de ministeries van wvc en economische zaken.

Volgens McKinsey kan de publieke omroep haar overlevingskansen verder aanzienlijk vergroten door structurele samenwerking, niet alleen per net maar ook als publieke omroep in z'n totaliteit. Een andere suggestie die in het rapport wordt gedaan is de publieke omroep elk jaar 1 procent van zijn budget (zo'n 8 miljoen gulden) te laten investeren in films. Bovendien zou de overheid per jaar vijf tot zeven miljoen meer subsidie beschikbaar moeten stellen. Minister d'Ancona heeft bij de presentatie van de cultuurnota inmiddels een bedrag van vijf miljoen toegezegd, dat wordt onttrokken aan de omroeporkesten.

In een analyse van de audiovisuele wereld komt McKinsey tot de conclusie dat de onderlinge afhankelijkheid van film en televisie sterk is toegenomen, doordat talenten uit de filmsector een steeds belangrijkere bijdrage leveren aan televisieproduktie. Bovendien is televisie volgens de analyse in toenemende mate van belang voor de financiering en vertoning van speelfilms en documentaires.

McKinsey constateert verder dat de internationale waardering voor Nederlandse speelfilms laag is. Oorzaken daarvan zijn de grote mate van fragmentatie en de relatief bescheiden beschikbare financiële middelen. Om de waardering op te schroeven zijn meer en beter gerichte produktiesubsidies nodig, volgens het adviesbureau. Daarnaast moet meer aandacht en geld worden besteed aan scenario-ontwikkeling, distributie en vertoning van Nederlands films. Nederlandse documentaires worden internationaal beter gewaardeerd dan de speelfilms.