Het grote afwasdebat

Het aardige van minister Koos Andriessen (64) is vaak dat hij zegt wat andere mensen denken. Hij houdt niet van mooie smoesjes en overdreven subtiele teksten. In zijn waarschijnlijk laatste ambtsperiode heeft hij ook weinig te verliezen. Die eerlijkheid blijkt weer eens in het februari-nummer van Opzij, dat hem om zijn emancipatiegehalte aan de tand voelt.

Andriessen is in dat vraaggesprek vrij openhartig over zijn jeugd, zijn moeder en zijn vrouw (“Je hebt vrouwen die thuis willen zijn, dat is natuurlijk ook te loven en te prijzen.”) Hij ziet nogal op tegen zijn pensioen: “Het is niks voor mij om dan kopjes te gaan omwassen of zo. Dat is niet mijn idee van zinvol bezig zijn, het spijt me.”

De minister is niet tegen gelijke kansen voor mannen en vrouwen, maar de overheid kan er weinig aan doen, mensen moeten het zelf zien te klaren in de praktijk. Zijn eigen ministerie van economische zaken heeft een crèche, maar verder is het een mannen-departement, jammer maar waar, aldus Andriessen. Het zou beter gaan als vrouwen meer techniek studeerden. En overigens zijn bepaalde dingen onoplosbaar, zoals dubbele carrières bij uitzending van één partner naar het buitenland.

Waar Andriessen ook niets in ziet, is deeltijdwerk. “Dat kan op dit departement niet, wanneer je hogerop wilt tenminste. Ik kan me geen deeltijd-secretaris-generaal of -directeur-generaal voorstellen. Een deeltijd-secretaresse vind ik al niks. (...) Ik wil op allerlei gebieden best eens experimenteren, maar hier niet.”

De opmerkingen van de nestor uit het derde kabinet-Lubbers vormen een niet overal welkom geluid in het recent weer opgelaaide debat over individualisering en kostwinnerschap. De CDA-minister is er niet principieel tegen, maar hij stelt nogal vierkant dat bepaalde dingen in de praktijk niet kunnen. Aardig wat mannen en vrouwen allemaal willen, maar ze moeten wel kiezen, is zijn boodschap.

Wat voor de één een kwestie is van verdelen van taken thuis en op het werk, is voor de ander een maatschappelijke ontwikkeling met verstrekkende gevolgen. Vara-voorzitter Marcel van Dam noemde het op oudjaar in de Volkskrant een “stiekeme revolutie”. Zijn artikel won posthuum aan betekenis nadat de auteur lid werd van de PvdA-commissie die een nieuw verkiezingsprogramma moet opstellen.

Van Dam voorziet een landschap met sterk uiteenlopende leefstijlen waar een alles regelende overheid volstrekt geen greep meer op heeft. Er zit niets anders op dan die geïndividualiseerde werkelijkheid erkennen en de overheid meer beperkte en wèl uitvoerbare taken geven. Een soort geïndividualiseerd ministelsel kan daarbij horen, viel uit zijn stuk af te leiden.

De overgang naar zo'n samenleving waarin de centrale rol van het individu wordt geaccepteerd zal nog heel wat conflicten opleveren, denkt Van Dam, want de meesten verkiezen “het ongemak van de status quo boven de onzekerheid van verandering”.

"Individualisering' wordt door Brinkman en veel CDA-genoten bewust verward met "individualisme', schreef Van Dam. Individualisme kan men tegengaan door herstel van normen en waarden. Individualisering is niet te bestrijden, die is onder meer een gevolg van onomkeerbare technologische ontwikkelingen.

Het heeft even geduurd, maar de laatste dagen komen de reacties op Van Dams oudejaars-gedachten goed los. De directeur en een medewerker van het wetenschappelijk instituut van het CDA kwamen in de Volkskrant in het geweer tegen deze vermeende aanval op gezinnen en - heel modern - andere “relatievormen waarin men verantwoordelijkheid voor elkaar wil dragen”.

De heren Van Gennip en Jansen van het CDA-denkinstituut leunen - toch verrassend - zwaarder op staats-verantwoordelijkheid dan de sociaal-democraat. Mensen zijn vaak onvrijwillig op zichzelf aangewezen geraakt en de meesten hunkeren nog steeds naar een vorm van gezin. De verzorgingsstaat heeft velen afhankelijk van overheidszorg gemaakt waar vroeger familiebanden "zorgden'. Van Dam beseft onvoldoende dat de politiek met alles wat zij doet, ingrijpt in wat mensen verwachten van elkaar en zichzelf.

Voorzitter Toos Jongma-Roelants van het CDA-Vrouwenberaad kwam vrijdag in Trouw het misverstand rechtzetten dat de christendemocraten vinden dat vrouwen “binnen het gezin voornamelijk zorgtaken” op zich moeten nemen. In feite staat zij dichter bij Van Dams opvattingen dan die van het instituut van haar partij.

VVD-fractievoorzitter Bolkestein was zaterdag in de Volkskrant nog enthousiaster over het verhaal van Van Dam. Het waren zijns inziens dan ook puur liberale ideeën die de vooraanstaande PvdA-scribent naar voren had gebracht. Ook hij legde er de nadruk op dat individualisering en egoïsme niet op één lijn te stellen zijn. Individualisering betekent niets anders dan verzelfstandiging. “En het zijn juist zelfstandige mensen die in staat zijn stabiele relaties en maatschappelijke verantwoordelijkheden aan te gaan.”

Vanwaar deze opwelling van mensgerichte politieke gedachtenvorming? En waar bevinden wij ons in het universum, nadat voorlieden van PvdA, CDA en VVD hun duit in het zakje hebben gedaan?

Het is Van Dams verdienste nog eens onder woorden te hebben gebracht wat iedereen met eigen ogen kan zien: dat mensen zich ten hoogste selectief iets aantrekken van gedragsvoorschriften van hogerhand, dat wij collectief, in de gedaante van "de overheid' een tragikomische en gemankeerde bedweter zijn geworden. Kortom dat er niets anders opzit dan maar weer eens uitgaan van de werkelijkheid dat steeds meer mensen zelf bepalen hoe zij hun leven inrichten, niet normloos maar wel zonder instructies van hogerhand.

Juist de PvdA heeft zo veel jaren idealen en werkelijkheid met elkaar verward, dat het geen luxe is daar de brilleglazen eens te poetsen. Van Dam voorspelt een taaie strijd tegen de verstrengelde belangen van bureaucratie, politiek en maatschappelijk middenveld. (Een fascinerende verwachting voor een bijna-politicus.) De belangrijkste scheidslijn zal volgens hem lopen tussen degenen die veranderingen pas accepteren als de wal het schip keert, en “degenen die geloven dat het inspelen op veranderingen, ja zelfs het stimuleren ervan, veel onheil kan voorkomen en de samenleving beter kan maken.”

Het hoge inspeel-gehalte van deze woorden geeft aan dat Van Dam het nog niet allemaal precies weet, maar overigens schetst hij een soort tweedeling tussen conservatief en progressief die meer inhoudt dan de oude uit de jaren zestig en zeventig (die over eerlijk delen van kennis en centen). Nu gaat het om vormgeven aan een nieuwe maatschappij waarin burgers vrijer zijn dan ooit tevoren. Grappig genoeg heeft Bolkestein daar minder moeite mee dan het CDA. Het gaat om kansen per mens. Afwassen, en de rest van het leven. Als daar de verkiezingen eens over gingen.