Gevaarlijke Tour de tax

Bij het behoud van bedrijfsvestigingen speelt staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) een belangrijke rol, waarbij hij maar weinig op de voorgrond treedt. Hij moet ervoor zorgen dat ons land niet uit de boot valt bij het fiscale deel van de internationale concurrentieslag om bedrijfsvestigingen. In de Tweede Kamer bestaan al enkele jaren zorgen over het verlies van bedrijvigheid en werkgelegenheid aan landen die buitenlandse investeerders lokken met fiscale faciliteiten. De vraag is dan ook of Nederland zich hiervan afzijdig moet houden.

Als handelsnatie hebben we altijd willen voorkomen dat dezelfde bedrijfswinst in twee landen wordt belast. Daarom heeft vooral ons land met alle handelsnaties van enig belang afspraken gemaakt in belastingverdragen. Bovendien kent onze wetgeving een belastingvrijstelling voor winsten die al een keer ergens onder het fiscale mes zijn geweest: de zogenaamde deelnemingsvrijstelling. Daarnaast maken we goede sier met onze betrouwbare en toegankelijke belastingdienst. Die hanteert daarenboven soepele regels voor buitenlands kaderpersoneel.

In het bijzonder vanaf de jaren zestig gingen buitenlandse multinationals deze voordelen uitbuiten door hier (hoofd-)kantoren te vestigen. Andere landen keken daar met een schuin oog naar en zagen Nederland als een fiscaal roversnest. Met name de Verenigde Staten stoorden zich aan het misbruik dat buitenlandse ondernemingen via een Nederlands brievenbusmaatschappijtje van het uitzonderlijk gunstige Nederlands-Amerikaanse belastingverdrag wisten te maken.

Sinds kort ligt er een ontwerp voor een verdragswijziging, die voordelen voor niet echt in Nederland gehuisveste bedrijven uitsluit. Dat kost Nederland iets van zijn fiscale aantrekkelijkheid. Even dreigde het nog verder mis te gaan toen staatssecretaris Van Amelsvoort ondoordacht de belastingvoordelen voor buitenlands kaderpersoneel onder het mes nam. Na ingrijpen van de Tweede Kamer behield deze regeling evenwel zijn aantrekkelijkheid voor buitenlandse investeerders. Minder gunstig is de ontwikkeling op het terrein van de deelnemingsvrijstelling. In plaats van nog langer op Nederland te mopperen, hebben landen als België, Frankrijk, Luxemburg en Oostenrijk de Nederlandse aanpak overgenomen. Dat kostte ons land op dit punt zijn voorsprong.

Er is zelfs een gebied waar wij duidelijk zijn ingehaald. Daarbij gaat het om fiscale faciliteiten voor nieuwe buitenlandse bedrijven. Landen als België, met zijn zogeheten coördinatiecentra, en Ierland, met de "Customs House Dock company', geven (bijna) algehele belastingvrijdom aan sommige buitenlandse bedrijven.

Ruim twintig Nederlandse multinationals, waaronder de grootste, profiteren volop van de voordelen van zo'n Belgisch coördinatiecentrum. Volgens de Nederlandsche Bank heeft dat ons land in 1989 bijna twee miljard gulden aan directe investeringen gekost. Ook in latere jaren vloeiden er enorme sommen weg, maar het investeringslek heeft vanaf 1991 weinig betekenis meer. Financiële nood dwingt de Belgen intussen de beloofde voordelen stuk voor stuk ongedaan te maken. Toch gaan steeds meer stemmen op om ook bij ons zulke fiscale vrijplaatsen te maken. Zo willen de noordelijke provincies een status als speciale fiscale zone verkrijgen.

Zo'n aanpak ontmoet evenwel groot verzet. Eind vorig jaar waarschuwde de president van de Nederlandsche Bank, Duisenberg, voor de gevaren van een fiscale race in Europa. “Het moet een ieder duidelijk zijn dat een dergelijke "Tour de Tax' tussen de overheden geen gele-truidrager kent, maar aan de eindstreep enkel verliezers”, aldus de bankpresident.

Ook staatssecretaris Van Amelsvoort voelt niets voor zo'n fiscale competitie. Zijns inziens moet Nederland in internationaal fiscaal opzicht zeer behoedzaam manoeuvreren, omdat we het economisch gewicht van Duitsland of Frankrijk missen. Anderzijds opereren we niet zozeer in de marge dat we ons op de manier van België en Ierland als een belastingparadijs kunnen presenteren, zo meent de bewindsman. Het kabinet wil solide investeerders binnenhalen die duurzame en hoogwaardige werkgelegenheid brengen. Van brievenbusmaatschappijtjes - ooit goed voor een paar honderd miljoen gulden aan belastinggeld - wil het niets meer weten.

Op het ministerie van financiën gaat men aan de slag om de "paradijselijke' trekjes die Nederland nog heeft te liquideren. Van Amelsvoort heeft zich daar onlangs tegenover de Amerikaanse overheid toe verplicht. Maatregelen die Nederland volgens de staatssecretaris toch concurrerend kunnen houden zijn afschaffing van de belasting op het bijeenbrengen van eigen vermogen voor ondernemingen (kapitaalsbelasting), toestaan van reserveringen voor technische innovaties en betere coördinatie tussen het fiscale en het economische beleid.

Volgens Kamerlid Van Rey (VVD) is dat te weinig en mist Van Amelsvoort de boot. De VVD heeft in een gedetailleerde notitie de liberale visie op een beter fiscaal vestigingsklimaat neergelegd. Voor PvdA-Kamerlid Vermeend was dit stuk interessant genoeg om er de visie van de staatssecretaris over te vragen. In het zicht van een buitenlandse dreiging tekent zich parlementaire saamhorigheid af.