CAO-akkoord in Oostduitse chemie

BERLIJN, 24 FEBR. Werkgevers en de vakbond IG Chemie hebben een akkoord bereikt over een loonsverhoging van 9 procent voor de 100.000 werknemers in de Oostduitse chemische sector. Het compromis kwam tot stand na een uitspraak van een arbitrage-commissie. Een vakbondswoordvoerder sprak van een “criminele” daad van de werkgevers, omdat zij een overeenkomst uit 1991 hebben opgeschort om de lonen in Oost-Duitsland in 1993 met 26 procent te verhogen.

De vakbeweging wil het Oostduitse loonniveau snel op Westduits niveau wil brengen. De loonsverhoging van 9 procent weerspiegelt echter de slechte situatie in de chemie. De Oostduitse lonen bedroegen afgelopen jaar zo'n 60 procent van de Westduitse.

In de metaalsector speelt een identiek conflict. De IG-Metall eist 26 procent loonsverhoging voor de 400.000 Oostduitse werknemers in de staalsector, zoals in 1991 al was afgesproken. De werkgevers hebben tot nu toe geweigerd op de eis in te gaan. Het conflict kreeg gisteren een politieke wending toen de secretaris-generaal van de CDU, Peter Hintze, een beroep deed op IG Metall om geen staking te organiseren. Hij riep de vakbond op om “niet tegen elke prijs loonakkoorden te verdedigen die niet realistisch blijken”. “Het is niet in het belang van van de werknemers om loonsverhogingen te eisen die uitdraaien op het verlies van werkgelegenheid”, aldus Hintze. (AFP)