Bescheidenheid is Japans nieuwe troef

TOKIO, 24 FEBR. De ingetogen minachting voor het vermoeide Westen is in Japan nog maar zelden te beluisteren. Japan ziet zich geconfronteerd met de eerste serieuze economische crisis na de oorlog en dat maakt bescheiden. Kritiek op Amerika is in Japan uit de mode. “Japanners zijn niet zoals de Fransen”, zegt professor Seizaburo Sato, adviseur van oud-premier Nakasone. “Wij hebben geen grote ideeën zoals de Fransen. Wij kritiseren de Amerikanen niet, zoals de Fransen, maar wij volgen de VS, net zoals trouwens de Fransen.”

Een jaar geleden was dat anders. Toen kon een commentator van de Japanse semi-staatsomroep NHK, die drie jaar lang bureauchef was geweest in Washington, nog zeggen: “Amerika heeft geen kapitaal meer, geen technologie meer”. En tegenover een groepje Amerikaanse journalisten dat Japan bezocht vatte een regeringsfunctionaris de Japanse houding jegens het Westen toen als volgt samen: “Europa is niet meer concurrerend, daarover hoeven we ons geen zorgen meer te maken.”

Veel Japanners zeiden in die tijd dat ze Europa waren gepasseerd en misschien ook de VS. Vooral jongeren meenden dat Japan het sterkste land was geworden en het meest geavanceerd, een houding die de media reflecteerden. Politici, bureaucraten en zakenlieden zagen geen noodzaak tot verandering, het ging met Japan immers heel goed. Ze meenden dat hun kapitalisme superieur was. Het leed geen twijfel dat ze in de naaste toekomst assertiever zouden worden en hun superioriteit ten toon zouden spreiden, dat ze zouden zeggen dat anderen maar moesten veranderen.

Nu hoor je in Japan zulke geluiden niet meer, ze zijn verstomd, net zoals je niets meer verneemt van het rechtse parlementslid Shintaro Ishihara, die in 1989 een geruchtmakend boekje schreef: "Japan dat nee kan zeggen', nee tegen Amerika, nee tegen de druk die het Westen uitoefent op Japan om te veranderen, te veranderen in een land naar Westerse snit. Een boekje waarin ook een bijdrage stond van Akio Morita, president-commissaris van Sony, die na de storm die daarover in Amerika losbrak schielijk zijn bijdrage uit de Engelse vertaling liet verwijderen. De recessie heeft Japan in een jaar tijd bescheidener gemaakt.

Akio Morita steekt nu heel andere verhalen af, hij lijkt bekeerd. De topman van Sony (net als die van Canon) roept nu Japan op de bakens te verzetten, wil het land in de wereld niet geïsoleerd raken en zijn eigen ondergang over zich afroepen. Veel Japanse ondernemers delen die visie niet. Sommigen menen dat Morita bij het Westen in het gevlij wil komen, omdat daar de consumenten wonen van Sony's produkten. Vele ondernemers vragen zich af waarom het succes dat zij hielpen bewerkstelligen opeens een probleem is geworden. Waarom zouden zij veranderen wat altijd zo goed heeft gewerkt? Maar hardop zullen ze het niet meer zeggen.

De Aziatische kritiek op het Westen komt nu uit andere landen in Azië, waar de economie nog wel hard groeit. Vooraanstaand vertolker van deze kritiek is de Maleisische premier, Mahathir Mohamad. Volgens hem kunnen Westerse landen niet meer concurreren omdat hun lonen te hoog zijn, lonen die niet omlaag kunnen zonder opoffering van de levensstandaard.

Pag 4: Vasthouden aan Aziatische waarden

Zolang het Westen technologisch leider was in de wereld, kon het zich zijn hoge lonen makkelijk veroorloven. Nu Oostaziatische landen bezig zijn de technologische kloof met het Westen te dichten, ja op sommige gebieden al leider zijn, hebben ze wegens hun lage lonen een niet meer in te halen concurrentievoorsprong op het Westen genomen. Grootspraak? Erger nog, zeggen waarnemers: een denkfout.

Arrogantie maakt de critici van het Westen volgens hen blind voor een simpele economische wet: naarmate een economie harder groeit zullen de lonen navenant stijgen. De vastbeslotenheid van de Maleisische leider om de loonkloof met het Westen te handhaven is dan ook vroeg of laat tot mislukken gedoemd. Net als diens vasthouden aan volgens hem typisch Aziatische waarden als hard werken, discipline en eerbied voor het gezag. Zodra zich in een economie een brede middenklasse ontwikkelt die belang heeft bij hogere lonen, loopt een autoritair bewind op zijn laatste benen. De opstand in Thailand van vorig jaar bewees dat weer. Hoge arbeidskosten zijn ook Japan niet bespaard gebleven, ondanks het verschil in culturele waarden met het Westen, dat vele Japanners zo graag onderstrepen.

Het feit dat de Maleisische premier zich bij herhaling zo uitlaat bewijst volgens waarnemers niet alleen dat het politieke zelfbewustzijn in Oostaziatische landen direct verband houdt met hun economische groei. Want een kleine recessie kan de stemming makkelijk doen omslaan. Het bewijst vooral dat ze zoeken naar een of andere tegenstander, wiens waarden ze niet willen delen - mensenrechten voorop. Want nadruk op mensenrechten en democratie vormt een regelrechte bedreiging voor hun autoritaire regimes.

Daarbij ontzien ze in hun kritiek bij voorkeur Japan, omdat Japan hun grootste buitenlandse investeerder is aan wie ze hun economische opstanding hebben te danken. Met Japan hebben ze weliswaar allemaal een handelstekort, maar Tokio legt tenminste geen nadruk op mensenrechten. Daarbij is er een verschil in stijl. “We hebben geen Mitterrand, geen Kohl, geen Major. Politieke macht is in het Westen gekristalliseerd in één persoon, dat kennen wij niet in ons op consensus gebaseerd stelsel”, zegt de Japanse onderminister Koji Kakizawa van buitenlandse zaken. Bovendien heeft Japan belang bij een geleidelijke politieke ontwikkeling bij zijn buren, zegt een andere hoge Japanse regeringsfunctionaris. “We kritiseren niet openlijk politieke systemen in andere landen in dit deel van de wereld, we moedigen ze aan. Moeten wij dan gaan schreeuwen: meer democratie daar?”

Amerika sparen de Oostaziatische landen in hun kritiek, want Amerika hebben ze in hun regio nodig om de vrede te bewaren, een rol die ze niet durven toevertrouwen aan Japan, laat staan aan communistisch China. Uit hun afschuw van typisch Westerse waarden richten ze hun pijlen dan maar op het verdeelde Europa, dat in hun ogen tenslotte het grootste struikelblok vormt voor de hervorming van de wereldhandel, waarvan zij als geen ander zo afhankelijk zijn. Een kritiek die hen des te makkelijker afgaat nu in de wereld Eurosclerosis weer een gevreesde ziekte is.

Japan heeft zijn arrogantie intussen afgeleerd te uiten. Volgens onderminister Koji Kakizawa was dat al heel lang het geval. “Arrogant? We zijn één keer arrogant geweest en dat was een grote vergissing.”