Aardig Antwerpen en burgerlijk Brussel

De Frankrijklei in Antwerpen, enkele jaren geleden, vijf uur 's ochtends. Ik zit achter het stuur, op weg naar Brussel. Ik rijd met gedoofde lichten. Althans, dat vertelt mij de politie die mij staande houdt. Zij ruiken drank. Dat kan kloppen. Langdurig en gevarieerd café-bezoek, waarbij talloze vrienden tot in de dood werden gemaakt, is aan de ontmoeting vooraf gegaan. Ik moet voor verhoor mee naar een Rijkswachtbureau in de haven. Hier wordt snel wat bloed afgetapt en een briefje uitgeschreven voor een rijverbod (“Is vier uur goed, meneer?”) waarna ik zonder gezeur weer op straat word gezet. Met die Antwerpenaren kan je goed zaken doen, bleef mij na dat incident bij, beter dan met de burgerlijke Brusselaars.

Toen Victor Hugo in 1837 in Brussel was schreef hij aan zijn vrouw Adle: “Ik heb alles staan bewonderen als de Parijse provinciaal, die ik ben, alles, tot de metselaar toe, die een steen afbikte en naast mij stond te fluiten.” Het was waarschijnlijk de laatste keer in de moderne geschiedenis dat iemand zijn hart zo van Brussel liet vollopen. Zelfs de dichters van de bundel Brussel is een vreemde stad zijn vergeleken bij Hugo ongevoelige stamelaars.

In Vlaanderen is het sociaal aanvaard om Brussel te beschouwen als een boosaardige stad die door arrogante schizofrenen wordt bewoond. Antwerpen daarentegen staat bekend als het kroonjuweel aan de Schelde waar alle mensen altijd sympathiek zijn. De BRTN haalde onlangs twee Antwerpenaren en twee Brusselaars naar de studio om uit te leggen wat de verschillen tussen de twee steden zijn. De Antwerpenaren zeiden over zichzelf dat zij spontaan, eerlijk en recht-door-zee zijn. De - Vlaamse - Brusselaars stelden over zichzelf vast dat zij behept zijn met een aangeleerde neiging tot schipperen omdat zij altijd door vreemden zijn overheerst. Zij zeiden ook dat het hoofdstedelijke karakter van de stad zich manifesteert in een lichte vorm van zelfmedelijden van de bewoners.

Een gemaakte discussie. Antwerpen is een dorp dat wordt bewoond door mensen die denken dat ze in een stad wonen. En Brussel is een stad die uit negentien dorpen bestaat. Maar in Brussel overheerst het stadse leven, in soms schrille oprechtheid. Er zijn alleen al duizend verschillende manieren om Brussel binnen te rijden. Sommige toegangsroutes doen Oosteuropees aan. De verschrikkelijkste is waarschijnlijk via de zuidwestelijke gemeente Vorst, waar kasseiwegen ook hartje zomer onder water staan en verlaten fabrieken al decennia dementeren. De Noordkant is niet wezenlijk anders. Het begint fraai, met een meanderende asfaltweg langs het Koninklijk Paleis en de Japanse Toren, totdat je de brug van Laken over bent en dan zonder waarschuwing in de grauwheid van de Noordwijk tuimelt. Uitdeukerijen, aftandse sanitairzaken, tapijtkoningen en enkele bordelen vormen de achtertuin van de Koning der Belgen. De huizen haten hun bestaan. De stad ademt daar verbetenheid uit.

Antwerpen is leuk voorzover je van café's en restaurants houdt. In het centrum is vrijwel alles fraai, of typisch, of charmant. Er is haast niets lelijks bij, behalve dan het "Aantwaarpse' dialect. Afgezien van de joodse gemeenschap, is er in Antwerpen weinig oorspronkelijks. Het lijkt wel of de menselijke natuur gekanaliseerd wordt langs tapperijen, disco's en handig gerestaureerde pandjes. Er is te weinig lelijks overgebleven om van karakter te kunnen spreken.

In Brussel kom je voor het leven van de stad. De hoeren aan het Noordstation hebben tussen zeven en negen uur 's ochtends spitsuur wegens de forenzentreinen. De Tervurenlaan ruikt 's zomers naar zware parfum. Op de markt bij het Zuidstation verkoopt de hele wereld zijn spullen. Achter de Steenweg op Elsene eet je krokodillevlees. De welgestelde Europese ambtenaren blijken de grootste schuldenmakers te zijn. Op de Chausséé de Haecht is men tweetalig Frans-Marokkaans. De prestigieuze Opera van de Munt is nu werkelijk bijna failliet. Er is, met andere woorden, een cultuur.

Onlangs urineerde ik 's avonds discreet in een parkje bij de Kleine Zavel. Opeens dook een politieagent op die mij gebood hiermee onmiddellijk op te houden. Hij waarschuwde dat ik bij een volgende gelegenheid een proces-verbaal zou krijgen wegens "exposition sexuelle'. Fijngevoeligheid en cultuurbesef vereisen dat men dan geen alerte repliek klaar heeft, maar deemoedig het hoofd buigt om pas bij de volgende hoek in een lachbui uit te barsten. Het is soms wat schipperen, maar Brussel is dat wel waard.