Wetten

Het was moeilijk om partij te kiezen in de vijfdaagse oorlog tussen het Vaticaan en de Nederlandse politiek.

Het was waarlijk een conflict tussen de Zuivere Rede en het Practische Verstand. Zoals altijd had het Vaticaan de onwrikbare logica aan zijn kant. Wat is dat voor een wet, die Nederlandse euthanasiewet, die zegt: "doden blijft verboden, maar niet heus.' Die het verschil tussen een zelfverkozen einde en het einde na een lijden dat de familie niet meer kan aanzien zo onduidelijk maakt, dat het alleen nog maar zichtbaar is voor mensen die een uitgebreide cursus Nederland-kunde hebben gevolgd. Moet het geen wantrouwen wekken dat zo'n rookgordijn net wordt opgetrokken nu de financiële grenzen van de gezondheidszorg in zicht komen? Als het straks duidelijk wordt dat met de middelen waarmee een zinloos geworden leven in stand gehouden kan worden, ook een dynamische jonge huisvader een nieuw hart kan krijgen, een bejaarde maar kerngezonde vrouw het kind waar zij een leven lang op gewacht heeft, een onschuldig passief roker een stel schone longen, zullen dan niet onvermijdelijk barmhartigheid en spaarzaamheid dezelfde richting wijzen? En is het niet zaak om tegen deze ontwikkeling een ernstige waarschuwing te laten horen, nu het nog kan? Zo spreekt de strenge logica, terecht ongevoelig voor het verwijt van Deetman dat het Nederlandse debat niet goed gevolgd is. Alsof daar voor een buitenstaander een touw aan vast te knopen was. Het boerenverstand kan tegen de logica slechts inbrengen dat de soep niet zo heet gegeten zal worden, en dat je op je klompen kan aanvoelen dat de vergelijking met nazi-praktijken kant noch wal raakt.

Persoonlijk houd ik niet van een te grote discrepantie tussen wet en werkelijkheid. De Leidsestraat in Amsterdam is verboden voor fietsers. Als een politiewagentje mij tegemoet komt, stap ik altijd even af. Niet omdat ik bang ben bekeurd te worden. Niemand wordt daar bekeurd. Een paar weken waren er stadswachten, die de fietsers verzochten hun weg lopend te vervolgen. Omdat ze geen enkele aanhoudingsbevoegdheid hadden, lachte iedereen ze uit. Kort daarna werd de straat weer overgegeven aan het vrije spel van de maatschappelijke krachten. Ik stap af, omdat ik de sympathieke broekemannetjes die het gezag vertegenwoordigen, niet wil demoraliseren door ze uitdagend te confronteren met het verschil tussen de wet en hun instructies. Door even af te stappen breng ik een eresaluut aan de rechtsstaat. Zoals een oude KNIL-strijder die een saluut brengt aan de vlag van een lang geleden opgeheven regiment. De agenten zelf lijken geen enkele moeite te hebben met het verschil tussen wet en werkelijkheid.

Waarom zouden ze ook? Ze zijn niets anders gewend. Maximumsnelheid 100 kilometer heeft hier altijd betekend: 120, behalve op feestdagen of wanneer de procureur-generaal expliciet heeft aangekondigd dat 100 heel even geen 120 betekent maar 110. Hash mag niet verkocht worden, maar toch wel. De belastingwetten zijn streng, maar buitenlandse ondernemingen kunnen altijd een deal maken met de inspecteur, zodat Nederland in buitenlandse publikaties soms als een belastingparadijs wordt beschreven. Geen wet is wat hij lijkt. “Denk modern! De Tien Geboden moet je zien als de Tien Aanbevelingen.” Dat werd zondag op de televisie in een Amerikaanse comedyserie gezegd. Een teken dat het verschijnsel niet tot Nederland beperkt is. Maar Nederland is er wel erg ver in gegaan, en rechters klagen steen en been.

Er wordt vaak verzucht dat het Nederlandse intellectuele debat op een laag peil staat. Geen wonder. Het heeft ook geen zin om het peil hoger te maken, omdat bij de beslissingen die genomen worden een intellectueel debat geen enkele rol speelt. Neem dat euthanasiedebat in de Tweede Kamer. Je zou verwachten dat bij deze discussie over leven en dood de levensbeschouwelijke dinosaurussen Persoonlijke Vrijheid en Heiligheid van het Leven in een intellectuele titanenstrijd met donderend geweld op elkaar zouden botsen. Niets daarvan. In een lege zaal lieten verveelde woordvoerders weten dat hun fracties zich in het onderhavige resultaat redelijk konden vinden. De verschillende levensbeschouwelijke uitgangspunten worden door elkaar geroerd, het resultaat ruikt niet lekker, maar er kan mee gewerkt worden.

Het verbazingwekkende is dat de methode succes heeft. Iemand die denkt dat een scherpzinnig intellectueel debat een voorwaarde is voor verstandige beslissingen, kan aan Nederland zien dat hij zich vergist. Na een bezoek aan de Tweede Kamer moet hij wel denken dat de dijken hier ieder moment kunnen doorbreken en dat het land in de golven zal wegspoelen. We weten dat het anders is. De dijken houden het. Het onlogische en schijnheilige Nederlandse drugsbeleid redt levens en wordt door buitenlanders steeds meer als voorbeeld gezien. In dit land waar abortussen vrij zijn, hoeven ze het minst ter wereld te worden uitgevoerd.

Er valt weinig eer te behalen aan de constatering dat de nieuwe euthanasiewet een halfslachtig rommeltje is. Je kan je voorstellen wat een openhartig politicus zou antwoorden: “Domme intellectueel, het gaat ons niet om een hoogstaand debat, het gaat erom een pijnpunt te verwijderen uit de coalitiebesprekingen na de volgende verkiezingen. Als we het na maandenlange beraadslagingen eens zijn geworden over het huurkostenforfait, kunnen we het niet hebben dat die vervelende kwestie van leven en dood nog op tafel ligt. Denk je echt dat onze ziekenhuizen slachthuizen zullen worden? Ga dan maar naar een Amerikaans ziekenhuis, als je het betalen kunt. Wil je een intellectueel debat? Meld je aan bij de jezuïeten!”

Er is door buitenstaanders wel eens opgemerkt dat het de grote kracht van Nederland is, dat de inbreng van intellectuele scherpslijpers in het staatsbestuur altijd tot een minimum beperkt is. De socioloog Ernest Zahn geeft het voorbeeld van de relatieve godsdienstvrijheid in de zeventiende eeuw. In de Nederlandse republiek was het katholicisme verboden. Maar iedereen wist waar de schuilkerken waren. De katholieke godsdienstoefeningen werden niet verstoord en de gelovigen niet vervolgd, zolang ze geen aanstoot gaven. Als het officieel maar niet mocht, dan kon het wel. Een intellectueel zou hebben gezegd: een kerkdeur is open of dicht, maar niet allebei tegelijk, en hij zou ter ere van de intellectuele helderheid tot vervolging zijn overgegaan. Nee, mijn hart lag in de vijfdaagse oorlog bij de helderheid van het Vaticaan, maar na rijp beraad moet ik steunend en kreunend voor Lubbers en Deetman kiezen.