WAO

Marnix van Rij, CDA-wethouder te Wassenaar, schrijft in NRC Handelsblad van 16 februari, dat hij hoopt dat de Eerste Kamer het WAO-wetsvoorstel zal verwerpen. Als belangrijkste reden voert hij aan de rechtsongelijkheid die ontstaat tussen "oude' en "nieuwe' gevallen.

Ik stel zijn idealistische zorg voor het recht in Nederland op prijs, hoewel toegegeven moet worden dat hij niet geheel origineel is. Deze krant heeft hetzelfde idee al diverse malen in het hoofdartikel verwoord. Toch vraag ik me af of de rechtsongelijkheid niet beter hersteld kan worden, wanneer de Eerste Kamer zich sterk zou maken voor de positie van potentiële "nieuwe' gevallen.

Werknemers met een verhoogd risico door bijvoorbeeld erfelijke aandoeningen of anderszins, kunnen zich privé niet tegen reële condities bijverzekeren. Men kan zeggen dat de staat, die eenzijdig tussentijds hun verzekeringsvoorwaarden ingrijpend veranderd heeft, hier de oorzaak van is, en dus een morele verantwoordelijkheid draagt.

Mocht het zo zijn dat een ieder zich wèl tegen reële voorwaarden kan bijverzekeren, dan is er van rechtsongelijkheid geen sprake meer; het enige verschil is dat men een gedeelte van zijn premie niet meer aan de staat, maar aan een particuliere maatschappij afdraagt. Het voordeel is dan bovendien dat bestaande WAO'ers het vuur niet aan de schenen gelegd hoeft te worden.

Men kan natuurlijk van mening zijn dat de zorg voor onze zieke WAO'ers onbetaalbaar wordt, dat kan zijn, maar het is beter daar dan ter zake doende argumenten voor te gebruiken.