Troostprijs op Berlijns festival voor aardigste film Life according to Agfa; Filmprijzen dienen vooral diplomatie

BERLIJN, 23 FEBR. Op de laatste dag van het 43ste Filmfestival van Berlijn bestegen vertegenwoordigers van zestien verschillende jury's het podium om in totaal 34 prijzen en zeventien eervolle vermeldingen uit te delen. Dan blijven nog buiten beschouwing de Oeuvreprijs voor de persoonlijk aanwezige 86-jarige ex-Berlijner Billy Wilder en de Berlinale-Camera's voor vijf jonge actrices met wie het festival goede diplomatieke betrekkingen onderhoudt, onder wie Gong Li en Johanna ter Steege.

Naast de filmbeoordelaars namens bij voorbeeld kerkgenootschappen, homoseksuelen, kinderen, dagbladlezers, bioscoopeigenaars en vredesactivisten (de laatsten gaven hun "Friedensfilmpreis' aan de Nederlandse produktie Madame l'Eau van Jean Rouch) is het belangrijkste gremium de door het festival ingestelde internationale jury, die Gouden en Zilveren Beren uitdeelt. Haar belangrijkste beslissing zal, om het voorzichtig uit te drukken, festivaldirecteur Moritz de Hadeln niet onwelgevallig zijn geweest. Daags nadat deze filmdelegaties uit Taiwan en China ontvangen had "om de samenwerking en vriendschap te helpen bevorderen', zoals Berlijn in eerder jaren had trachten te bemiddelen tussen Russische en Amerikaanse filmorganisaties, ging de Gouden Beer ex aequo naar de Taiwanese film The Wedding Banquet (Hsi Yen) van regisseur Ang Lee en naar de op het Chinese vasteland gemaakte produktie The Women from the Scented Souls (Xian Hunnü) van veteraan Xie Fei. De bekroning van de Taiwanese, geheel in New York opgenomen film kwam niet onverwacht. De film over een tot Amerikaan genaturaliseerde Taiwanese homoseksueel, die om zijn ouders niet teleur te stellen een schijnhuwelijk sluit met een naar een verblijfsvergunning hunkerend Chinees meisje, behoorde dit jaar tot de absolute favorieten van publiek en filminkopers. Beide tegenstellingen, die tussen Chinees traditionalisme en Amerikaanse zakelijkheid en die tussen homoseksuele en heteroseksuele relatievormen, worden politiek correct en met warmte en ironie afgehandeld, zonder dat de film van al te artistieke bedoelingen verdacht kan worden. Daarentegen biedt de Chinese film van Xie, behorend tot een oudere, meer ouderwets-ambachtelijk ingestelde generatie dan die van het Berlijnse jurylid Zhang Yimou, voornamelijk esthetisch genot zonder opzienbarende inhoud. De eerlijke verdeling van de hoofdprijs tussen beide China's riekt dan ook meer naar diplomatie dan naar rechtvaardigheid.

Hollywood werd tevredengesteld met beide acteursprijzen, Zilveren Beren voor respectievelijk Michelle Pfeiffer als een fan van Jackie Kennedy in Jonathan Kaplans Love Field en Denzel Washington als Malcolm X in de biografie van Spike Lee. De speciale juryprijs ging naar de in Amerika opgenomen, Franse produktie Arizona Dream van de Bosniër Emir Kusturica, de regieprijs naar de Brit Andrew Birkin voor de verfilming van Ian MacEwans The Cement Garden en de nieuwe, door een sponsor met 50.000 DMark gedoteerde Blauwe Engelprijs naar Le jeune Werther van Jacques Doillon. Een troostprijs was slechts weggelegd voor een van de aardigste films in de competitie, Life according to Agfa (Ha chayim alpy Agfa) van Assi Dayan. De titel verwijst naar de keuze voor zwart-witmateriaal in dit allegorische portret van een de hele nacht geopende bar in Tel Aviv, geleid door twee eigenzinnige dames. Dayan, een bekend Israelisch acteur en de zoon van de held van de Zesdaagse Oorlog, laat in een hoekje een groep luidruchtige militairen over de schreef gaan, toont de onbehouwenheid van een stel sefardische mafiosi, doet een depressieve, kwetsbare vrouw bezwijken aan het heersende cynisme en plaatst twee Arabieren in de keuken. Wie dan nog niet begrepen heeft dat deze Barbie Bar (vernoemd naar het plaatselijke gekkenhuis) een metafoor is voor het huidige Israel, krijgt aan het slot van de film hardhandig ingepeperd dat hier iedereen elkaar met geweld naar de verdommenis helpt.

Buiten mededinging, maar wel bekroond met de internationale persprijs, beleefde de nieuwe film van de ex-Joegoslaviër Dusan Makavejev zijn wereldpremière in de stad waar Gorilla Bathes at Noon zich ook afspeelt. Een Russische majoor, die zijn onderdeel is kwijt geraakt, wandelt vol verbazing door de herenigde metropool en verbaast zich over het snelle wegretoucheren van alle symbolen van de communistische ideologie. Hij beklimt een enorm standbeeld van Lenin om diens hoofd van gele verf te ontdoen, vlak voordat het beeld helemaal ontmanteld wordt. Met de absurde, anarchistische humor uit Makavejevs Sweet Movie bespot hij nu zowel de archaïsmen van het socialisme (bij voorbeeld door het inlassen van fragmenten uit een stalinistische propagandafilm over de bevrijding van Berlijn door het Rode Leger) als de haast, waarmee de geschiedenis zichzelf sinds 1989 voorbijrent.

Een belangrijk nieuw Amerikaans talent, Nick Gomez (tot voor kort de cutter van Hal Hartley), zag zijn eerste speelfilm in het Forum des internationalen jungen Films bekroond worden met de Wolfgang Staudte-prijs. Laws of Gravity is geen plezierige film om naar te kijken, maar wel een weergaloos knappe, uit de hand gedraaide low-budgetproduktie (kosten: 38.000 dollar) over elkaar slechts verwensingen toeschreeuwende, fysiek agressieve semi-criminelen uit Brooklyn. Laws of Gravity, een van de favoriete films van zowel Emile Fallaux als van Ian Kerkhof, had dit jaar in Rotterdam moeten draaien, hetgeen goed gepast zou hebben in de nieuwe golf van heftige, levendige geweldfilms, maar werd door het Berlijnse Forum met succes geclaimd als een eigen ontdekking.