Oranje kan alleen aanvallen

NOORDWIJK, 23 FEBR. Er zijn trainers die een solide verdediging als uitgangspunt nemen voor elk voetbalelftal. Anderen beschouwen een defensie slechts als ondersteuning van de aanval en het middenveld. Tussen die twee filosofieën ligt een wereld van verschil in uitvoering en beleving. Ronald Koeman maakt het bij FC Barcelona wekelijks mee in de Spaanse competitie. De opvattingen van zijn eigen coach Johan Cruijff staan haaks op die van de meeste andere trainers op het Iberisch schiereiland.

“Het merendeel van de elftallen speelt bij ons met minimaal vijf verdedigers”, weet Koeman die zichzelf meer een middenvelder voelt. “De tegenstanders offeren bovendien hun spits op om mij het opkomen te beletten. Daardoor is bij Barcelona Josep Guardiola de man van de opbouw geworden. Aan inschuiven en schieten van afstand kom ik nog heel weinig toe. Guardiola krijgt even iets meer tijd omdat hij wordt opgevangen door de tweede spits. Cruijff concentreert zich voornamelijk op wat een elftal doet in balbezit. Dan heb je volgens hem helemaal geen verdedigers nodig. Hij neemt bij balverlies genoegen met drie spelers in de achterhoede.”

Bondscoach Dick Advocaat was als clubtrainer (bij Haarlem) vrij behoudend. Maar in dienst van Oranje heeft hij zich aangepast aan het imago van de leeuw. Met betrekking tot de wedstrijd van morgen tegen Turkije doet Advocaat er trouwens goed aan te kiezen voor een offensief concept omdat het Nederlands elftal moet winnen om in de race voor het wereldkampioenschap te blijven. Bij een mini-defensie is de verantwoordelijkheid voor de verdedigers extra groot. De stoppers mogen geen duel verliezen. De laatste man moet zo min mogelijk risico nemen. Balverlies is in principe fataal, dan loopt de tegenstander zo op de keeper af. Geen wonder dat Advocaat een klassevoetballer als Frank Rijkaard naar achteren heeft gehaald voor de sobere functie van stopper, het uitschakelen van de tegenstander.

Maar die ingreep was natuurlijk ook uit nood geboren. De spoeling van goede achterhoedespelers is in Nederland tegenwoordig dun. Met het wegvallen van Adri van Tiggelen, die na het EK in Zweden een punt zette achter zijn interlandloopbaan, raakte Oranje een gerenommeerde verdediger kwijt. Frank de Boer was zijn gedoodverfde opvolger, maar de linksbenige Ajacied maakte toch wel wat foutjes tegen Italië en Noorwegen. Nu Rijkaard met een blessure in Milaan is achtergebleven, houdt Advocaat voor morgenavond John de Wolf van Feyenoord achter de hand. Of hij in actie komt hield Advocaat gisteren nog geheim.

Met gelegenheidsaanvoerder Ronald Koeman heeft hij vorige week telefonisch wel al het een en ander doorgesproken. Maar dat gesprek was kennelijk niet bevredigend genoeg, want Koeman wilde er gisteravond nog op terugkomen. Hoewel de Groninger benadrukt “dat de invloed van de spelers op de opstelling minder groot is als men denkt”. Voor drie posities zijn vier spelers beschikbaar: Silooy, Koeman, De Wolf en De Boer.

In Nederland kan buiten de blessuregevoelige Berrie van Aerle, die al 30 jaar is, van de beschikbare verdedigers alleen Johan de Kock enigszins in de schaduw staan van dit kwartet. Advocaat vond De Wolf door zijn ervaring echter een beter alternatief dan de Utrecht-speler. Ronald Koeman is van mening dat zijn "assistenten' zo compleet mogelijk dienen te zijn. Ze moeten over snelheid en inzicht beschikken en als even kan sterk zijn in de lucht. Maar zulke "multifunctionele' spelers moeten in Nederland met een lichtje worden gezocht.

Dick Advocaat onderkent het probleem ook. “De clubs hebben de laatste jaren veel nadruk gelegd op het opleiden van aanvallers en middenvelders. Spelers die primair de taak hebben om een man uit schakelen zijn daardoor schaars geworden. Een type als John de Wolf behoort tot een uitstervend ras. Dat brengt het Nederlands elftal in het gedrang.”

Nederland is daarom bijna wel verplicht uit te gaan van de eigen kwaliteiten en te zorgen dat de tegenstander zo ver mogelijk van het eigen doel verwijderd blijft. Koeman: “Onze manier van spelen houdt risico's in. Maar als iedereen zijn taak goed uitvoert hoeft dat geen probleem te zijn. De speelwijze van het Nederlands elftal ziet er momenteel net zo uit als die van Barcelona. Ik voel me dan ook happy in dit systeem.”